WETGEVING - RECHTEN VAN HET KIND |
I ECHTSCHEIDING I OMGANGSRECHT I ALIMENTATIE I SCHOOL I RECHTEN VAN HET KIND I ERFRECHT I WETSVOORSTEL I |
Wij hebben ook een kinder forum, daar kunnen kinderen terecht met hun vragen over echtscheiding, omgangsrecht, nieuw samengesteld gezin enzo...
|
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het KindArtikel 1: Kinderrechten tellen voor iedereen die jonger is dan 18 jaar Artikel 2: De kinderrechten zijn voor alle kinderen Artikel 3: Wanneer iemand iets beslist, moet altijd eerst gedacht worden of dat wel goed voor het kind is. Als ouders dat niet kunnen, dan moeten andere volwassenen dat in hun plaats doen. Er moet gekozen worden voor hetgeen het beste is voor het kind. Artikel 4: In alle landen moet het nodige gedaan worden voor de kinderrechten Artikel 5: De verzorging en de bescherming van het kind gebeuren in de eerste plaats door de ouders en de familie. Volwassenen moeten daarbij rekening houden met de leeftijd van het kind. Artikel 6: Het kind heeft recht om zo goed mogelijk te leven en op te groeien. Artikel 7: Elk kind heeft bij geboorte recht op een naam. het heeft het recht om zijn ouders te kennen en door hen verzorgd te worden. Het kind heeft recht in een land te wonen. Als je in België geboren wordt, krijg je een eigen voornaam en de familienaam van de vader of de moeder. Je bent dan Belg. Artikel 8: Een kind moet zijn naam? woonplaats en familie kunnen behouden. Artikel 9: Elk kind heeft het recht om met zijn ouders samen te leven. Wanneer de ouders scheiden of niet meer willen samenleven, zal het kind niet langer met zijn twee ouders samen kunnen wonen. Als ouders hun kind niet genoeg verzorgen zal het kind bij iemand anders moeten wonen. Kinderen die door hun ouders mishandeld of verwaarloosd worden, zullen van bij hun ouders weggehaald worden. Toch blijft het kind dan het recht hebben te weten waar zijn ouders zijn en mag hij ze nog steeds zien. In elk geval moet geluisterd worden naar wat het kind ervan denkt, vooraleer er iets beslist wordt. Artikel 10: Om samen te zijn met zijn ouders, heeft elk kind het recht om een land te verlaten en terug binnen te komen. Artikel 11: Een kind mag niet zonder toestemming van beide ouders weggebracht worden naar een ander land of vastgehouden worden in het buitenland Artikel 12: Elk kind heeft het recht om vrij zijn meningte geven. Met die mening moet rekening gehouden worden. Bij belangrijke beslissingen die over het kind gaat, moet de mening van het kind eerst gehoord worden. Artikel 13: Het kind heeft recht op informatie. Het mag dus alles weten wat nodig is om een mening over iets te hebben. Het kind mag zelf kiezen op welke manier hij zijn mening aan andere wil geven? Bijvoorbeeld: door te spreken, door te schrijven of door kunst. Enkel wanneer het kind door zijn mening te geven iemand anders zijn rechten afneemt, mag het dat niet doen. Artikel 14: Een kind heeft het recht om ideeën te hebben over de mens en de wereld. Het mag in iets geloven en aanvoelen wat goed en kwaad is. Elk kind heeft het recht op een godsdienst. de ouders zullen de kinderen daarbij helpen. Artikel 15: Een kind heeft recht om met anderen samen te komen of een clubje op te richten. Maar dit mag niet als je het op een manier doet waardoor je iemand anders zijn rechten afneemt . Artikel 16: Niemand mag zich zonder goede reden bemoeien met het leven van een kind. Zo mag niemand zonder toestemming bij het kind alleen thuis komen, zijn brieven lezen of het kind een slechte naam geven. Artikel 17: Door de kranten, radio, de tv en het internet moet een kind kunnen te weten komen wat belangrijk voor hem is. Volwassenen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet naar zaken kijken of luisteren die niet geschikt voor hen zijn. Kinderen moeten kunnen lezen in kinderboeken. Er moeten ook boeken en programma"s op radio en tv zijn voor kinderen die een andere taal spreken of van een ander land zijn. Artikel 18: De ouders helpen het kind opgroeien. Zowel de vader als de moeder doen dit. Als de ouders dit niet kunnen? zullen ze hierbij geholpen worden of zal iemand anders dit in hun plaats doen. Op de uren dat ouders niet voor hun kinderen kunnen zorgen omdat ze werken, moeten de kinderen naar een kinderopvang kunnen. Artikel 19: Niemand mag kinderen slecht behandelen. Er moet voor gezorgd worden dat een kind niet gepast of geslagen wordt? ook niet door de ouders. Een kind moet altijd verzorgd worden als dat nodig is . Kinderen moeten altijd beschermd worden tegen mishandeling. Artikel 20: Een kind dat niet bij zijn eigen ouders kan blijven, moet geplaatst worden bij een ander gezin of in een tehuis bij andere kinderen. Dat kind zit dan beter bij mensen die rekening houden met zijn taal, godsdienst en het land waaruit het komt. Artikel 21: Een kind dat echt nooit meer bij zijn eigen ouders terug kan, krijgt nieuwe ouders. Zoiets heet adoptie. zoiets kan enkel gebeuren met de toestemming van de rechter. Voor kinderen bij wie adoptie in eigen land niet kan, worden nieuwe ouders in een ander land gezocht. Adoptie gebeurt alleen als het leven van het kind er beter van wordt. Artikel 22: Soms vluchten kinderen weg uit hun land. omdat er bijvoorbeeld geen eten is of er een oorlog is. Die kinderen moeten speciaal geholpen worden? ook om hun familie terug te vinden. Artikel 23: Een gehandicapt kind moet extra verzorgd worden. Het moet kunnen meedoen met andere kinderen. het moet de kans krijgen om alles zelf te doen. Als het volwassen is, moet het zoveel mogelijk kunnen wat iemand zonder handicap kan. De ouders van een gehandicapt kind moeten speciaale hulp krijgen om hun kind te verzorgen. Artikel 24: Elk kind heeft recht om gezond te zijn. Alles wat slecht is voor de gezondheid van een kind moet verboden worden. Ouders moeten hun kinderen beschermen tegen ziektes en ongevallen. Als een kind ziek is, moet het door een dokter behandeld worden. Zwangere vrouwen en pasgeboren baby's moeten speciale zorgen krijgen.Er moeten zo weinig mogelijk baby's en kinderen sterven. Alle kinderen over gans de wereld moeten drinkbaar water hebben en niemand mag honger lijden. Kinderen mogen geen gevaar lopen door de millieuvervuiling. Volwassenen en kinderen krijgen informatie over hoe de gezondheid van kinderen kan verbeterd worden. Artikel 25: Een kind dat niet bij zijn ouders woont, moet goed behandeld worden. Dat moet men regelmatig controleren. Artikel 26: Een kind mag niet in armoede leven. Ouders die geld tekort hebben, moeten geholpen worden. Artikel 27: Elk kind moet voldoende kansen krijgen om goed op te groeien. Als ouders het moeilijk hebben om aan gezonde voeding, genoeg kleding of een goed huis te geraken, zullen ze geholpen worden. Artikel 28: Elk kind heeft recht om naar school te gaan. Kinderen moeten, tot ze een bepaalde leeftijd hebben, verplicht worden om naar school te gaan. Alle kinderen op school moeten evenveel kansen krijgen. Kinderen die jonger dan twaalf zijn, moeten gratis naar school kunnen. Kinderen moeten zolang mogelijk naar school kunnen gaan. Ouders en kinderen moeten geleerd worden welke sooretn scholen er bestaan. Kinderen moeten zich op school goed voelen. Artikel 29: Een kind moet op school van alles kunnen leren en doen. Het moet getoond worden wat het goed kan. Op school moet geleerd worden over de rechten van de mens. Elk kind moet geleerd worden om respect te hebben voor mensen met een andere taal of uit een ander land. Een kind moet weten dat iedereen op de wereld gelijk is. Elk kind moet geleerd worden eerbied te hebben voor de natuur. De school moet het kind voorbereiden op het leven als een volwassene. Artikel 30: Een kind uit een ander land mag niet verboden worden om zijn taal te spreken. Hij mag samenkomen met andere mensen van dat land en zijn eigen gewoontes en godsdienst te hebben. Artikel 31: Elk kind heeft recht op rust en vrije tijd. Iedereen mag spelen, sporten en met kunst bezig zijn. Artikel 32: Kinderen mogen geen zwaar werk doen. Niemand mag gevaarlijk of ongezond werk doen. Jonge kinderen mogen niet de ganse dag werken om geld te verdienen. Artikel 33: Kindren moeten beschermd worden tegen het gebruik van drugs. Ze moegen ze niet kopen of verkopen. Kinderen mogen niet toegelaten worden om drugs te maken. Kinderen mogen niet zien hoe volwassenen drugs gebruiken. Artikel 34: Niemand mag kinderen gebruiken voor seks. Zelfs foto's en films van blote kinderen zijn verboden. Artikel 35: Volwassenen moeten opletten dat kinderen niet ontvoerd of verkocht worden. Artikel 36: Volwassenen moeten er voor zorgen dat een kind niet verplicht wordt om iets te doen dat schadelijk is voor hem. Artikel 37: Kinderen die opgesloten worden omdat ze iets verkeerd gedaan hebben, mogen nooit bij volwassenen in een gevangenis zitten. Kinderen kunnen nooit de doodstraf of een levenslange gevangenisstraf krijgen.Kinderen mogen nooit gefolterd worden. Opsluiting kan pas als het echt niet anders kan. Opgesloten kinderen mogen niet slecht behandeld worden. Ze mogen hunouders zien en moeten hulp krijgen van iemand. De rechter en de mensen van de politie of van de gevangenis moeten steeds alle regels volgen. Artikel 38: Geen enkel kind, dat jonger is dan 15 jaar , mag in het leger om te vechten in een oorlog. Kinderen die wonen in een land waar het oorlog is, krijgen extra bescherming en verzorging. Artikel 39: Alle kinderen die slecht behandeld geweest zijn, of bij wie iets heel ergs gebeurd is, moeten speciale hulp krijgen. Artikel 40: Een kind dat verdacht wordt van een misdaad moet juist behandeld worden. Er moet een bewijs zijn dat het kind iets deed tegen de regels. Het kind moet door een advocaat verdedigd worden. Als opsluiting niet echt nodig is, gebeurt dit beter niet. Artikel 41: Als de wetten van het land de kinderen nog meer rechten geeft fan dit Verdrag van tellen die wetten eerst. Artikel 42: Volwassenen moeten de kinderrechten zoveel mogelijk bekend maken bij kinderen en volwassenen. Artikel 43: In elk land wordt een groep mensen gezocht die veel over kinderen en hun rechten weten. Deze specialisten zullen erover waken dat er eerbied voord de kinderrechten is. Die specialisten uit alle landen komen regelmatig samen. Die groep het het ' Comité voor de Rechten van het Kind'. Het leest alle teksten die de landen opsturen en geeft daarover een mening. Artikel 44 De ministers moeten teksten schrijven waarin ze bewijzen hoe er in hun land voor de kinderrechten gewerkt wordt. Artikel 45: Het is de bedoeling dat iedereen tezamen werkt aan de erchten van alle kinderen over de hele wereld. Artikel 46: Elk land op de wereld mag het verdrag ondertekenen. Artikel 47: Binnen één land moeten alle ministers akkoord zijn om het Verdrag te ondertekenen. Artikel 48 Als een nieuw land wil meedoen, moeten de Verenigde Naties dat eerst goedkeuren. Artikel 49: Het Verdrag begint te tellen een maand na het goedkeuren en ondertekenen. Artikel 50: De ministers van een land kunnen voorstellen om een deel van het verdrag te veranderen. Daarover moet dan gestemd worden door de Verenigde Naties. Artikel 51: Sommige ministers laten in het Verdrag opschrijven dat het in hun land moeilijk is om alle kinderrechten volledig te volgen. Er kan dan door de Verenigde Naties beslist worden om dat land niet toe te laten om het Verdrag te ondertekenen. |
| Home pagina Steunpunt Blijvend Ouderschap |