WETGEVING-ERFRECHT

I ECHTSCHEIDING I OMGANGSRECHT I ALIMENTATIE I SCHOOL I RECHTEN VAN HET KIND I ERFRECHT I WETSVOORSTEL I

U hebt recht op een pensioen!
Stiefkinderen en zorgkinderen betalen voortaan evenveel erfenisrechten als een biologisch kind.
Gezinswoning vererft gratis

Schenken met behoud van vruchtgebruik

U hebt recht op een pensioen!

Bij het overlijden van één van de echtgenoten heeft de partner die achterblijft recht op een overlevingspensioen. Dit geldt zowel bij ambtenaren als bij werknemers of zelfstandigen. Maar wist u dat u als gescheiden partner van een werknemer of zelfstandige ook recht hebt op een rustpensioen van uw ex-partner, weliswaar beperkt tot de jaren van het huwelijk! Ex-echtgenoten van ambtenaren vissen op dit vlak achter het net. Het pensioen van ambtenaren is een persoonlijk recht, hun ex-partners komen enkel in aanmerking voor een overlevingspensioen wanneer hun ex-partner overlijdt en ze zelf niet hertrouwd zijn. We wensen het niemand toe, maar soms kan een totaal gebrek aan informatie menselijke drama's veroorzaken. Na een recent familiedrama lichtte een gerenommeerde geriater in de pers toe dat veel echtparen na 50 jaar huwelijk of meer, geweld wellicht als enige uitweg zien omdat zij ervan uitgaan dat een echtscheiding materieel onmogelijk is. Deze opvatting gaat compleet voorbij aan de pensioenrechten van de gescheiden huwelijkspartners.

LET OP! Zoals hierboven reeds vermeld, is het verschil tussen werknemer/zelfstandigen enerzijds en ambtenaren anderzijds hier belangrijk! De ex-huwelijkspartners van een ambtenaar kan geen aanspraak maken op een pensioen als echtgescheidene.

Uw ex-huwelijkspartner is een werknemer
Uw ex-huwelijkspartner was een zelfstandige
Uw ex-huwelijkspartner was een ambtenaar
Gescheiden, hertrouwd, weduw(e)naar,...
Het gezinspensioen
Feitelijke scheiding en pensioen
De Lustige weduwe?
Algemene informatie
Nuttige adressen
 

Uw ex-huwelijkspartner is een werknemer

Als ex-partner van een werknemer kunt u aanspraak maken op een pensioen als uit de echt gescheiden partner. In welke sector ( publiek of privé) u zelf gewerkt hebt, heeft hierbij geen belang. Het pensioenbedrag wordt berekend op basis van de loopbaan als werknemer/zelfstandige van uw gewezen huwelijkspartner, weliswaar beperkt tot de jaren van het huwelijk. Het heeft geen belang of uw ex-partner inmiddels hertrouwd is of niet. Tot op bepaalde hoogte kunt u dit pensioen samen genieten met het eigen rustpensioen op basis van uw eigen loopbaan.

Het feit dat u een pensioen krijgt , berekend op de loopbaan van uw ex-partner, betekent niet dat zijn/haar pensioen verminderd. Er gaat m.a.w. niets af van het pensioen van uw ex, maar u krijgt er wel een extraatje bij.

DE VOORWAARDEN

Om het pensioen van een uit het echt gescheiden persoon te krijgen , dient u te voldoen aan de volgende voorwaarden:

* U hebt de pensioengerechtigde leeftijd bereikt (65 jaar voor een man, 64 jaar voor een vrouw, 60 jaar als u voldoet aan de voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan).

* U bent niet onzet uit de ouderlijke macht of niet veroordeeld om uw huwelijkspartner naar het leven te hebben gestaan.

* De echtscheiding is definitief en overgeschreven in de registers van de burgelijke stand. Zolang de echtscheidingsprocedure loopt, kunt u dus geen aanspraak maken op het pensioen van een uit de echt gescheiden persoon

* U bent zelf niet hertrouwd.

Stel dat u toch hertrouwd bent maar u scheidt later opnieuw, dan voldoet u weer aan de voorwaarden om een pensioen als uit de echt gescheiden persoon te krijgen, ook van uw eerste partner. Het is dus perfect mogelijk dat u bij opeenvolgende echtscheidingen aanspraak maakt op meerdere rustpensioenen als uit de echt gescheiden persoon. Overlijdt uw tweede ( of volgende ) partner, dan kunt u een overlevingspensioen van uw tweede partner samen genieten met een pensioen als uit de echt gescheiden persoon van uw eerste ex-partner. Maar het totaalbedrag dat u kunt onvangen is wel begrensd: tot 110% van het bedrag van het overlevingspensioen voor de volledige loopbaan.

HET BEDRAG

Voor de jaren dat uw gewezen partner gedurende de huwelijksperiode tewerkgesteld was als werknemer ( ook gelijkgestelde periodes, bijvoorbeeld bij ziekte) berekent de pensioendienst uw pensioen alsof u zelf die activiteit had uitgeoefend. De huwelijksperiode vangt aan op de dag van het huwelijk en eindigd met de dag waarop de echtscheiding wordt overgescheven in de registers van de burgerlijke stand.

Het bedrag van het pensioen als echtgescheiden persoon wordt op dezelfde manier berekend als het gewone rustpensioen, weliswaar met één belangrijke beperking: de werkelijke, fictieve of forfaitaire lonen van uw gewezen partner worden vermenigvuldigd met 62.5%. Stel dat het bruto loon van uw ex-partner voor een bepaald jaar 10.000€ bedraagt, dan wordt maar met 6.250€ rekening gehouden. Voor de huwelijksjaren waarin u zelf een beroepactiviteit hebt uitgeoefend, kunt u uw persoonlijk rustpensioen combineren met een pensioen als uit de echt gescheiden persoon voor zover het loon van uw gewezen partner hoger lag dan het uwe. Voor die huwelijkjaren krijgt u het saldo bijgepast. Voor de periodes waarin uw loon even hoog of hoger lag dan dat van uw gewezen partner kunt u geen aanspraak maken op een pensioen als gescheiden partner.

Voor de jaren buiten het huwelijk krijgt u uiteraard alleen een persoonlijk rustpensioen uit hoofde van uw eigen tewerkstelling.

VOORBEELD

Eva en Bert zijn gescheiden en hebben allebei gewerkt. Voor de jaren avn hun huwelijk wordt nagekeken of Eva in aanmerking komt voor een pensioen als uit de echt gescheiden persoon. Belangrijk daarbij is of haar loon hoger of lager ligt dan het herleide loon van Bert. Stel dat in 2004 Eva 10.000€ heeft verdient en Bert 14.000€. Omdat maar 62.5% in aanmerking wordt genomen, wordt Berts loon herleid tot 8.750€, wat lager ligt dan het inkomen van Eva (10.000€) Voor dit jaar zal Eva enkel een pensioen ontvangen op basis van haar eigen tewerkstelling, volgens de formule 10.000/44x60%= 136€

Stel nu dat Eva ook in het jaar 2005 10.000€ heeft verdiend maar Bert 20.000€. Berts loon wordt herleid tot 12.500€ (62.5%), wat hoger ligt dan 10.000€. Eva krijgt een pensioen als gescheiden persoon, berekend op het verschil tussen haar eigen loon en 62.5% van het loon van haar ex-partner. Voor 2005 gebeurt de toekenning dan ook als volgt: 10.000/44x60%= 136€ + een pensioen als gescheiden persoon : 2.500/44x60%= 34€

Uw ex-huwelijkspartner was een zelfstandige

Ook ex-partners van zelfstandigen komen in aanmerking voor een pensioen als uit de echt gescheiden persoon.

DE VOORWAARDEN

De voorwaarden zijn dezelfde als voor ex-partners van werknemers

LET OP! Toch is er een verschil: ex-partners van zelfstandigen kunnen een pensioen als uit de echt gescheiden persoon ( van hun eerste huwelijkspartner) niet samen genieten met een overlevingspensioen van hun tweede partner! Als uw tweede partner overlijdt, hebt u enkel opnieuw recht op het pensioen als echtgescheiden partner van uw eerste partner als u geen overlevingspensioen ontvangt van uw tweede partner. Dit is met name het geval als uw tweede huwelijk nog geen jaar geduurd heeft. Dan krijgt u een tijdelijk overlevingspensioen voor 12 maanden. Na deze periode valt dat overlevingspensioen weg en hebt u recht op het pensioen van de uit de echt gescheiden partner van uw eerste partner.

HET BEDRAG

Het pensioen als uit de echt gescheiden partner wordt berekend alsof u zelf als zelfstandige had gewerkt, op basis van de loopbaan avn uw ex-huwelijkspartner en voor de jaren van het huwelijk. Er wordt geen rekening gehouden met uw eigen gewerkte jaren. Die leveren u een eigen pensioen op. Er wordt ook niet bekeken of u in die jaren meer of minder verdient hebt dan uw ex-partner.

Uw ex-huwelijkspartner was ambtenaar

Het pensioen van ambtenaren is een persoonlijk recht. Daarom hebben hun ex-huwelijkspartners geen recht op een rustpensioen als gescheiden partner. Tijdens de echtscheidingsprocedure met een ambtenaar kan de huwelijkspartner die over onvoldoende financiële middelen beschikt uiteraard wel een vordering instellen om onderhoudsgeld te ontvangen. De gewezen huwelijkspartner van een ambtenaar kan na overlijden van de ambtenaar wel aanspraak maken op een overlevingspensioen.

DE VOORWAARDEN

* Het huwelijk heeft minstens één jaar geduurd. Deze voorwaarde geldt echter niet als er kinderen ten laste zijn of het overlijden te wijten is aan een arbeidsongeval of beroepsziekte.

* U bent zelf minstens 45 jaar oud (zolang u zelf geen 45 jaar bent zal het overlevingspensioen geschorst worden) maar dit geld niet als er kinderen ten laste zijn of u zelf minstens 66% blijven arbeidsongeschikt bent.

* Uw gewezen huwelijkspartner heeft 5 jaar als ambtenaar gewerkt.

* U bent zelf niet hertrouwd.

Stel dat u een overlevingspensioen geniet van uw eerste ex-partner en nadien hertrouwd, dan speelt u het overlevingspensioen van uw eerste partner kwijt vanaf de maand volgend op die van uw nieuwe huwelijk. Maar stel dat nadien uw tweede partner overlijdt, dan wordt er opnieuw rekening gehouden met het overlevingspensioen vab uw eerste partner, in die zin dat u het meest voordelige wordt toegekend

Stel dat u scheidt van uw tweede partner, dan krijgt u niet opnieuw het ercht op een overlevingspensioen van uw eerste partner als hij een ambtenaar was.

HET BEDRAG

Het overlevingspensioen bedraagt 60% van het gemiddelde loon van de overleden ex-partner in de loop van de laatste 5 jaar vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal gepresteerde maanden en de noemer gelijk is aan het aantal maanden tussen de twintigste verjaardag en de datum van het overlijden. Er zijn evenwel afwijkingen, deze kan men bevragen bij de PDOS ( Pensioendienst voor de Overheidssector)

Gescheiden, hertrouwd, weduw(e)naar,.....

Of u recht hebt op een rustpensioen en/of een overlevingspensioen, is niet alleen afhankelijk van de sector waarin uw ex-huwelijkspartner werkte toen u bij hem/haar was, ook uw eigen situatie speelt een rol. Met name of u na de scheiding hertrouwd bent of niet, eventueel opnieuw gescheiden, en of uw tweede partner nog leeft. Een overzicht.

U Bent

Uw ex was

gescheiden en niet hertrouwd
gescheiden en hertrouwd
gescheiden, hertrouwd en opnieuw gescheiden
gescheiden, hertrouwd en uw tweede partner is overleden
Een werknemer
Rustpensioen als gescheiden partner
Geen recht op rustpensioen als gescheiden partner
Opnieuw recht op rustpensioen van eerste ex-partner (en ook van tweede)
Opnieuw recht op rustpensioen van eerste partner + overlevingspensioen van tweede partner
Een zelfstandige
Rustpensioen als gescheiden partner
Geen recht op rustpensioen als gescheiden partner
Opnieuw recht op rustpensioen van eerste ex-partner (en ook van tweede)
Opnieuw recht op rustpensioen van eerste partner als geen overlevingspensioen tweede partner
Een ambtenaar
Overlevingspensioen als gescheiden partner, nooit een rustpensieon
Geen recht (meer) op overlevingspensioen als gescheiden partner
Niet opnieuw recht op overlevingspensioen eerste partner
Meest gunstige overlevingspensioen

Het gezinspensioen

Het gezinspensioen is het pensioen dat toegekend wordt aan gehuwden waarvan slechts één partner een beroepsinkomen had of aan huwelijkspartners van wie het gecumuleerde inkomen van de twee als alleenstaande kleiner is dan het gezinspensioen

Het gezinspensioen wordt berekend door geherwaardeerde lonen (62.5%) met 60% te vermenigvuldigen.

Concreet betekent dit dat het pensioenbedrag als alleenstaande 80% bedraagt van het gezinspensioen. Om het gezinspensioen te berekenen, moet u het bedrag als alleenstaande vermenigvuldigen met 1.25.

Wanneer beide echtgenoten pensioengerechtigd zijn in de regeling voor werknemers en/of zelfstandigen, wordt steeds de voordeligste pensioentoestand voor het gezin onderzocht en vastgesteld. Hetzij:

* De toekenning van het gezinspensioen aan één van de echtgenoten.

* De toekenning van het persoonlijke pensioen (als alleenstaande) aan beide echtgenoten.

LET OP! In het systeem van de ambtenaren bestaat geen gezinspensioen. Hier wordt wel een onderscheid gemaakt tussen een pensioen met of zonder gezinslast.

Feitelijke scheiding en pensioen

We spreken van een feitelijke echtscheiding wanneer de huwelijkspartners uit elkaar gegaan zijn zonder dat er (al) een definitieve echtscheiding is. De feitelijke scheiding blijkt uit de bevolkingsregisters omdat de betrokkenen niet meer de zelfde hoofdverblijfplaats hebben.

De oorzaak kan verschillen:

* U bent van tafel en bed gescheiden

* U bent nog getrouwd maar woont apart, al dan niet ingevolge een vonnis van de vrederechter of van de voorzitter van de rechtbank

* U (of uw partner) bent opgesloten in de gevangenis

* U (of uw partner) bent opgenomen in een psychiatrische instelling

Net als iemand die uit de echt gescheiden is, kan een persoon die feitelijk gescheiden leeft een pensioen aanvragen op basis van de tewerkstelling van de andere partner en dit voor de periode dat het huwelijk standhield.

LET OP! In tegenstelling tot het pensioen van de uit de echt gescheiden partner, wordt het pensioen van uw huwelijkspartner verminderd wanneer u het pensioensdeel als feitelijk gescheiden aanvraagt. Het pensioen wordt dus gedeeld. Uw deel van het pensioen als feitelij gescheiden huwelijkspartner is gelijk aan de helft van het gezinspensioen, verminderd met uw persoonlijk pensioen.

Hoe moet u dit pensioen aanvragen? Eens u pensioensgerechtigd bent, wendt u zich tot het gemeentebestuur van uw hoofdverblijfplaats of rechtstreeks bij de Rijksdienst voor Pensioenen.

De lustige weduwe?

Een pensioen van de uit de echt gescheiden partner kunt u genieten samen met een overlevingspensioen van een vorige of volgende partner (of van dezelfde partner als u na uw scheiding met de zelfde partner hertrouwd en hij/zij overlijdt). Bij opeenvolgende huwelijken die door overlijden worden ontbonden, krijgt u echter niet één overlevingspensioen per overleden partner. Wel wordt u het gunstigste overlevingspensioen toegekend.

Als u opeenvolgend getrouwd was met een partner op wie de pensioensregeling voor werknemers toepasselijk was en met iemand die onderworpen was aan een andere pensioenregeling, kunt u het overlevingspensioen voor werknemers enkel krijgen als u verzaakt aan het andere overlevingspensioen.

Voor ambtenaren geldt hetzelfde principe: bij opeenvolgende huwelijken die door overlijden worden ontbonden, wordt u het gunstigste overlevingspensioen toegekend.

Algemene informatie

- Het feit dat de ene huwelijkspartner onderhoudsgeld dient te betalen aan de andere huwelijkspartner heeft geen enkel gevolg voor het pensioen. Maar anderzijds kan de toekenning van een pensioen wel een reden zijn om aan de rechtbank een vermindering van een persoonlijk onderhoudsgeld te vragen.

- Het gebeurt niet zo vaak, maar het kan: iemand hertrouwd met zij ex-partner. Als die persoon daarna overlijdt, komt zijn partner zowel in aanmerking voor een overlevingspensioen ( uw huwelijksparner is immers overleden) als voor een pensioen van een uit de echt gescheiden persoon.

- Het recht op een minimumpensioen. Om recht te hebben op een minimumpensioen moet u een voldoende aantal jaren gewerkt hebben. Een man moet een loopbaan van 30/45ste hebben, een vroeuw van 29/44ste. Bij de berekening van het aantal loopbaanjaren komen enkel de de jaren in aamerking die u zelf hebt gewerkt. Dus niet de jaren waarvoor u enkel een pensioen als uit de echt gescheiden persoon ontvangt.

- Toegelaten arbeid. Het pensioen van de uit de echt gescheiden persoon wordt beschouwd als een rustpensioen voor een alleenstaande. Ook dit pensioen kan in beperkte mate gecumuleerd worden met een toegelaten beroepsbezigheid, op voorwaarde dat de grens van de toegelaten beroepsinkomsten niet overschreden wordt.

- Waar moet u het pensioen als uit de echt gescheiden partner aanvragen?Als uw ex-partner werknemer was dient u een aanvraag in bij het gemeentebestuur van uw woonplaats of rechtstreeks bij de Rijksdienst voor Pensioenen. Als uw ex-partner zelfstandige was dient u een aanvraag in bij de RSVZ ( Rijksinstituut voor sociale verzekering der zelfstandigen). Als ambtenaar dient u een aanvraag in bij PDOS (Pensioendienst voor de Overheidssector.

- Uw recht op pensioen als uit de echt gescheiden partner wordt zonder aanvraag onderzocht als u op het ogenblik van de echtscheiding een pensioen als feitelijk gescheiden partner geniet en u bij de echtscheiding 65 jaar (man) of 64 jaar (vrouw) bent.

- Een gesplitst overlevingspensioen. Als u zelf niet hertrouwd bent, dan hebt u recht op een overlevingspensioen van uw ex-partner. Stel dat hij wel hertrouwd is, dan moet u dit pensioen delen met zijn/haar weduw(e)naar. Hoe langer uw huwelijk geduurd heeft, hoe groter het bedrag is van uw overlevingspensioen. Uw deel wordt immers afgetrokken van het globale bedrag van het overlevingspensioen. U moet dat wel aanvragen binnen het jaar na het overlijden, zoniet verliest u uw recht. De weduw(e)naar van uw ex-partner krijgt het resterende gedeelte tenzij dat minder is dan de helft van het globale bedrag, dan krijgt hij/zij toch de helft. Deze verdeling is definitief. Als u na het overlijden van uw ex-partner zou hertrouwen, blijft u het bedrag van het overlevingspensioen ontvangen. Overlijdt zijn/haar weduw(e)naar, dan veranderd dat niets aan het bedrag dat u ontvangt.

Nuttige adressen

De informatiediensten van de pensioenen beantwoorden al uw vragen:

* Voor wernemers in de privésector: Rijksdienst voor pensioenen (RVP), Zuidertoren, 1060 Brussel, tel. 02/529.30.02, www.onprvp.fgov.be, e-mail contactcenter.nl@rvponp.fgov.be. Voor vragen over uw (toekomstig) pensioen kunt u tussen 08h30 en 12h00 en van 13h00 tot 17h00 terecht op het groene nummer tel. 0800/502.46

* Voor zelstandigen, Rijksinstituut voor sociale verzekering der zelfstandigen (RSVZ), Jan Jacobsplein 6, 1000 Brussel, tel. 02/546.42.11, www.rsvz-inasti.fgov.be, e-mail info@rsvz-inasti.fgov.be

* Voor ambtenaren, Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS), Victor Hortaplein 40 bus 30, 1060 Brussel, tel. 02/558.60.00, www.pdos.fgov.be (lijst van de gewestelijke kantoren met uurregeling), e-mail info@pdos.fgov.be

* Voor werken buiten Europa: Dienst voor de overzeese sociale zekerheid (DOSZ), Louizalaan 194, 1050 Brussel, tel. 02/642.05.11, www.dosz.be, e-mail enfo@dosz.fgov.be

* De dienst info-pensioenen, postbus 175, 1060 Brussel, beantwoord vragen van toekomstige gepensioneerden (werknemers, ambtenaren en zelfstandigen vanaf 55 jaar). Aanvraagformulieren voor info bij deze dienst kunt u krijgen bij uw gemeente bestuur.

Bron Plus Magazine nr 218/2006

Auteurs Elfri De Neve, advocaat, en Annemie Goddefroy

Copyright © Roularta Media Group. Alle rechten voorbehouden. Deze informatie mag op geen enkele manier gepubliceerd, herschreven of heruitgegeven worden in eender welke vorm.

Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Wenst u dit artikel te scannen, digitaal op te slaan, te drukken, meermaals te kopiëren of commercieel te gebruiken? Contacteer Ann Soete, 051-266 570, soete.ann@roularta.be . Meer info over uw rechten op de website Press Copyrights .

Website Plus Magazine

Stiefkinderen en zorgkinderen betalen voortaan evenveel erfenisrechten als een biologisch kind.

Stiefkinderen en zorgkinderen betalen voortaan evenveel erfenisrechten als een biologisch kind. Let wel even op de opmerkingen of je vist achter het net. Gehandicapten krijgen bij een nalatenschap voortaan een grotere vrijstelling tot 54.000 euro.

Een zorgkind is elk kind dat ten minste drie jaar ononderbroken bij een persoon heeft gewoond die niet zijn biologische vader ofmoeder is en van die persoon hoofdzakelijk de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun biologische ouders krijgen. Tot voor kort werden deze kinderen bij de erfenis fiscaal benadeeld.

Waarom is deze gelijkschakeling stiefouders en stiefkinderen of zorgouders en zorgkinderen met natuurlijke ouders en natuurlijke kinderen nodig?

De wetgever wil met deze maatregel tegemoet komen aan de nieuwe moderne samenlevingsvormen en heeft de aldus bestaande discriminatie op het vlak van successierechten weggewerkt. Bij één op drie kinderen scheiden de ouders. Na verloop van tijd komen pa of ma een nieuwe partner tegen en gaan opnieuw trouwen. Maar vaak heeft de nieuwe vriend of vriendin ook al kinderen uit een vorige relatie. Bij het overlijden werden tot nu toe stiefkinderen altijd fiscaal benadeeld ten op zichte van natuurlijke kinderen.

Voor wie is de regeling van toepassing?

Opdat sprake zou zijn van een 'zorgrelatie' moet cumulatief aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

1. Het kind heeft vóór de leeftijd van 21 jaar, gedurende 3 achtereenvolgende jaren bij een andere persoon ingewoond

2. Het kind heeft bovendien gedurende voornoemde periode hoofdzakelijk van die andere persoon (al dan niet samen met zijn levenspartner), de hulp en verzorging gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen.

Belangrijke opmerkingen:

1. Merk op dat het niet vereist is dat de zorgrelatie nog actueel is op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap. Zo kan, net zoals bij biologische kinderen, het zorgkind het huis al jaren verlaten hebben als de toenmalige verzorgende ouder komt te overlijden. Ook in dit geval blijft het zorgkind aanspraak maken op de erfenis en krijgt hij of zij evenveel als zijn (stief)broers of (stief)zussen.

2. Maar! Net als bij stiefouders en stiefkinderen is ook bij personen waartussen een zorgrelatie bestaat of heeft bestaan de gelijkstelling met een verkrijging in rechte lijn strikt beperkt tot de personen die rechtstreeks verbonden zijn door de zorgrelatie, met andere woorden tot het zorgkind en de zorgouder. Ze strekt zich bijgevolg niet uit tot hun bloedverwanten. Bijvoorbeeld. Een alleenstaande moeder met één kind (A) hertrouwt met een alleenstaande vader met 1 kind (B). Tijdens dit huwelijk wordt er nog een kind (C) geboren. Vele jaren later trouwen alle kinderen en krijgen zelf allen kinderen. Het noodlot slaat toe: Kind A en kind B rijden samen naar de markt en krijgen een ongeval waarin ze beiden overlijden. Hun moeder is zo aangedaan dat ze enkele maanden later zelf sterft van verdriet. De kinderen van A krijgen hun deel van de erfenis omdat kind A een biologisch kind was. Kind C krijgt eveneens haar deel dankzij de huidige gelijkschakeling in de wetgeving. De kinderen van B (de stiefkleinkinderen) krijgen echter niets.

3. Let op: Zorgkinderen worden volgens de wet vooralsnog niet automatisch erfgenaam. Voormelde gelijkschakeling kan dan ook alleen maar worden toegepast als het zorgkind als erfgenaam wordt opgenomen via een legaat of testament. Opdat het zorgkind dezelfde tarieven en verminderingen als natuurlijke kinderen zou kunnen genieten, moet onder andere worden bewezen dat het kind heeft ingewoond bij de zorgouder. De inschrijving van het zorgkind in het bevolkings- of het vreemdelingenregister op het adres van de zorgouder geldt hier als weerlegbaar vermoeden.

Gehandicapten betalen minder erfenisrechten.

Ouders en familieleden maken zich vaak zorgen over hoe het verder moet met hun gehandicapte verwanten wanneer zij er niet meer zullen zijn. Om aan die zorg tegemoet te komen, kent de Vlaamse overheid sinds begin dit jaar aan zwaar gehandicapten een vrijstelling in de erfenisrechten toe. Het bedrag waarop geen rechten meer moeten worden betaald, hangt af van de leeftijd waarop de gehandicapte erft. Zo kan iemand in rechte lijn tot 54.000 euro erven zonder dat hij hierop successierechten moet betalen. Voor bedragen boven het vrijgestelde deel geldt het normale tarief.

Gezinswoning vererft gratis

 

De gezinswoning wordt in Vlaanderen voortaan vrijgesteld van successierechten - althans onder bepaalde voorwaarden, zoals gewoonlijk, en pas vanaf 1 januari 2007. Het decreet van 7 juli 2006 staat ondertussen in het Staatsblad van 20 september 2006.



Het successierecht is niet langer verschuldigd op het nettoaandeel dat echtgenoten en samenwonenden verkrijgen in de gezinswoning, op het ogenblik van het overlijden. Dit moet echter gepreciseerd worden. Het nettoaandeel is het bruto min de schulden. Die schuldenregeling is vrij ingewikkeld. Specifieke schulden worden op hun categorie aangerekend (gezinswoning, onroerend, roerend, familiaal), terwijl niet-specifieke schulden en begrafeniskosten pas in laatste instantie op de gezinswoning worden toegerekend. Op die manier worden de schulden maximaal ,,benut'' om successierechten te verlagen (De Groote en Van Boxstael, Fiscale Actualiteit 2006/35/6). Samenwonenden moeten ofwel wettelijk samenwonen ofwel minstens drie jaar samenwonen om de vrijstelling te kunnen genieten. Merk op dat voor de toepassing van het successietarief in rechte lijn één jaar samenwonen volstaat. De vrijstelling geldt ook niet als de samenwonende een bloedverwant in de rechte lijn van de erflater is, of een rechtverkrijgende is die voor de toepassing van het tarief met een rechtverkrijgende in de rechte lijn wordt gelijkgesteld. De vrijstelling geldt dus niet voor een inwonende vader, moeder, zoon of dochter, en evenmin voor stief- en zorgkinderen. Ook dat is een afwijking van de gewone regels voor samenwonenden.

De gezinswoning is de gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de erflater en zijn overlevende echtgenoot of partner. Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van de samenwoning.

Indien de samenwoning opgehouden heeft ,,door een geval van overmacht dat tot op het ogenblik van het overlijden heeft voortgeduurd, hetzij door de verplaatsing van de hoofdverblijfplaats van een van de of van beide betrokkenen naar een rust- of verzorgingsinstelling, of een serviceflatgebouw of een woningcomplex met dienstverlening'', blijft de vrijstelling gelden. Bij feitelijk samenwonenden wordt met een geval van overmacht enkel rekening gehouden, ,,aansluitend'' op de periode van 3 jaar samenwoning.

Enkele conclusies: er zijn voortaan dus verschillende soorten samenwonenden. Ook voor de gezinswoning kan men met meerderen samenwonen. Ter vergelijking: vroeger was overspel van de man alleen strafbaar, en een grond tot echtscheiding , indien hij ,,zijn bijzit in de gemeenschappelijke woning had gehouden'' (oud art. 230 BW). Nu krijgt de bijzit een vrijstelling van successierechten, op voorwaarde dat ze in dezelfde woning woont. De Vlaamse wetgever is dus wel vooruitstrevend!

Tontines tussen samenwonenden zijn dus minder gunstig geworden vanaf drie jaar samenwoning, met dien verstande dat tontines wel grotere burgerrechtelijke zekerheid geven. Samenwonenden hebben immers geen voorbehouden erfdeel, en erven zelfs niet van elkaar, tenzij bij testament. Maar zo'n testament is herroepbaar zonder dat de begunstigde het weet. Mensen die elkaar voldoende vertrouwen, kunnen de tontine dus opheffen vanaf drie jaar samenwoning.

Wat de kinderen erven in de gezinswoning, is niet vrijgesteld. Men zal dus geneigd zijn om de woning bij testament te legateren aan de langstlevende echtgenoot, of bij huwelijkscontract toe te bedelen aan de langstlevende. Dat is echter niet noodzakelijk gunstig, want bij het overlijden van de langstlevende wordt de gezinswoning dan wél belast, en wel in één keer.





Rik Deblauwe is advocaat bij Tiberghien Advocaten.

Schenken met behoud van vruchtgebruik

 

Het vruchtgebruik is een nuttig controle-instrument bij vermogensplanning, vooral bij schenkingen. Met vruchtgebruik kan je de geschonken goederen nog gebruiken én de vruchten blijven plukken. Een voorbeeld: beide ouders wensen tijdens hun leven al goederen aan hun kinderen te schenken. Op die manier komen hun kinderen (volledig of gedeeltelijk) in het bezit van het familiepatrimonium. Maar die verarming voor de ouders impliceert ook afstand van macht. En net die willen ze behouden. Soms zijn de kinderen nog minderjarig of niet in staat om zelf hun goederen te beheren. Verder willen de ouders ook de opbrengsten behouden, om hun bestaande levensstandaard te vrijwaren. Een schenking met voorbehoud van een levenslang vruchtgebruik kan een antwoord bieden. Een kleine greep uit de talrijke mogelijkheden. Zo kan het vruchtgebruik betrekking hebben op vastgoed, lichamelijke zaken, maar ook op schuldvorderingen (rekening-courant) en aandelen, obligaties of kasbons. Zelfs een vruchtgebruik op auteursrechten, de handelszaak of beleggingsfondsen kan. Bij een schenking van aandelen bewaren de ouders bovendien het stemrecht in de familievennootschap en bijgevolg ook de bestuurscontrole. Daarenboven ontvangen ze ook dividenden.

Het vruchtgebruik is wel gekoppeld aan het leven van de vruchtgebruiker. In hoofde van een natuurlijke persoon, per definitie sterfelijk, zal het vruchtgebruik eindigen door zijn overlijden. Hierop zijn geen successie- of registratierechten verschuldigd. Het dooft dus uit bij overlijden van de titularis. Al moeten we dat toch nuanceren: het vruchtgebruik kan bijvoorbeeld op beide ouders worden gevestigd, waarbij het vruchtgebruik bij het overlijden van één van hen, zal aanwassen bij de overlevende. Op deze aanwas is er geen taxatie verschuldigd indien ze als een last van de schenking is opgenomen. Ook kan iemand bedingen dat het vruchtgebruik bij zijn overlijden terugvalt op het hoofd van een derde. Denk bijvoorbeeld aan de vader die aan zijn twee kinderen effecten met voorbehoud van vruchtgebruik schenkt en bepaalt dat het vruchtgebruik zal terugvallen op het hoofd van zijn kersverse huwelijkspartner, de stiefmoeder van de kinderen. Deze terugval wordt in het Vlaams en Brussels Gewest met het successierecht belast, zodat zulke schenking met de nodige creativiteit en redactie dient te worden ingevuld.

Bovendien heeft de vruchtgebruiker een ongestoord bezit op zijn geschonken goederen. Hij mag de zaak blijven gebruiken, in welke handen de blote eigendom ook overgaat. Als extra beveiliging wordt in de schenkingsakte een vervreemdingsverbod in hoofde van de blote eigenaar opgelegd.

In België worden schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik belast op de waarde van de volle eigendom. Stel, vader en moeder (beiden 64 jaar, wonend in Gent) schenken hun effecten aan dochterlief. Zij willen beiden het vruchtgebruik behouden. De fiscale waarde van het vruchtgebruik zou hier 380.000 euro zijn, zodat de blote eigendom 620.000 euro is. Bij registratie bedraagt het schenkingsrecht (3%) 30.000 euro en niet 18.600 euro (3% op 620.000 euro). Merk op: een handgift met voorbehoud van vruchtgebruik kan niet ( Rb. Gent, 22 juni 2005 ). Dan is een notariële akte nodig. Bij een Belgische notaris zijn er onmiddellijk 3% schenkingsrechten verschuldigd. Bewandelt u bepaalde buitenlandse routes (bijvoorbeeld Nederlandse) dan zijn er geen schenkingsrechten verschuldigd. Blijf dan wel minstens nog drie jaar in leven, anders betaalt de begiftigde toch nog successierechten.

Jos Ruysseveldt is professor aan de Fiscale Hogeschool Brussel.

Home pagina Steunpunt Blijvend Ouderschap