JURIDISCH - RECHTSBIJSTAND

Verzekering rechtsbijstand
Rechtsbijstand brochure van de overheid
26 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand
21 APRIL 2007. - Wet betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat (1)
Wie heeft er recht op meer Kinderbijslag
Ziekte-uitkeringen bij co-ouderschap

 

Verzekering rechtsbijstand 02/06/2006

Persbericht van de Ministerraad

Toegang tot het gerecht voor alle burgers

Op voorstel van mevrouw Laurette Onkelinx, Minister van Justitie, en mevrouw Freya Van den Bossche, Minister van Begroting en Consumentenzaken, keurde de Ministerraad de orientatienota en het raamcontract inzake de verzekering ' rechtsbijstand' goed.

Sedert het begin van deze regeerperiode werden verschillende maatregelen genomen om de toegang tot het gerecht te verbeteren voor de minst bedeelden.

Het gaat hier onder meer over:

- Het gratis eerste advies, 'de eerstelijns juridische bijstand'

Ter herinnering: dit eerste juridische advies wordt verstrekt door rechtsbeoefenaars tijdens de juridische zittingen die m georganiseerd worden in de justitiepaleizen, de vredegerechten, de justitiehuizen, bepaalde gemeentelijke administraties, de meeste OCMW's en verschillende vzw's die over een juridische dienst beschikken.

De forfaitaire bijdrage van 12,39 euro die in de meeste gevallen gevraagd werd, is sedert 1 januari 2004 afgeschaft. Het eerste advies is dus gratis voor iedereen, ongeacht het inkomen.



- Een verhoging van de toegangsdrempels om te genieten van de 'tweedelijns juridische bijstand' (vroeger 'pro deo')

Op 1 januari 2004 werden de drempels om toegang te hebben tot de 'tweedelijns juridische bijstand' – met name de (gedeeltelijke) gratis toegang tot de bijstand van een advocaat in het kader van een rechtszaak – met 12,65% verhoogd, om nader aan te sluiten bij het gewaarborgd minimumloon.

Een veel groter aantal mensen kon zodoende genieten van een betere toegang tot het gerecht: niet alleen degenen die een uitkering ontvangen, maar ook bepaalde loontrekkenden of zelfstandigen.



- Een belangrijke verhoging van de budgettaire middelen voor de financiering van de juridische bijstand

Gelijktijdig hiermee werden de budgettaire middelen aanzienlijk verhoogd: in 2003 werd in de loop van het jaar het aanvankelijke budget van 25,6 miljoen euro opgetrokken met 2,5 miljoen euro (+ 10%). In 2004 werd een budget van 36,1 miljoen euro vrijgemaakt (+ 28,3%) en in 2005 bedroeg het budget meer dan 43 miljoen euro (+ 19,1%).

Deze opeenvolgende verhogingen zorgden voor een bijna verdubbeling van het budget voor de juridische bijstand. Dit maakte onder meer het volgende mogelijk:



- Een vermeerdering van het aantal personen die kunnen genieten van juridische bijstand;


- De voortdurende vermindering van de honorering van de advocaten die deze juridische bijstand verstrekken werd een halt toegeroepen. Zodoende werden meer ervaren advocaten ertoe aangezet om in dit kader prestaties te verrichten.



Verder werden er nog andere wetgevende of reglementaire initiatieven genomen die een betere toegang tot het gerecht mogelijk maken, zoals:
- De vereenvoudiging van de toekenningsprocedure voor rechtsbijstand;
- Het verbeteren van de toegang tot het gerecht in het kader van grensoverschrijdende zaken;
- De mogelijkheid voor de personen die zich in een situatie van overmatige schuldenlast bevinden om van juridische bijstand te genieten;
- De veralgemening van het beroep doen op de bemiddeling, een manier die wordt voorgesteld om buiten de rechtbank om conflicten op te lossen: een snelle en efficiënte manier, die ook veel goedkoper is dan een rechtszaak.



Echte toegang voor iedereen

Het voorgaande maakt duidelijk dat de minst bedeelden kunnen genieten van gratis of gedeeltelijk gratis rechtsbijstand. Ook de meest gegoeden hebben geen probleem om de kosten van een rechtszaak te dragen. Maar dit probleem stelt zich wel voor de grote meerderheid van de rechtsonderhorigen: het is ontoelaatbaar dat de middenklasse van onze samenleving geen reële toegang heeft tot het gerecht.

In deze optiek heeft de Minister van Justitie vele maanden gewerkt aan de mogelijkheden tot hervorming, zodat de toegang tot het gerecht daadwerkelijk voor iedereen gegarandeerd is.

Om een eventuele hervorming tot een goed einde te brengen was het nodig dat alle betrokken actoren werden bevraagd, zowel de actoren van de justitie, zoals de Orden van advocaten of de Hoge Raad voor de Justitie, als de verbruikersverenigingen of Assuralia.



De verzekering rechtsbijstand

De keuze viel op de oplossing van een verzekering rechtsbijstand.

De verzekering rechtsbijstand is immers een eenvoudig, efficiënt en niet verplichtend middel dat ter beschikking is van de burgers om zich te beschermen tegen het financiële risico van een rechtszaak. Op deze wijze wordt kunnen ze hun rechten doen gelden voor de rechtbank, zowel als eiser dan als verweerder.

Sedert meerdere maanden zijn de Minister van Justitie en de Minister van Begroting en Consumentenzaken onderhandelingen gestart met Assuralia, teneinde de nadere regels te definiëren voor het aan de burger ter beschikking stellen van een dergelijke verzekeringsovereenkomst.

Deze onderhandelingen zijn uitgelopen op de realisatie van een ontwerp van een model van verzekeringscontract rechtsbijstand, dat als basis zal dienen door de verzekeringsmaatschappijen die dergelijke diensten aanbieden.

De realisatie van een dergelijk modelcontract heeft tot doel tegemoet te komen aan de belangen van een zo groot mogelijk aantal burgers, door het aanbieden van een volledig product dat financieel aantrekkelijk is, waarbij gezorgd wordt dat het voor de verzekeraars economisch gezien houdbaar blijft.

Welke voordelen heeft de verzekering 'rechtsbijstand' die de regering onderhandelde?

Er bestaan momenteel verschillende verzekeringscontracten voor rechtsbijstand, maar het toepassingsgebied daarvan is vaak beperkt en bovendien genieten deze contracten van geen enkele afdwingbare omkadering inzake het minimaal gedekte risico, het bedrag van de premie of dat van de franchise die wordt toegepast bij schadegevallen.

Alhoewel de 'all-in' rechtsbijstandverzekeringen redelijk wat succes kennen in Duitsland en Nederland en iets minder in Frankrijk, blijken ze in België relatief onbeduidend te zijn.

Het ontwerp van modelcontract dat door de regering werd onderhandeld met de verzekeraars stelt een oplossing voor die ernstig is, kwalitatief, tegen een redelijke prijs en voor een dekking die uitgebreid is tot de meest voorkomende situaties die elke rechtsonderhorige voor de hoven en rechtbanken kan brengen.

- Het bedrag van de premie

Het ontwerp van modelcontract dat door de regering werd onderhandeld beperkt het maximumbedrag van de jaarlijkse premie op 144 euro, exclusief taksen. De regering zal een budgettaire inspanning leveren (1 miljoen euro op jaarbasis) door het afschaffen van de taks van 9,25% die momenteel geheven wordt op de verzekeringspremies.

Voor degenen die deze verzekering onderschrijven zal het dus maximaal 12 euro per maand kosten.

- Het bedrag van de franchise bij een schadegeval

De franchise zal niet meer dan 250 euro mogen bedragen.

Bovendien zal deze franchise niet worden geëist indien een beroep wordt gedaan op de manieren om conflicten in der minne te regelen, zoals de bemiddeling, die recent door de wet van 21 februari 2005 werd ingevoegd in het Gerechtelijk Wetboek.

- De dekking

Naast de burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering auto en verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid met betrekking tot het privé-leven (de zogenaamde 'familiale') kunnen er ook in andere rechtsdomeinen heel wat geschillen kunnen ontstaan: met een echtgenoot, een handelaar, bij een nalatenschap, met een eigenaar, een aannemer, de fiscale of een andere administratie...

Het ontwerp van modelcontract rechtsbijstand stelt een substantiële dekking voor (bijna alle materies), met redelijke tussenkomstlimieten voor de verzekeraar.

Om het product financieel toegankelijk te houden zullen bepaalde materies, waaronder het arbeidsrecht (ten laste genomen via andere financieringsbronnen, zoals voor de personen de aangesloten zijn bij een vakvereniging en de juridische bijstand voor degenen die sociaal uitkeringsgerechtigde zijn) en de contentieuze echtscheidingszaken (een onvermijdelijk risico, drie echtscheidingen op vier in Brussel) toegankelijk zijn, maar dan wel het voorwerp zijn van een bijkomende premie.

Er moest dus een compromis worden gevonden tussen het bedrag van de premie en omvang van de verzekerde materies, teneinde te vermijden dat de verzekeraars producten moeten aanbieden die financieel aantrekkelijk zijn maar die verder geen inhoud hebben, omdat de lijst met uitsluitingen groter zou zijn dan wat gedekt wordt.

Het ontwerp van raamcontract zal ter raadpleging worden overgezonden aan de Ordre des barreaux francophones et germanophone, de Orde van Vlaamse balies, Test-Aankoop, de Raad voor het Verbruik, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en aan de Commissie voor Verzekeringen.

De vereiste wettelijke en reglementaire bepalingen voor het opstellen van het modelcontract zullen worden uitgewerkt, zodat ze op 1 januari 2007 van kracht kunnen worden.

De regering hoopt met dit initiatief de rechtsonderhorigen aan te moedigen om een verzekering rechtsbijstand te onderschrijven, waardoor ze veel makkelijker toegang tot het gerecht zullen hebben.

Voor meer informatie:

Persdienst van de Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie
Handelsstraat 76/80
1040 Brussel
Mevrouw Saar Vanderplaetsen (N)
Tel.: 02/233.50.06 - 0479/86.52.48
s.vanderplaetsen@lo.fgov.be
Mevrouw Annaïk de Voghel (F)
Tel.: 02/233.51.21 - 0472/71.99.31
a.devoghel@lo.fgov.be


Persdienst van de Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken
Koningsstraat 180
1000 Brussel
de heer Johan Van Hoecke
Tel.: 02/549.09.76 - 0477/48.64.48
johan.vanhoecke@work.fed.be

De Algemene Directie Externe Comunicatie Kanselarij van de Eerste Minister kan u bereiken op het volgende adres: monique.discalcius@premier.fed.be

Rechtsbijstand brochure van de overheid

Deze brochure geeft u de nodige inlichtingen over rechtbijstand en u kunt hier lezen

26 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand

U kunt de volledige wet hier lezen

21 APRIL 2007. - Wet betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat (1)

U kunt de volledige wet hier lezen

Update 12/10/2007

Verhaalbaarheid van erelonen van advocaten

De ministerraad keude het ontwerp van Koninklijk Besluit goed dat minister van Justitie Laurette Onkelinx voorstelde in verband met de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van advocaten.

De regering verbond er zich in haar verklaring van juli 2003 toe om samen met de balies na te denken over het instellen van een baremisering van de erelonen van de advocaten en over de verhaalbaarheid van de erelonen op de in het ongelijk gestelde partij.

In september 2004 staat een arrest van het Hof van Cassatie de verhaalbaarheid toe: het stipuleert dat de erelonen en kosten van een advocaat die een benadeelde persoon moet dragen als gevolg van een contractuele fout, deel uitmaken van de vergoedbare schade, voor zover die het resultaat zijn van een contractuele fout.

Het arrest leidde tot een reeks onzekere jurisprudentiële toepassingen. Een wetgevend initiatief bleek dus noodzakelijk om die onduidelijkheden zo snel mogelijk uit de weg te ruimen.

Een wetsvoorstel betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, werd door mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Flor Koninckx ingediend in de Senaat.

De regering diende een aantal amendementen op dit voorstel in met als voornaamste doelstelling dat de verhaalbaarheid geregeld kan worden:
- zonder de toegang tot het gerecht te verminderen;
- en te vermijden dat de kwestie van de verhaalbaarheid aanleiding geeft tot het voeren van een proces in een proces, waardoor de kans bestaat dat de gerechtelijke achterstand nog toeneemt;
- door tegelijk op een correcte manier te antwoorden op de volledige complexiteit van het probleem.

Hiertoe heeft de regering onder meer de Orden van advocaten geraadpleegd.
Dit leidde tot de stemming van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten van advocaten.


Een ruime beoordelingsbevoegdheid voor de rechter, op basis van precieze criteria.

De oplossing die uitgewerkt werd, geeft aan de rechter een ruime en op precieze criteria gebaseerde beoordelingsbevoegdheid om het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding te bepalen.

Dit bedrag wordt bepaald op basis van een rooster dat rekening houdt met het financiële belang van het geschil.

Dit bedrag kan men verhogen of verlagen tot een maximum of een minimum dat de Koning, na advies van de Orden, bepaalt. De criteria voor die beoordeling zijn:
- de financiële draagkracht van de verliezende partij, om de vergoeding te verlagen;
- de complexiteit van de zaak;
- de belangrijkheid van de contractuele vergoedingen die de partijen die in het gelijk zijn gesteld overeenkomen;
- het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

Dankzij de uitgebreide beoordelingsbevoegdheid en de richtlijnen die voor de beoordeling aan de rechter worden gegeven, kan men de verhaalbaarheid op een soepele en genuanceerde wijze toepassen, wat een essentiële waarborg is voor de toegang tot het gerecht.

Om de toegang tot het gerecht voor de meest zwakken te behouden, is voorzien dat als de partij, die in het ongelijk wordt gesteld, de tweedelijns juridische bijstand geniet, de rechtsplegingsvergoeding wordt bepaald op het minimumbedrag voorzien door de Koning. Er is echter wel een uitzondering voor de kennelijk onredelijke situaties.

In ieder geval zal geen enkele partij een vergoeding moeten betalen die meer bedraagt dan het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding voor de tussenkomst van een advocaat van een andere partij.


Uitbreiding van het systeem van verhaalbaarheid tot de strafrechtelijke procedure.

De rechtsonderhorigen die voor een burgerlijke of een strafrechtelijke jurisdictie een schadevergoeding vragen, moeten inzake de verhaalbaarheid op dezelfde manier worden behandeld.

Daartoe wordt het systeem van de verhaalbaarheid uitgebreid tot de strafrechtelijke procedure.

Dit betekent concreet dat als de beklaagde veroordeeld wordt tot het vergoeden van de burgerlijke partij, hij ook zal veroordeeld worden tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding. Maar als hij wordt vrijgesproken, zal de burgerlijke partij veroordeeld worden tot het aan hem betalen van de rechtsplegingsvergoeding, voor zover zij de strafvordering in gang heeft gezet door een rechtstreekse dagvaarding.

Indien daarentegen het openbaar ministerie de strafvordering in gang heeft gezet of indien dat gebeurde door een burgerlijke partijstelling in handen van een onderzoeksrechter en de raadkamer (of de kamer van inbeschuldigingstelling) besluit om naar de rechtbank te verwijzen, zal de verhaalbaarheid niet gelden. Door te vervolgen vertegenwoordigt het openbaar ministerie immers het algemeen belang en het kan dus derhalve niet op gelijke voet gesteld worden met een burgerlijke partij, die de strafvordering alleen op gang zal brengen voor het verdedigen van een privé-belang.

Gezien de bijzondere aard van het hof van assisen, alsmede over de manier waarop dit hof kan gevat worden, is evenmin voorzien dat men de burgerlijke partij die voor deze jurisdictie in het ongelijk wordt gesteld zal kunnen veroordelen tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding.

De toepassing van de nieuwe wet zodra die van kracht wordt op alle lopende zaken.

Tot slot voorziet de nieuwe wet expliciet dat ze van toepassing zal zijn op alle lopende zaken vanaf haar inwerkingtreding op 1 januari 2008.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 2 september 2004 heeft immers een belangrijke rechtsonzekerheid geschapen voor de nieuwe zaken en die die lopende waren toen het Hof dat arrest velde.

Sedertdien vragen de partijen systematisch aan de rechter de toepassing van de verhaalbaarheid, zonder dat hij (noch de partijen) ter zake over duidelijke en precieze regels beschikt.

Het lijkt derhalve uit het oogpunt van gelijkheid en non-discriminatie opportuun om te voorzien dat de partijen op een identieke manier zullen behandeld worden bij de vraag over de verhaalbaarheid, onafhankelijk van de datum waarop de zaak werd ingeleid.

Het was in ieder geval van belang dat er zo snel mogelijk een einde werd gemaakt aan de rechtsonzekerheid die veroorzaakt werd door het arrest van september 2004.

Wie heeft er recht op meer Kinderbijslag

Het is een tijdje stil geweest wat de kinderbijslag betreft. Nochtans gebeuren er soms ook aanpassingen waarover er weinig wordt verteld, maar die toch steeds welkom zijn voor degene die ze ontvangt. Wij wijzen u op enkel veranderingen die er recent zijn doorgevoerd.

1 Verhoging van de kinderbijslag voor het eerste kind van zelfstandigen vanaf 1 april.

Het was algemeen geweten dat de kinderbijslag voor een enig kind als zelfstandige belachelijk laag was. Dit bedroeg namelijk 39,97 euro per maand. Voor een gepensioneerde zelfstandige was dit 63,39 euro.

Vanaf 1 april zijn beide bedragen verhoogd tot 60 euro voor een actieve zelfstandige en 83,42 euro voor een gepensioneerde.

2 Toeslag op de kinderbijslag voor éénoudergezinnen in de werknemersregeling vanaf 7.6.2007.

Vorig jaar heeft de regering een schoolpremie ingevoerd. Het was een eenmalige tussenkomst voor kinderen tussen zes en zeventien jaar die normaal ook dit jaar zal betaald worden.

Vanaf 1.6.2007 is er een bijkomende toeslag voorzien voor éénoudergezinnen. Vanaf de kinderbijslag van de maand mei (betaald in juni] is er maandelijks een opslag van 20 euro per kind voorzien.

Uiteraard zijn er hier een aantal voorwaarden:

Het éénoudergezin moet de kinderbijslag aan het gewone barema uitbetaald krijgen.Ditmaal geldt het voordeel enkel voor de werkenden, en zijn de ouders die een verhoogd barema hebben uitgesloten. Dit is in zekere zin logisch want zij krijgen al veel meer betaald. Er mag geen sprake zijn van samenwoonst met een partner.

Ouders die gescheiden leven terwijl er geen domicilie werd gewijzigd, hebben er dus belang bij om naar de gemeentelijke diensten van de burgerlijke stand te stappen.

Het maandelijks bruto-inkomen mag niet hoger liggen dan 1740,15 euro. Deze maatregel geldt dus speciaal voor de alleenstaande ouders die gaat werken aan een laag loon.

Iedere alleenstaande ouder die kinderbijslag als loontrekkende geniet, zal in de loop van deze maand een brief ontvangen waarin er gevraagd wordt of er aan de inkomstenvoorwaarden is voldaan. Indien men hoger zit, heeft het geen zin op deze brief te reageren.

Opgelet voor werklozen, zieken, gepensioneerden die drie kinderen of meer hebben waarvoor ze kinderbijslag ontvangen.

Enkel vanaf het derde kind is er recht op een toeslag. Op het ogenblik bedraagt de kinderbijsLag voor het derde kind immers 217,13 euro voor iemand die aan het gewoon barema betaald wordt en 221,48 euro voor iemand die aan het verhoogd barema betaald wordt. Dit is een verschil van 4,35 euro.

Vanaf 1.6.2007 komt er voor deze categorie 15,65 euro bij vanaf het derde kind zodat het totale verschil ook 20 euro gaat bedragen.

Indien u meent dat er een foutief bedrag werd betaald, gelieve met uw betalingsbewijs van juni 2007 contact op te nemen met een van de medewerkers van het CAW bij u in de buurt.

Vanaf 08 juni 2007 ontvangen alleenstaande ouders met beperkte inkomsten meer kinderbijslag. Dit besliste de Federale Regering in maart 2007.

Deze nieuwe maatregel geldt voor de kinderbijslag vanaf de maand mei 2007, die voor het eerst betaald wordt in juni 2007.

Wie komt in aanmerking voor deze verhoging ?

De ouder die de kinderbijslag ontvangt moet aan twee voorwaarden voldoen :

•  de ouder mag niet samenwonen of een feitelijk gezin vormen;

•  de ouder mag niet meer verdienen dan 1740,15 € bruto per maand

Wie komt niet in aanmerking voor deze verhoging ?

•  het kind dat zijn kinderbijslag zelf ontvangt omdat het een eigen domicilie heeft, gehuwd of ontvoogd is. Dit kind wordt niet als alleenstaande ouder beschouwd.

•  De alleenstaande ouder die verhoogde wezenbijslag ontvangt; geniet een vast maandelijks bedrag per kind, ongeacht het gezinsinkomen.

Hoeveel bedraagt de verhoging ?

•  Als alleenstaande ouder die gewone kinderbijslag of gewone wezenbijslag ontvangt, krijg je een maandelijkse toeslag van 20 € per kind, op voorwaarde dat je beperkte inkomsten hebt.

•  De alleenstaande ouder die al verhoogde kinderbijslag als langdurig werkloze, gepensioneerde of invalide ontvangt, krijgt vanaf het derde kind een bijkomende maandelijkse toeslag van 15,65 €. Dit betekent dat de kinderbijslag vanaf het derde kind voor alle alleenstaande ouders met beperkte inkomsten gelijk is aan 237,13 €.

Dient de toeslag aangevraagd te worden ?

•  als u al recht heeft op verhoogde kinderbijslag als langdurig werkloze, invalide of gepensioneerde, dan zal u automatisch de nieuwe toeslag ontvangen vanaf het derde kind als éénoudergezin met beperkte inkomsten.

•  Als u gewone kinderbijslag ontvangt, dan heeft U waarschijnlijk een brief ontvangen van het kinderbijslagfonds. Deze diende U in te vullen en terug te sturen naar het kinderbijslagfonds. Mocht dit niet het geval zijn, dan neemt U best contact met uw kinderbijslagfonds.

Ziekte-uitkeringen bij co-ouderschap

De laatste jaren is er heel wat gewijzigd in het kader van de wetgeving over echtscheiding, samenwonen, enz…

De schuldloze scheiding is een nieuw begrip met allerlei gevolgen op het vlak van alimentatie.

Een arbeidsongeschikte gerechtigde die alleenstaand is kan in sommige gevallen aanspraak maken op een bedrag als gezinshoofd.

De voorwaarde die hieraan verbonden is : is dat de gerechtigde moet bewijzen dat hij in het kader van co-ouderschap minstens 2 dagen per week met het kind samenwoont.

Er moet dus sprake zijn van ‘regelmatige samenwoning'.

‘Regelmatige samenwoning' betekent dat men effectief gedurende gemiddeld minstens twee dagen per week samenwoont met het kind. Het gemiddelde wordt berekend naar gelang de cyclus die door de rechter wordt beslist of zoals overeengekomen in een notariële akte.

De dag dat een kind aanwezig is, telt enkel mee als deze dag voorafgegaan of gevolgd wordt door een overnachting bij de gerechtigde.

Bijvoorbeeld : een kind dat aanwezig is van zaterdag middag tot zondag middag wordt voor twee dagen gerekend; de zaterdag telt mee omdat deze gevolgd wordt door een overnachting, de zondag telt mee omdat deze voorafging aan de overnachting.

Om aanspraak te maken op deze ziekte-uitkeringen maakt men best kopie van de gerechtelijke beslissing of notariële akte over de regeling met het kind, en overhandigt men deze aan de dienst uitkeringen van de ziekenkas.

Home pagina Steunpunt Blijvend Ouderschap