PSYCHOLOGIE - OUDERVERVREEMDING (PAS)

I BEMIDDELING I HET KIND EN BEMIDDELING I OUDERVERVREEMDING I ONDERZOEKEN I HULPCENTRA I STUDIE DAGEN I

Parental Alienation Syndrome (PAS)

Wat is oudervervreemding ? (PAS)
Een pijnlijke herkenning ?
CHECKLIST OUDERVERSTOTING - VERVREEMDING
Kort verslag symposium ouderverstoting 13/02/07
Uitgebreid verslag symposium ouderverstoting 03/07/07 Ursula Kodjoe

Wat is oudervervreemding ? (PAS)

oudervervreemding ontstaat bij niet (meer) bij elkaar wonende ouders meestal als één van beide ouders de kinderen door manipulatie opzet tegenover de andere ouder om met medewerking van de kinderen alle contacten van die kinderen met die andere ouder te verhinderen.

Doe het nodige om uw locale gemeenschap bewust te maken van dit probleem .

Wist u dat…
oudervervreemding een vorm is van kindermisbruik?

Oudervervreemding veronderstelt de systematische hersenspoeling en manipulatie van de kinderen met als enig doel een liefdevolle en warme verhouding te vernietigen die zij eerder deelden met een ouder.

Oudervervreemding en vijandig agressief ouderschap beroven de kinderen van hun recht om bemind te worden door en liefde te tonen voor elk van beide ouders. Deze zelfzuchtige, wraakzuchtige en boosaardige daden die gesteld worden door de vervreemdende ouder (de ouder die verantwoordelijk is voor de manipulatie en de hersenspoeling) worden beschouwd  als een vorm van kindermishandeling – omdat die vervreemdingstactieken die gebruikt worden op de kinderen verstorend, verwarrend en vaak schrikaanjagend zijn en de kinderen beroven van hun gevoel van zekerheid en veiligheid.

De meeste mensen kennen oudervervreemding en vijandig agressief ouderschap niet tot zij het zelf ondervinden. De bewustwordingsdag van oudervervreemding werd ingesteld om het bewustzijn te helpen tot stand brengen over dit groeiend probleem van mentaal en emotioneel kindermisbruik dat meestal optreedt bij echtscheiding of scheiding.

Wij hebben uw hulp nodig om de onschuldige… de kinderen te beschermen.

Wij hebben uw hulp nodig om het publiek op te voeden en bewust te maken van de gevolgen van oudervervreemding en van vijandig agressief ouderschap.

Het doel van de bewustmaking is de rechters, de politiebeambten, de psychiaters, advocaten en ook de vrienden en de familie van mensen die hun kinderen misbruiken door vijandig agressief ouderschap en vervreemdingtactieken bewust te maken van dit groeiend probleem en deze vorm van misbruik.

Met bewustwording komt opvoeding en begrip, en de kracht om het misbruik te stoppen van onschuldige kinderen die verstrikt raken in het spervuur van de mensen van wie zij houden.

Bron www.ouderverstoting.nl

Een pijnlijke herkenning ?

Bent u een van de vele zorgzame gewone ouder die op traumatische wijze door de andere ex-partner gescheiden is van uw kind(eren) en alle contact met hen ? Bent u een van de vele ouders die maanden/jarenlang door de andere ex-partner actief van hun kinderen vervreemd en onthecht worden ?

Bent u een van de vele ouders die dagelijks aan (het grote gemis van) hun eigen kind(eren) herinnerd worden ? door:
- het diepe gevoel dat een deel van hun leven, een deel van hun hart uit hun bestaan, uit hun lijf is gerukt;
- het dagelijks zien van kinderen op straat, bij vrienden en familieleden, op tv;
- kinderen die in de stad, op straat, spelen, of 'papa' of 'mama' roepen;
- tijdens gesprekken verhalen over kinderen te horen krijgen;
- door de herinneringen die ze hebben aan hun kinderen;
- tijdens fiets- of wandelingen door de omgeving aan ze te denken, op de plek waar het kind altijd graag in het klimrek klom, de eendjes en herten voerde, gewone dingen die 'gewoon' afgenomen zijn ;
- op hun eigen verjaardagen zelfs geen tekening of kaartje of telefoontje van hun kind krijgen;
- de verjaardag van hun kind niet samen met het kind te mogen vieren, niet eens hun kind te mogen bellen om te feliciteren, door een moeder; die dit niet wil en haar kind volledig afschermt van haar vader;
- rond feestdagen (eigen verjaardag en die van oma en opa, Sinterklaas, Kerst, Oud en Nieuw, vaderdag, etc.) hun kind(eren) niet te mogen zien;
- door over hun kinderen te dromen alsof ze nooit weggeweest zijn;
- door andere kinderen die vragen wanneer je kind weer komt spelen;
- voor het slapen gaan aan hun kind(eren) te denken;
- bij het opstaan aan hun kind(eren) te denken;
- soms niet meer te wíllen opstaan omdat ze dan weer met hun intense verdriet de dag door moeten,

Ouders die

- er regelmatig slecht door slapen omdat ze veel nadenken over hun kinderen en de ex-partner en hoe het verder moet doordat ze vaak in gekmakende en geldverslindende procedures verwikkeld zitten en geconfronteerd worden met de beschamende werkwijze van raden voor kinderbescherming en kinderrechters;
- het moeilijker gaan vinden om zoals altijd onbevangen met kinderen om te gaan, vooral als ze door de ex-partner vals van sexueel misbruik beschuldigd zijn, ook nadat dit onderzocht is en de aangifte geseponeerd is;
- door de hele situatie concentratieproblemen krijgen bij de dagelijkse zaken in hun bestaan en werk;
- problemen krijgen in huidige relaties door de constante aandacht voor de situatie rond de omgang met zijn kind en daarom andere zaken minder belangrijk vinden;
- door de woede, het verdriet en de machteloosheid hun gezondheid aangetast zien worden;
- een soort van verliesverwerking en 'rouw' ervaren en moeten doormaken over hun kind dat nog wel degelijk in leven is !
- een plaatsvervangend verdriet voor hun kinderen ervaren, die door de houding en het gedrag van hun moeder of vader gedurende soms jaren in hun jonge bestaan alle contact en omgang met hun papa of mama (en vaak ook oma en opa) moeten missen.

De definitieve verandering
Het leven van een ouder die, behalve van alle contact met zijn kind(eren) beroofd te zijn, ook nog door de ex-partner valselijk wordt beschuldigd van sexueel misbruik van zijn kind, verandert vanaf dat moment op een ongelooflijke manier. Ook het leven van zijn familie ontkomt niet aan een verandering. De toekomstkansen van een ouder die mogelijk een werkkring met kinderen heeft of hierin werkzaam zou willen zijn, worden zwaar belast en bemoeilijkt. Een sepot na justitieel onderzoek of een vrijspraak doen hier weinig aan af. Het maatschappelijke psychische effect en ‘principe' van “waar rook is is misschien ook vuur”, en dát kunnen we niet riskeren, geldt ook hier. Ook al is er sprake van niet bestaande, door de ex-partner opgetrokken, valse ‘psychische', vaak oncontroleerbare, rook. De ouder is gestigmatiseerd. Het kost een ex-partner niets om een valse aangifte te doen. Na een sepot hiervan worden geen enkele kosten op de ex-partner verhaald. Het is gewoon, op kosten van de overheid, vrij ‘prijsschieten' op ouders. Je weet maar nooit, misschien lukt het me hem zó kapot te krijgen, moeten vele ex-partners haast wel denken, die bewust deze valse aangiften doen. Niet beseffende welke (in)directe psychische schade ze tegelijk aan hun kind(eren) voor het leven toebrengen ! Elke beschadiging van de ouder is een (in)directe beschadiging en belasting van het kind, voor het leven.

(*) De naam en het voornaamste onderwerp van dit onderwerp, 'Ouderverstoting', is een woord met een voor velen sterk negatief (afstotend) karakter. Helaas zíjn houding en gedrag en de activiteiten - die als oudervervreemdend en ouderverstotend in verschillende gradaties kunnen worden aangemerkt - in de praktijk schadelijk, beschadigend en negatief van karakter.
Oudervervreemdings- gijzelings- en ouderverstotingsgedrag wordt aanzien als schadelijk en verwerpelijk .

Ouders, die ondanks dat zij niet (meer) bij elkaar wonen (bijvoorbeeld door scheiding of einde -partner-relatie) er wél voor blijven zorgen dat de relatie en familieband van hun kinderen met de andere welwillende ouder en familie zo ongestoord mogelijk doorgang kan blijven vinden, gelukkig de meeste, verdienen alle lof. Op deze ouders is veel informatie op deze pagina dan ook zeker niet van toepassing.

Bron www.ouderverstoting.nl

CHECKLIST OUDERVERSTOTING - VERVREEMDING

Ouders, bent u (on)bewust bezig met ouderverstoting ?

Ouderverstotings-gedrag komt bewust en onbewust in verschillende gradaties voor, met name tijdens of na scheidingsprocessen of andere conflicten tussen ouders, van zelden tot dagelijks, van zeer subtiel tot grof, van lichte tot zeer ernstige psychisch/emotionele schade toebrengend aan vooral de kinderen, op korte en lange termijn. De verstoten ouders van deze kinderen worden hierdoor meestal eveneens in ernstige mate beschadigd.

Een aantal situaties, een aantal vragen om dit bij uzelf na te gaan:
(wees hierbij eerlijk in de beantwoording, wees eerlijk naar uw kind(eren))

GEDRAG KINDEREN

  • Gelooft u dat (kleine) kinderen veel van het gedrag en de houding van hun ouders overnemen ?
  • Gelooft u dat het gedrag en de houding van kinderen veelal aangeleerd wordt door de mensen (ouders, leerkrachten, buurtbewoners, kinderen,...) in de omgeving van de kinderen ?
    Denkt u dat dit ook geldt voor veel van hun emoties en angsten ?
  • Gelooft u dat kinderen makkelijk te beïnvloeden zijn ?
  • Gelooft u dat kinderen makkelijk bang te maken zijn ?
  • Gelooft u dat kinderen makkelijk schrikken van voor hun onbekende zaken ?
  • Gelooft u dat uw kinderen in dit opzicht anders zijn dan andere kinderen ?
  • Van wie denkt u dat uw kinderen eerder het gedrag overnemen/kopiëren, van de ouder bij wie het kind het meest verblijft en zich grotendeels van afhankelijk voelt en is, of dat van de ouder bij wie het kind het minst verblijft ?
  • Met welke voornaamste voorbeelden in gedrag en houding komen de kinderen in aanraking als zij geen enkel contact meer kunnen/mogen hebben met de vader ?

SPREKEN OVER DE ANDERE OUDER MET DE KINDEREN

  • Bent u tegenover of in het bijzijn van uw kinderen positief over hun andere ouder? Of maakt u denigrerende opmerkingen en/of kraakt u hem regelmatig af en/of laat u uw eigen negatieve emoties ten aanzien van de andere ouder duidelijk aan de kinderen merken ?
  • Suggereert u uw kinderen wel eens, dat het bij de andere ouder niet leuk is of dat er bij de andere thuis mogelijk ‘dingen' gebeuren die ‘niet fijn' zijn ? Denkt u dat uw kinderen hier gevoelig voor zijn en dat u zo uw eigen negatieve ideeën en/of angsten op uw kinderen overbrengt ? Denkt u dat uw kinderen uw angstgevoelens als ‘echt' kunnen ervaren ? Denkt u dat uw kinderen kunnen schrikken van wat u suggereert en er angstig gedrag door kunnen gaan ontwikkelen ? Hebben uw kinderen de vaardigheid om te relativeren of om middels eigen ervaring bij de andere ouder na te gaan of uw uitspraken werkelijk zo zijn ?

SPREKEN OVER DE ANDERE OUDER MET ANDERE VOLWASSENEN

  • Spreekt u met respect over de andere ouder met familie en/of vrienden in het bijzijn van uw kinderen ? Of kraakt u hem regelmatig af en laat u uw negatieve emoties duidelijk merken, terwijl de kinderen in dezelfde ruimte aanwezig zijn en/of ze u kunnen horen ?

SPREKEN OVER DE ANDERE OUDER MET ‘DESKUNDIGEN'

  • ‘Vergeet' u de positieve kanten van de andere ouder te vermelden aan mensen uit uw omgeving en aan de evt. door u ingeschakelde therapeuten, advokaten en/of bepaalde bij uw situatie betrokken ‘deskundigen' ? Is het uw bedoeling om zodoende uw eigen negatieve gevoel richting de andere ouder door deze anderen overgenomen te laten krijgen en daarmee zelf extra ondersteuning te krijgen voor uw (incomplete, negatieve) verhaal ?
  • Staat u erop om samen met de andere ouder over verschillen van mening te spreken, eventueel met een ervaren bemiddelaar ? Of vindt u dit ‘onzin' omdat u ‘toch wel weet hoe de andere ouder reageert' en het daarom zinloos vindt ?
  • Creëert u voor uzelf een onrealistisch ‘ideaal-beeld' van de andere ouder die u voor uw kinderen (en als partner voor uzelf) gewenst had ?
  • Verwijt u de andere ouder niet aan úw ‘ideaal-beeld' van een ouder/partner te voldoen ?
  • Kunt u accepteren dat de andere ouder van uw kinderen gewoon niet in alle opzichten aan dit ideaalbeeld voldoet c.q. nooit zal kúnnen voldoen ?
  • Vergroot u eventuele ‘niet ideale' eigenschappen van de andere ouder tot onrealistische proporties ?
  • Vindt u het eerlijk van uzelf dat u de andere ouder afzet tegen en afrekent op verschillen van úw beeld, waaraan een ouder in uw ogen precies zou moeten voldoen ?

TELEFOONTJES / BRIEVEN / EMAIL VAN DE ANDERE OUDER VOOR KINDEREN

  • Bent u enthousiast naar uw kinderen als de andere ouder belt om even met zijn kinderen te spreken ?
    Zegt u tegen uw kinderen op een neutrale (of negatieve) toon dat er ‘iemand' voor hun aan de telefoon is ? Of roept u ze enthousiast, zeggende dat hun andere ouder aan de telefoon is en spoort u ze aan om aan de telefoon te komen, om te vertellen over wat ze bijvoorbeeld die dag hebben meegemaakt ?
  • Reageert u anders op een telefoontje van de andere ouder als u zelf visite heeft ?
    Bent u dan wél positief richting de kinderen over het telefoontje, in tegenstelling tot als u alleen met de kinderen bent ? ‘Speelt' u dan de ‘goede' ouder, zodat de visite uw houding richting de andere ouder wél positief ervaart ?
  • Zegt u vaak, zonder dat u hier enige moeite mee heeft, tegen de andere ouder dat hij/zij op het ‘verkeerde moment' belt, bijvoorbeeld dat u net zit te eten, of de kinderen net boven aan het spelen zijn, of een andere reden ? Zegt u vaak dat hij/zij een andere keer maar weer eens moet bellen, i.p.v. zelf te zeggen dat u of de kinderen terug zullen bellen ?
  • Spoort u uw kinderen, als zij hier mogelijk niet zelf aan denken, aan om af en toe eens hun andere ouder te bellen als er iets leuks is gebeurd of iets bijzonders in het leven van de kinderen ?
  • Hoe gaat u om met E-mail van de andere ouder voor de kinderen ? Gooit u deze ‘per ongeluk' weg ? ziet u deze ‘net te laat' ?
  • Geeft u post van de andere ouder aan de kinderen direct door aan uw kinderen ? Opent u de post eerst ? Gooit u post ‘per ongeluk' weg ? Bent u enthousiast naar uw kinderen als er post voor hen is van hun andere ouder?

OMGANG KINDEREN MET / VERBLIJF BIJ DE ANDERE OUDER

  • Bent u enthousiast over de omgang tussen uw kinderen en de andere ouder? Bent u blij voor uw kinderen dat zij regelmatig bij hun andere ouder zijn ? Laat u dit aan uw kinderen merken ? Hoe ?
  • Gaat u samen met uw kinderen een verjaardagskadootje kopen dat de kinderen aan hun andere ouderkunnen geven ? Mogen uw kinderen altijd de verjaardag van hun andere ouder bij hem/haar vieren ? Laat u uw kinderen hun andere ouder bellen op zijn/haar verjaardag, stimuleert u dit ?
  • Helpt u uw kinderen enthousiast om naar hun andere ouder toe te gaan ? Brengt/haalt u de kinderen zelf ook wel eens naar/van de andere ouder? Beseft u dat uw actieve gedrag (het zelf brengen/halen) positief ondersteunend werkt en als goedkeuring door uw kinderen wordt beleefd, nml. dat het goed en leuk is om naar de andere ouder te gaan ? Of moet de andere ouder altijd de kinderen ophalen en terugbrengen ?
  • Komt u wel eens (voor kortere of langere tijd) samen met uw kinderen bij de andere ouder thuis ?
  • Weet u hoe de kamer van uw kinderen in het huis van de andere ouder eruit ziet ?
  • Weet u wat uw kinderen leuk vinden als ze bij de andere ouder zijn ?
  • Bent u enthousiast, of keurt u de door de andere ouder aan de kinderen gegeven kadootjes (waar de kinderen blij mee zijn) vaak openlijk tegenover de kinderen af ?
  • Kent u de namen van de vriendjes en vriendinnetjes van uw kinderen uit de omgeving van de andere ouder ? Praat u daar met de kinderen net zo enthousiast over als over de vriendjes en vriendinnetjes van uw kinderen in uw omgeving ? Mogen uw kinderen van u naar verjaardagsfeestjes van de vriendjes/vriendinnetjes uit de omgeving van de andere ouder?
  • Heeft u goede en duidelijke afspraken met de andere ouder over de omgang gemaakt ? Houdt u zich hier in de regel aan ? Maakt u hier wel eens ruzie over in bijzijn van uw kinderen of zodanig dat uw kinderen dit kunnen horen ? Laat u uw emoties aan uw kinderen zien ? Probeert u uw kinderen (op subtiele wijze) achter uw standpunt te krijgen ?
  • Voorkomt u dat de andere ouder bij belangrijke gebeurtenissen van uw kinderen aanwezig is/kan zijn, door bijvoorbeeld bij afzwemmen voor zwemdiploma of speciale dagen op school, de andere ouder de data, locatie en tijden hiervan te onthouden ?

SPREKEN OVER (NIEUWE) RELATIE ANDERE OUDER

  • Heeft u zelf moeite met een eventuele nieuwe relatie/partner van de andere ouder?
    Laat u dit aan uw kinderen merken ? Hoe gaat u hiermee om ? Betekent dit dat uw kinderen minder contact met de andere ouder hebben ?
  • Kunt u de problemen die u ervaart in uw eigen leven scheiden van het leven dat de andere ouder heeft ?
  • Probeert u over het leven van de andere ouder(en eventuele nieuwe relaties) via uw kinderen meer te weten te komen ?

OMGANG KINDEREN MET OMA EN OPA (ouders van ex-partner, indien nog in leven)

  • Bent u enthousiast over de ouders van de ex-partner (oma en opa van de kinderen) ? Als dit niet zo is, heeft dit dan met het gedrag van deze grootouders te maken of slechts het feit dat zij de ouders van de ex-partner zijn ?
  • Gaat u samen met uw kinderen een verjaardagskadootje kopen dat de kinderen aan hun oma en opa kunnen geven ? Mogen uw kinderen altijd de verjaardag van hun opa en oma (ex-partner zijde) bij hen vieren ? Maakt u daar extra afspraken over met de ex-partner? Gaat u zelf (mee) met uw kinderen naar hun oma en opa ?
  • Spoort u uw kinderen aan om af en toe oma en opa te bellen, een tekening op te sturen, een verjaarskaartje, o.i.d. ?
  • Laat u eventuele negatieve gevoelens merken richting de kinderen ? Hoe denkt u wat het voor uw kinderen betekent, als zij merken dat u hun oma en opa afwijst ?

BESCHULDIGEN EX-PARTNER

  • Bent u zó teleurgesteld in uw leven, en inmiddels zó verbitterd en haatdragend dat u probeert de andere ouder als ex-partner of ex-vriend uit uw leven en het leven van uw kinderen ‘weg te poetsen' ? Door ongegronde valse beschuldigingen richting de andere ouder te uiten ? Door hem eerst zwart te maken in uw eigen vriendenkring, familie, buren en daarna bijvoorbeeld ook tegenover huisarts, meldpunt, jeugdzorg-instanties, school, en eveneens tegenover de kinderen ?
    Door uw eigen angsten en onzekerheden, jalouzie en frustraties op uw ‘ex' af te reageren en hierbij uw kinderen te gebruiken als middel om uw ‘ex' een ultieme slag toe te brengen ? Hiertoe geen middel te schuwen ? Door hem zelfs van een van de meest ernstige beschuldigingen, sexueel misbruik van de kinderen, te beschuldigen ? Hiervan, zonder na te denken over de ernstige consequenties richting de ex-partner en zijn familie én het leven van de kinderen, aangifte bij de politie te doen ? Door uw hele omgeving én de kinderen met dit misbruikverhaal te ‘vergiftigen', net zolang tot iedereen uw waanideeën en misselijke verhaal actief of passief gaat mede-ondersteunen en ‘geloven' als ware het een feit, ondanks dat hier geen enkele feitelijke grond voor bestaat, ondanks dat uw omgeving niet op de hoogte is en/of zelf ervaren heeft hoe het family life tussen ouder en kinderen is/was. Door hiertoe ook zelf therapeuten te zoeken die uw verhaal klakkeloos van u overnemen en willen ondersteunen vanuit hun eigen onprofessionaliteit en kortzichtigheid, zonder eerst met de andere ouder te spreken, of de situatie die voorgelegd wordt eerst grondig te analyseren ? Herkent u hier iets van ? Hoe zou u het vinden als u het doelwit zou zijn van dergelijke praktijken ?
  • Begrijpt u dat het beschadigen van de andere ouder van uw kinderen eveneens een indirecte beschadiging van uw kinderen is, op korte, maar vooral op langere termijn ? De identiteit van uw kinderen komt in oorsprong voort uit twee volwassenen, de moeder én de vader. Beschadiging van één van beide betekent daarom ook beschadiging van uw kinderen.

SCHOOL

  • Denkt u dat uw kinderen het fijn vinden als hun beide ouders trots zijn op hun school-bezigheden en prestaties en daar interesse in hebben en aandacht aan schenken, ook door bij gelegenheid op school aanwezig te zijn bij activiteiten en ouderavonden ? Denkt u dat dit goed is voor de kinderen ?
  • Vindt u dat de andere ouder zich niet met de school van de kinderen moet ‘bemoeien' ? Dat u als ouder ‘beter' dan de vader/moeder met de school omgaat ? Dat de vader/moeder dat toch ‘niet goed' doet of ‘niet kan' ? Dat school en kinderen alleen voor u is, niet voor de andere ?
  • Vindt u, omdat u bijvoorbeeld het ouderlijk gezag heeft, dat de andere ouder niets met de school te maken heeft en daar ‘dus' weg moet blijven ? Dat u vanuit het ouderlijk gezag het alleenrecht heeft op zaken die met school te maken hebben ?
  • Probeert u de andere ouder actief en fanatiek weg te houden van de school van de kinderen ? Zelfs middels dreigbrieven van uw advokaat aan de andere ouder? Spant u zich actief in richting leerkracht of directie van de school om informatie van school over uw kind(eren) van de andere ouder weg te houden ?
  • Vindt u dat u de enige bent die ‘recht' heeft op het contact met de (leerkrachten van de) school ?
  • Probeert u de andere ouder te verhinderen ouderavonden te bezoeken omdat u hier ‘niet tegen kunt' of hem daar ‘niet wilt zien' ? Heeft dit iets met de bedoeling van de ouderavond te maken ? Denkt u dat het goed is voor de kinderen als de andere ouder niet weet hoe het op de school van zijn kinderen toegaat ? Denkt u dat uw kinderen het fijn zouden vinden als ook hun andere ouder hen complimenteert met het werk dat hij op school van ze gezien heeft ? Dat hij/zij interesse toont in hun activiteiten op school en erover mee kan praten ? Denkt u dat dat goed is voor het zelfvertrouwen van de kinderen, nu én later ?

OVERIGE VRAGEN 


Wilt u als ouder een nieuw leven beginnen en wilt u de andere ouder uit de weg ruimen (wegpoetsen?) uit uw én het leven van uw gezamenlijk kind(*) ?

  • Vind u dat u als mens beter/succesvoller bent dan de andere ouder van uw kind en dat daarom de andere ouder van uw kind uit het leven van uw gezamenlijk kind moet verdwijnen ?
  • Wilt u (meer) geld of eigendommen van de andere ouder en gebruikt u de omgang met uw gezamenlijk kind als onderhandelingsmiddel ?
  • Haat u de ex-partner en gebruikt u uw gezamenlijk kind als wapen in uw eigen strijd ?
  • Bent u zó bezitterig en jaloers dat u vindt dat u alléén alle liefde van uw gezamenlijk kind toekomt en níet aan de andere ouder?
  • Bent u jaloers op het feit dat de andere ouder van uw gezamenlijk kind kado's aan het kind geeft en niet aan u ?
  • Heeft u als ouder problemen uw eigen leven te leiden ? Is contact met de vader, als ex-partner, problematisch voor u ? Heeft de relatie van het kind met de vader daar iets mee te maken ?
  • Bent u erg teleurgesteld in de relatie met de andere ouder? Vindt u daarom dat de andere ouder het niet verdient om contact en een familieleven met het kind te hebben ?
  • Wordt u als alleenstaande ouder aangespoord door (alleenstaande) ouders uit uw omgeving om de andere ouder van uw kind te verstoten ?
  • Vindt u dat de andere ouder uw kind meer verwend in de (korte) tijd dat hij het kind ziet, dan waar u toe in staat bent (en wel zou willen maar niet kan) ? Voelt u zich misschien 'verliezer' en ziet u dit als een concurrentiestrijd om de waardering van uw kind ?
  • Is het kind voor u eigenlijk niet het enige waarover u controle heeft en gebruikt u het kind daarom voor verhoging van uw eigenwaarde tegen de belangen van uw kind in ?
  • Heeft u nog steeds een zwak voor de andere ouder en gebruikt u uw gezamenlijk kind om hem/zijn leven toch op een bepaalde manier te kunnen blijven beheersen ?
  • Probeert u een eventuele nieuwe partner van de andere ouder indirect te beschadigen door de andere ouder het familieleven met het gezamenlijk kind te ontzeggen zolang die nieuwe partner er is ?
  • Heeft u altijd zelfstandig ouder willen zijn en nooit een partner in de buurt van u en uw kind willen hebben (heeft u de andere ouder alleen 'gebruikt' voor het krijgen van het kind) ?
  • Bent u tijdens de samenwoning zó zelfstandig geworden dat u die zelfstandigheid ook na de scheiding wilt doorvoeren door de andere ouder verder familieleven met uw gezamenlijk kind te verhinderen ?
  • Heeft u een andere levensstijl dan de andere ouder en wilt u niet dat uw gezamenlijk kind in contact komt met de levenswijze van de andere ouder en houdt u het kind daarom bij de ex-partner weg ?
  • Heeft u misschien (bijna) geen familie meer, in tegenstelling tot de ex-partner, en ziet u uw kind als uw familie ?
  • Bent u als ouder emotioneel afhankelijk van uw gezamenlijk kind en ziet u elke genegenheid van uw kind richting de ex-partner als een verminderde genegenheid of zelfs afwijzing van u ?
  • Ziet u als ouder uw gezamenlijk kind als puur 'eigendom' en vindt u dat de ex-partner daarom aanspraak maakt op uw 'bezittingen' door contact/omgang/familieleven met ook zijn/haar kind te claimen ?
  • Ziet u als ouder de nieuwe partner van de ex-partner als bedreiging, als 'rivaliserende moeder/vader' en onthoudt u uw kind daarom van contact met de ex-partner ?
  • Heeft u als ouder een nieuwe partner die de omgang met de biologische vader/moeder tegenwerkt omdat hij als de enige 'papa/mama' gezien wil worden voor uw kind ?
  • Bent u als ouder bang dat uw gezamenlijk kind u zal verlaten voor de ex-partner ?
  • Probeert u als ouder, door de ex-partner van uw gezamenlijk kind 'weg te poetsen' uit uw leven, aan uw nieuwe partner aan te tonen dat hij de enige man/vrouw is in uw leven ?
  • Komt u uit een gebroken gezin en bent u niet in staat om een relatie in stand te houden ? Wordt dit patroon door u herhaald door ook uw kind het contact met de andere ouder te frustreren ?
  • Wilt u niet dat uw eigen nieuwe relaties via uw kind bekent worden aan de ex-partner en frustreert u daarom elk contact tussen uw gezamenlijk kind en de ex-partner ?
  • Wilt u de niet gelukte relatie met de ex-partner proberen 'te vergeten' door alle contact tussen uw gezamenlijk kind en de ex-partner te frustreren ?

Bron www.ouderverstoting.nl

Kort verslag symposium ouderverstoting 13/02/07

OUDERVERVREEMDING

Niet langer vreemd in recht en bemiddeling?

Dinsdag 13 februari 2007

FEDERAAL PARLEMENT / BRUSSEL

 

Wij waren met twee vertegenwoordigers aanwezig op dit SYMPOSIUM.

Mevr. Sylvie Van Eecken (medewerker binnen het sbo) en Luc Arron (voorzitter van het sbo).

Wat mij als voorzitter bijgebleven is was dat zowel Dhr. Peter G. Hoefnagels (Nederland), Professor em. familierecht Universiteit Rotterdam en Mevr. Ursula Kodjoe (Duitsland), Psychologe: Bemiddelaar vooral de nadruk legde op de psychische gevolgen dat het heeft op onze kinderen.

Er werden zelf woorden gebruik dat dit hun heel leven zal beïnvloeden en dat ze er enorm moeilijkheden zullen (kunnen) mee hebben of zelf een fatsoenlijke relatie op te bouwen.

Deze kinderen zullen hun heel leven de schaden die is aangericht door één van de beide ouders blijven meesleuren en zal het hun zeker niet ten goede komen.

Het signaal dat ook gegeven is door deze geleerden is dat veel echtgescheidenen geen onderscheid kunnen maken tussen het "OUDERSCHAP en het (ex) PARTNERSCHAP waardoor onze kinderen dikwijls de dupe zijn van deze "VECHT-SCHEIDINGEN".

Wat betreft de uitéénzetting van Mevr. Nadia De Vroede (België / Franstalig), Procureur Hof van Beroep Brussel is het of ziet het eruit dat het allemaal rooskleurig is en dat de "Rechters" harder beginnen op te treden maar spijtig genoeg zien wij daar nog altijd niet veel van.

Er zou veel vlugger moeten ingegrepen worden in plaats alles op zijn beloop te laten en zitten af te wachten tot sommige situaties zich vanzelf oplossen en al hun "verantwoordelijkheid" dikwijls door te geven aan de "bezoekruimte" of aan sociale "assistent(e)" of "deskundige".

Wat mij ook enorm bijgebleven is dat Mevr Nadia De Vroede ook de bezoekruimte(s) op hun plichten wilden wijzen door te zeggen dat het geen oplossing is dat er ouders doorgestuurd worden door de rechter en dat de verantwoordelijke van de bezoekruimte  geen verslag willen (of kunnen) maken omwille dat zij zeggen dat zij dan niet onpartijdig kunnen zijn als ze een verslag moeten maken.

Wat ook onze medewerker (Sylvie Van Eecken) enorm opviel is dat er door de sprekers in het algemeen nogal te pas en onpas verwijten werden gemaakt dat het altijd de vrouwen (moeders) waren die het voordeel hadden binnen de echtscheidingsproblematiek en dat de mannen (vaders) telkens de benadeeld worden.

In de nieuwsbrief van Mei-Juni zal er een uitgebreid verslag komen van deze toch wel belangrijke dag.

Mensen die belangstelling hebben en die te laat waren voor de inschrijving (SYMPOSIUM "OUDERVERVREEMDING" Niet langer vreemd in recht en bemiddeling? en alle anderen die de Studiemap symposium Oudervervreemding - 13 februari 2007  wensen te bekomen deze kunnen hun electronische versie aanvragen door een email te doen naar symposium@s-p-a.be

Getekend door Arron Luc

Uitgebreid verslag symposium ouderverstoting 03/07/07

HET «SYNDROOM VAN OUDERVERVREEMDING»: PSYCHOLOGISCHE GEVOLGEN VAN DE ECHTSCHEIDING VOOR DE KINDEREN DIE VOL WASSEN GEWORDEN ZIJN EN DE EFFECTEN OP DE OUDERS - URSULA KODJOE

1. Inleiding
2. Inleidend gesprek over het P.A.S.
3. Definitie, symptomatisch en technieken van vervreemding in geval van P.A.S.
4. Psychiatrische en psychosomatische impact van het P.A.S. op volwassen leeftijd van kinderen van gescheiden ouders.
5. Gevolgen van de vervreemding en het verbreken van het contact voor de betrokken ouders
6. Het relationele dynamisme en de psychosomatische achtergrond in geval van P.A.S.
7. Welke zijn de psychologische en therapeutische maatregelen en de juridische maatregelen die mogelijk en noodzakelijk zijn om de bescherming van de persoon en de vertegenwoordiging van de belangen van kinderen getroffen door het P.A.S. te verzekeren?

1. Inleiding

Het syndroom van oudervervreemding in de optiek van de psychiatrie en de psychotherapie: P.A.S. (Parental Alienation Syndrome), wat de symptomen impliceert die beschreven zijn door de Amerikaanse kinderpsychiater R.A. Gardner, is een speciaal subtype van oudervervreemding dat zich uit in geval van scheidings- of echtscheidingsconflicten. Dit syndroom uit zich bij het kind door een onregelmatigheid veroorzaakt door een ouderlijk gedrag dat gekarakteriseerd wordt door ernstige manipulerende en indoctrinerende handelingen. Een P.A.S. veroorzaken bij een kind staat gelijk aan een ernstige psychische en emotionele mishandeling van het kind. Chronische traumatiserende psychofysische gevolgen kunnen hieruit voortvloeien op het niveau van de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind en zelfs van de volwassene. Het is ontoelaatbaar dat talrijke experts dit fenomeen blijven minimaliseren, verwerpen, zelfs bestrijden, en dit ondanks het bestaan van respectievelijke klinische resultaten en ondanks de overeenkomstige kennis die recent is verworven op het vlak van psychotraumatologie, victimologie en het onderzoek naar de gehechtheid. Wat de betrokken ouders betreft, houden de wetenschappers zich actief bezig met de impact van het verlies van het contact tussen kind - ouder op de kinderen en de adolescenten. Nochtans bestaat er weinig praktisch en theoretisch onderzoek naar de impact van het P.A.S.-syndroom op het leven van vaders en moeders die voor altijd het contact verloren hebben wegens institutionele tussenkomsten en relaties op het niveau van de familiale dynamiek. De onderbreking die hieruit voortvloeit in hun eigen biografie staat de indeling van hun leven en de kwaliteit ervan, evenals hun psychische gezondheid aanzienlijk in de weg.

Sinds enkele jaren worden de professionals, zowel psychiaters, als psychotherapeuten of psychologen, steeds vaker geconfronteerd met twee groepen personen: kinderen van gescheiden ouders die ondertussen volwassen geworden zijn en die deels ernstige psychische en psychosomatische stoornissen vertonen, waarbij de achtergrond van hun moeilijkheden uit soms ernstige problemen bestaat. Deze moeilijkheden moeten soms in verband gebracht worden met de grote problemen die ze hebben in termen van bewustzijn van zichzelf, van hun identiteit en van de relatie met de anderen, dit alles als gevolg van het verlies van een van hun ouders ten gevolge van de scheiding of echtscheiding van hun ouders toen ze zelf kinderen of adolescenten waren. De institutionele tussenkomsten en de gevolgen ervan spelen vaak een essentiële rol:ouders - zowel moeders als vaders, maar hoofdzakelijk vaders - die het contact met hun kind( eren) volledig. of gedeeltelijk verloren hebben sinds enkele maanden of zelfs sinds enkele jaren ten gevolge van de scheiding of de echtscheiding van de ouders. Wanneer deze personen bij ons op consultatie komen, bevinden ze zich in een ernstige psychische, psychosomatische en vaak suïcidale crisis, want de verbreking van het contact of de relaties tussen een ouder en zijn kinderen is traumatisch, zowel voor de betrokken kinderen als voor de ouders. De arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben dit feit terug in de publieke opinie gebracht.

2. Inleidend gesprek over het P.A.S.

De redenen, alsook de benaderingswijzen betreffende de eventuele verklaring van de oudervervreemding en de pogingen om de breuk van de relaties en de contacten ten gevolge van de scheiding en de echtscheiding op te lossen kunnen van verschillende aard zijn. Sinds 1985 in de VS en sinds het midden van de jaren 1990 in Europa speelt het Parental Alienation Syndrome - P.A.S. (fenomeen van het syndroom van ouderverVreemding) een groeiende rol in deze context, zowel in de wetenschappelijke werken als in de praktijk en het kent een groeiende aandacht en erkenning, hoewel het soms op nogal hevige kritiek stoot. Men vindt een uitstekende samenvatting van de verschillende details van deze discussies in R.A. Warshak: «Bringing Sense to parental Alienation: A Look at the Disputes and the Evidence.», een Duitse vertaling in de geactualiseerde versie: «Eltern-Kind-Entfremdung und Sozialwissenschaften - Sachlichkeit statt Polemik», en ook in H. van Gijseghem: «L' aliénation parentale: les principales controverses».

3. Definitie, symptomatisch en technieken van vervreemding in geval van P.A.S.

Gardner definieert het syndroom van oudervervreemding als een verstoring van de kinderjaren die zich bijna uitsluitend voordoet in de context van onenigheden betreffende de toewijzing van het hoederecht van de kinderen. Deze verstoring uit zich hoofdzakelijk onder de vorm van het ongegrond zwartmaken van een van de ouders tegenover het kind. Deze houding komt voort uit de begeleidende effecten van de indoctrinatie van het kind door zijn programmerende ouder (die hen brainwasht) en uit het aandeel van het kind zelf aan de kwaadsprekerij van de andere ouder die het oerbeeld van de vijand geworden is. De vijandige houding van het kind kan gerechtvaardigd worden in geval van mishandeling/misbruik of echte verlatenheid. In zo 'n geval mag het syndroom van oudervervreemding niet aangehaald worden om zijn vijandige houding te verklaren.

Het concept van het syndroom van oudervervreemding (Parental Alienation Syndrome ) wordt gedefinieerd in drie essentiële elementen:

1) De wraking of de kwaadsprekerij van een van de ouders neemt de omvang aan van een campagne in de mate waarin ze niet incidenteel in het werk gesteld worden, maar . onophoudelijk;

2)Het vijandige gedrag is onredelijk in de mate waarin de vervreemding geen redelijke reactie vormt in verhouding tot het gedrag van de verworpen ouder en niet rust op echte negatieve ervaringen met de verworpen ouder;

3)De wraking en de kwaadsprekerij maken deel uit van de impact dieis toe te schrijven aan de vervreemdende ouder Als een van deze drie elementen ontbreekt, gaat het niet om een P.A.S.

In het geval van een kind dat getroffen is door P.A.S.. met name in het geval van gematigd P.A.S. en ernstig P.A.S. (in het geval van zwak P.A.S. ziin alle symptomen niet altiid aanwezig). kan men in het gedrag van het kind een typisch geheel opmerken van acht zeer belangriike symptomen. De intensiteit en de graad van deze symptomen is variabel: er moet absoluut rekening gehouden worden met dit feit voor de juridische en psychologische interventies:

1. Campagne van ongegronde wraking en kwaadsprekerij

De mooie ervaringen met de verworpen ouder worden bijna volledig verdrongen. Er wordt minder waarde gehecht aan de verworpen ouder, zonder enige verlegenheid en zonder schuldgevoelens. Hij wordt beschreven als slecht en gevaarlijk, hij wordt bijna behandeld als een beest. De beschrijving van zijn ervaringen doet bij het kind grote inwendige spanningen ontstaan; wanneer men bijkomende vragen stelt, is het kind vaak niet in staat om een vaste vorm te geven aan zijn voorstelling. Het antwoordt vaak: "Het is zo, ik weet het."

.2. Absurde rationalisaties

Om zijn vijandige houding te rechtvaardigen, ontwikkelt het kind irrationele en absurde bewijzen die geen enkel reëel verband hebben met de echte ervaringen. Dagelijkse gebeurtenissen dienen als uitleg. "Hij praatte vaak zo luid." of "Ze heeft mij niet warm genoeg aangekleed." of "Ze wil altijd dat we zeggen wat we willen doen." etc.

3. Afwezigheid van normale ambivalentie

Elke relatie tussen menselijke wezens is ambivalent. Sommige aspecten van een persoon bevallen me, andere bevallen me niet. Voor een kind dat getroffen is door het P.A.S. is een van zijn ouders alleen maar goed, de andere is alleen maar slecht. Op onrealistische wijze wordt de ene altijd in het wit afgeschilderd, de andere altijd in het zwart. We noemen dit fenomeen uiteen valling van het "schema van de persoon" zelfs van het "interne beeld" van de vader en de moeder (objectrepresentativiteit) die nochtans een zeer opvallend effect uitoefenen op onze identiteit. De uiteenvalling is in hetbijzonder typisch voor personen die getroffen zijn door het P.A.S.; ze moet absoluut de aandacht van de ondervrager opwekken. Ze speelt een kenmerkende rol van verdedigingsmechanisme in het kader van latere borderline-persoonlijkheidsstoornissen, van ernstige psychische schade op volwassen leeftijd die hier moet worden aangehaald.

4. Reflex van stellingname ten gunste van de programmerende ouder

Tijdens bijeenroepingen van het gezin kiest het kind - zonder te aarzelen en zonder twijfelpartij voor de ouder met wie het samenleeft, vaak zelfs vóór deze ouder zich heeft· uitgedrukt. In zulke situatie is het kind ook vaak niet in' staat om zijn verwijten te concretiseren wanneer men vraagt om dat te doen.

5. Uitbreiding van de vijandige houding naar de hele familie en de ganse omgeving van de verworpen ouder

Zonder geldige reden worden de grootouders, vrienden en naasten van de ouder met wie het kind altijd een warme en hartelijke omgang onderhield meedogenloos verworpen met evenveel vijandigheid als de verworpen ouder zelf. De verklaringen die worden aangehaald om dit gedrag te rechtvaardigen zijn allemaal even absurd en verdraaid. Tegelijkertijd ervaart het kind diepe inwendige spanningen en verscheuringen.

6. Fenomeen van onafhankelijkheid ("zijn eigen mening")

Binnen de families die getroffen zijn door het P.A.S. onderstreept de familie van de ouder die met het kind samenleeft vooral de "eigen wil" en de "eigen mening" van het kind. Vanaf de leeftijd van drie of vier jaar weten de kinderen die zijn getroffen door het P.A.S. heel zeker dat alles wat ze zeggen hun eigen mening is. Elke prograrnrnerende ouder is trots op de onafhankelijkheid van zijn kinderen en op hun moed om te zeggen wat ze denken. Vaak worden de kinderen uitgenodigd om in elk geval "de waarheid" te zeggen. En het is zeker dat ze het verwachte antwoord zullen geven, want geen enkel kind kan het risico lopen om de ouder die voor hem zorgt en van wie hij afhangt teleur te stellen. Precies op dit punt worden de fatale gevolgen van de programmering zichtbaar: de kinderen verleren om vertrouwen te hebben in hun eigen waarnemingen en om ze uit te drukken. Ze zijn niet in staat om de tegenstrijdige boodschappen van dubbele binding (double bindboodschappen) die hen bereiken als dusdanig te ontcijferen en te erkennen: "ga met jevader/je moeder mee (verbale boodschap), maar je hebt er geen belang bij om met hem/haar mee te gaan (non-verbale boodschap)."

7. Afwezigheid van schuldgevoelens over de wreedheid ten opzichte van de vervreemde ouder

De kinderen die zijn getroffen door het P.A.S. hebben geen schuldgevoelens, want ze veronderstellen dat de verworpen ouder koud en ongevoelig is, dat het verlies van zijn kind hem niet doet lijden en dat hij het verdient om het contact te hebben verloren. Tegelijkertijd geeft men financiële eisen en allerhande voorwaarden te kennen zonder enig gewetensbezwaar; de kinderen zijn ervan overtuigd dat de eisen terecht zijn; ze tonen geen enkele dankbaarheid.

8. Aanname van gemaakte scenario 's

Vaak schildert het kind dat getroffen is door het P.A.S. belachelijke scenario's en verwijten af die de volwassen persoon met wie het samenleeft heeft uitgedrukt en die het gewoon overneemt zonder ze ooit te hebben opgemerkt ofte hebben meegemaakt met de andere ouder. Meestal volstaat het om te vragen "Wat wilje daarmee zeggen?" om vast te stellen dat het kind geen idee heeft waarover het praat.

De diagnose en de intensiteit van het P.A.S. moeten worden vastgesteld op basis van het gedrag van het kind, en niet op basis van de omvang van de manipulaties waaraan het kind wordt blootgesteld. Het is absoluut noodzakelijk om een nauwkeurige diagnose van het familiale systeem in zijn geheel te maken en om de manipulerende persoon/personen te identificeren. Bijgevolg is het noodzakelijk om de rol van de zogenaamde vervreemde ouder toe te lichten en het aandeel dat hij, eventueel, heeft in het proces van vervreemding om verkeerde diagnoses te vermijden.

Het syndroom van oudervervreemding is geen eenvoudige daad die erin bestaat om het contact met een kind en zijn ouder die buiten het ouderlijk huis woont tegen te werken of te weigeren, maar eerder een stoornis bij het kind die voorkomt uit een psychisch trauma en die deel uitmaakt van de psychiatrie. In tegenstelling tot andere benaderingswijzen, zoals de psychodynamische benadering in geval van weigering van het kind om contact te hebben met een van zijn ouders, vloeit het P.A.S. regelmatig voort uit een handeling die erin bestaat om de omgang met de andere ouder te verhinderen of zwaar tegen te werken en/of om het kind te manipuleren ofte indoctrineren, waarbij de manipulatie de handeling - bewust of onbewustis van de ouder die in eerste instantie de verantwoordelijkheid heeft voor de opvoeding van het kind en/ofvan andere referentiepersonen (zonder verschil in sexe!) van wie het kind afhankelijk is. Vaak vertonen de manipulerende identificatiemodellen zelf specifieke problemen en psychische bijzonderheden zoals narcistische stoornissen van de persoonlijkheid of borderline, traumatiserende ervaringen gedurende de kindertijd, een paranoïde verwerking van een echtscheidingscrisis en/of psychoses. Het gedrag en de houding van de professionals die betrokken zijn bij de echtscheiding (artsen, psychologen, juristen en beambten van de dienst Jeugdbijstand) spelen eveneens een belangrijke rol in het verdere verloop van het vervreemdingsproces.

De depreciatie, de tegennatuurlijke en niet-realistische negatieve voorstelling van de andere ouder, het boycotten van de omgang, de verbreking van het contact, de foute informatie, een suggestieve beïnvloeding en/of overbrenging van dubbelzinnige verwarrende boodschappen vallen onder de belan~riike vervreemdingstechnieken die in het werk gesteld worden. De kinderen zijn soms het slachtoffer van psychische gewelddadigheden (bijv. ermee dreigen om zijn liefde terug te trekken en/ofzelfmoord te plegen) en van rechtstreeks fysiek geweld (bijv. slaan, opsluiting). Zo wordt het loyaliteitsconflict van het kind nog meer verergerd. De angst,het wankelen gebracht, aangetast en verzwakt. Gevolgen: negatieve zelfevaluatie, grote overschatting van zichzelf, gebrek aan eigenliefde en zware onzekerheid.

Onder de zware druk van aanpassing en loyaliteit veroorzaakt door het vervreemdend gedrag, leert het kind om zich te plooien naar de verwachtingen van de anderen: het zal noch voldoende persoonlijkheid, noch voldoende zelfstandigheid kunnen ontwikkelen. De typische gevolgen hiervan zijn zware stoornissen van het persoonlijk karakter die bijna onmogelijk weggenomen worden, het fenomeen van het "Valse Ik" bijvoorbeeld. Bij wijze van voorbeeld men vindt dit fenomeen terug in geval van eetstoornissen, drugsgebruik en verslavingen, posttraumatische zwakheid en bij andere psychische en psychosomatische ziektes. «Wie ben ik?» «Wat denk ik?» «Wat voel ik echt?» - voor de personen in kwestie blijven deze vragen vaak een vervelende bron van ondervraging en onzekerheid gedurende hun hele leven.

De actieve verwerping opgelegd door de ander, de verloochening en de verdraaide negatieve bezigheid van de voorheen geliefde ouder veroorzaken een beschadiging van het IK en van . het wezen van het getroffen kind, in het bijzonder van een gedeelte van zijn biografische IK en van zijn afkomst, wat een nog diepere beschadiging is dan de beschadiging die veroorzaakt wordt door het eigenlijke verlies (in geval van overlijden van een ouder bijvoorbeeld). Het kind moet zijn heftige schuldgevoelens en het gedeelte van zijn persoonlijkheid dat het geërfd heeft van de ouder verdringen, of zich ervan bevrijden, dit wil zeggen ze «amputeren» in de figuurlijke betekenis van het woord. Het zal moeilijk, of zelfs onmogelijk, zijn voor het kind om zich tijdens de pubertijd los te maken van zijn geïdealiseerde ouder die het kind even goed opvoedt als de ondergewaardeerde ouder. Zijn stevige verbondenheid in het oorspronkelijk gezinssysteem van de gescheiden ouder ontbreekt. Deze factor kan de oorzaak zijn van bijkomende langdurige evolutieproblemen die kunnen overgaan van de ene generatie op de andere.

De abnormale symbiotische remmingen die aanwezig zijn in geval van P.A.S. vormen de kern van wat men de «ziektes van het IK» noemt. De uitwerking van deze psychiatrische stoornissen/deze ziektes kan gaan van het borderlinesyndroom, persoonlijkheidsstoornissen, depressies, angstziektes, tot verslavingen of psychosomatische ziektes, over seksuele stoornissen of seksuele afwijkingen. In minder ernstige gevallen veroorzaken de zichtbare gevolgen, zelfs als die eerder discreet zijn, toch een aanzienlijke kwaliteitsvermindering van het leven van de betrokken personen.

In zijn relationeel gedrag en zijn gevoelsmatige omgang leert een kind dat getroffen is door het P.A.S. om zich te gedragen volgens de soms extreme modellen van onderwerping en gezag (zich slaafs gedragen tegenover zijn meerderen en chefje spelen over zijn ondergeschikten). Voor hem is het feit dat de liefde en het relationele in dienst gesteld kunnen worden van een controle- ofmanipulatieverlangen een reële ervaring. Bijgevolg zal hij later moeite hebben om intimiteit en nabijheid te verdragen, uit angst om opnieuw te worden opgeëist door of beroofd van zijn identiteit. Daaruit volgt dat hij moeite zal hebben om relaties aan te gaan die gekenmerkt worden door een gepaste nabijheid en een gepaste afstand.

Als het zo moeilijk is om het misbruik van psychische of narcistische macht als dusdanig te herkennen, dan komt dat doordat het zich niet voordoet onder de vorm van met opzet kwetsen, maar doordat het zich sluiert «achter het masker der liefde». Rekening houdend met de fatale chronische psychopathologische gevolgen, kan het in geen enkel geval geduld worden - niet meer dan de andere vormen van misbruik en het gaat erom om de kinderen tegen dit misbruik te beschermen.De afhankelijkheid en de vereenzelviging van het kind met zijn vervreemdende ouder zijn belangrijke factoren in het ontstaan van de symptomen bij een kind. Het «syndroom van Stockholm» dat onafscheidelijk verbonden is aan gijzelingen of aan bepaalde sekte systemen is gebaseerd op een analoog psychodynamisme. Bepaalde gevallen van ernstig P.A.S. hebben elementen gemeenschappelijk met het dynamisme dat verbonden is aan het «syndroom van Münchhausen by proxy» (Münchhausen-Syndroom by Proxy: MBP); deze ernstige stoornis treft de kinderen van wie de ouders ziektesymptomen bij hun kinderen veinzen - of uitlokken en onnatuurlijk veroorzaken, zelfs verergeren.

4. Psychiatrische en psychosomatische impact van het P.A.S. op volwassen leeftijd van kinderen van gescheiden ouders.

Een kind tot het P .A.S. brengen, staat voor verschillende auteurs gelijk aan een psychisch/ernstig narcistisch misbruik van het kind en valt dus onder de psychotraumatologie.Het psychisch misbruik bevat alle handelingen en nalatigheden van de ouders en de verzorgers die de kinderen bang maken, die hen overbelasten of die hen het gevoel geven nutteloos te zijn en die hun psychische en/of fysieke ontwikkeling kunnen benadelen. ICD-10 klasseert het «psychisch misbruik» in de diagnostische categorie T 74,3 (DIMDI 1994). Juridisch gesproken betekent het P.A.S. zoveel als het ernstig in gevaar brengen van de gezondheid, de veiligheid ofhetmorele welzijn van het kind door middel van de ongerechtvaardigde uitoefening van het ouderlijk gezag en de uitbuiting van de afhankelijkheid van het kind in de zin van artikel 1666 van het BGB. Dit feit wordt jammer genoeg geminimaliseerd of ontkend door talrijke personen die het P.A.S. afkraken en die dit probleem herleiden tot het eenvoudige «ouderlijk conflict» en/oftot het «loyaliteitsconflict» dat bestaat in geval van scheiding of echtscheiding van de ouders.

Behalve het feit dat het niet wenselijk is om het debat rond het gevoelige P.A.S. wetenschappelijk te maken, is de emotionaliteit die gecreëerd wordt door sommige critici zorgwekkend in de mate dat ze de verklaring van bepaalde open vragen verhindert door middel van studies van lange duur (zie hoofdstuk 8 van huidig artikel). Bovendien zorgt deze toestand er soms voor dat de psychologische en juridische tussenkomsten die nochtans noodzakelijk zijn in het belang van de bescherming van het kind, langer duren. In het geval van ernstig P.A.S. wordt de omgang en het contact tussen het kind en zijn vroeger geliefde ouder en soms zelfs met zijn broers en zussen langdurig onderbroken, vaak zelfs definitief met alle gevolgen van dien.

Het psychisch trauma van het kind dat getroffen is door het P.A.S., van de verwaarloosde ouder en van andere naaste familieleden (de grootouders bijvoorbeeld) wordt zelden juist ingeschat. Zo bevinden getraumatiseerde personen met psychische, psychosomatische of ernstig psychiatrische problemen zich vaak in de praktijk van neurologen, psychiaters en/of psychotherapeuten, zelfs in gespecialiseerde ziekenhuizen.

De inductie van het P.A.S. mondt uit in een systematische incoherentie bij het kind op het vlak van de voorstelling die het van zichzelf heeft en die het van de anderen heeft en in een verregaande vervreemding van zichzelf. Een kind dat getroffen is door het P.A.S. verleert om vertrouwen te hebben in zijn eigen gevoelens en in zijn eigen perceptie. Omdat het kind afhankel~k is van de programmerende ouder die het kind beïnvloedt, wordt het kind onderworpen aan de welwillendheid van deze programmerende ouder. Het verliest de gewaarwording van de realiteit en van zijn eigen omlijningen. Zijn eigen identiteit wordt aan voorbeeld of rolmodel, ontwikkelen de identiteit van de moeder en van de vader en de persoonlijkheid van de ouders zich samen met de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind in functie van de vorming van gevoelsbanden met het kind, van het aannemen van de functie van vader of moeder. In onze maatschappij wordt de ontwikkeling van een moederidentiteit nauwelijks aan de orde gesteld.

De natuurlijke verwantschap tussen een moeder en haar kind en hun wederkerige liefde worden evenmin aan de orde gesteld. Dat geldt niet voor de ontwikkeling van de vader, voor zijn identiteit als vader, zijn verwantschap en zijn liefde voor het kind. Als gevolg van een scheiding zien ouders vaak dat hun kwaliteit als ouder in twijfel getrokken wordt en minder hoog wordt aangeschreven.

Met de geboorte van zijn eerste kind, kan de «nieuwe» vader beginnen met zich bewust te worden van wat zijn eigen vader voor hem betekend heeft, wat hij hem gegeven heeft voor zijn leven - en wat hij misschien gemist heeft toen hij een kind was, wat hij gewenst zou hebben, wat hij nodig zou gehad hebben. Dankzij de confrontatie met zijn eigen vader ontwikkelt de «nieuwe» vader een bredere opvatting van Zichzelf: het vaderideaal waarop hij wil lijken. Zijn zorgen en zijn verantwoordelijkheid voor zijn gezin versterken zijn algemene identiteit, zij zijn de waarborg van zijn sociaal aanzien. De wetenschappelijke resultaten bewijzen dat het volstaat dat weinig betrouwbare regels betreffende het bezoekrecht het verlies veroorzaken van het gemeenschappelijke leven van de vader met zijn kind opdat de identiteit van de vader, zijn bewustzijn als vader en zijn eigenliefde zo goed als volledig instorten. In het geval van een volledige breuk van het contact moet de vermoedelijke schade nog groter zijn.

Het is moeilijk te begrijpen dat men het verlies van een kind, dat natuurlijk nog leeft maar onbereikbaar is ten gevolge van interne tussenkomsten die onlosmakelijk verbonden zijn aan de gezinsdynamiek en van externe tussenkomsten van juridische of institutionele aard, kan aanvaarden en te boven komen in het kader van een proces van diepe droefenis. Een gescheiden man-vader zal minder begrip en minder sympathie krijgen van zijn sociale omgeving, en zijn spijtbetuigingen zullen minder gemakkelijk aanvaard worden dan die van een vrouw-moeder die met haar kinderen blijft samenwonen. De wetenschappelijke resultaten bewijzen allemaal dat de vaders die het contact met hun kinderen ontnomen zijn vaak te kampen hebben met een toestand van psychische en lichamelijke instabiliteit, met een instorting van hun voorstelling van Zichzelf, een identiteitscrisis, verschillende psychosomatische ziektes en een hoger percentage ongevallen, zelfmoord en moord. Analoge cijfers over buitengesloten moeders zijn niet beschikbaar.

De prestatie van de vaders of de moeders kan beperkt worden tot de professionele ongeschiktheid, of, integendeel, overdreven worden tot het extreme (workaholic), en deze toestand kan gepaard gaan met talrijke lichamelijke nawerkingen. Behalve de bovenvermelde gevolgen tonen de studies over gescheiden gezinnen op unanieme wijze aan dat het aanpassingsvermogen van de vaders, dit wil zeggen het feit dat zij rekening houden met de scheiding en hun wezenlijke psychische en lichamelijke gevoel enkele jaren na hun echtscheiding, samenhangt met het behoud van nauwe banden met hun kinderen. Het inwendige en uitwendige verlies van de vaderrol kan een onherstelbare vernietiging van de algemene identiteit met zich meebrengen, wat diep berouw veroorzaakt dat de vader moeilijk te boven komt, of zelfs nooit te boven zal komen. Het is mogelijk dat de algemene psychische gevoelstoestand van de vader verward achterblijft en getekend is door zijn schuldgevoelens of angst voor het verraad van zijn eigen vaderideaal, en dit zelfs jaren na het verbreken van hetNaar analogie met de discussie over de strafrechtelijke meerderjarigheid, zal de evolutie van de zogenaamde wil van het kind de vraag in beschouwing moeten nemen of het ontwikkelingsniveau van het kind zodanig hoog is dat het kind in staat is tot een vrije, bewuste en autonome beslissing, zelfs als de zogenaamde "autonome wil" van het kind niet is toe te schrijven aan manipulaties (fenomeen van onafhankelijkheid, zelfs van "zijn eigen mening", symptoom van het P.A.S.). In de context van de toelichting van het P.A.S. en van verwijten van seksueel misbruik van het kind, gemaakt in het kader van conflicten die verbonden zijn aan de scheiding of de echtscheiding van de ouders, kennen de resultaten van de wetenschappelijke onderzoeken over het geheugen en de vatbaarheid voor suggestie van kinderen die beïnvloed worden door volwassen ouders, hun omgeving en door dwang, een zeer groot belang toe aan de wil die door het kind wordt uitgedrukt en de herinnering van het kind. Om slechte beslissingen met verstrekkende gevolgen te vermijden, zowel voor de kinderen als voor de ouders in de context van de discussies betreffende het hoederecht, moeten de volgende feiten het voorwerp uitmaken van een bijzonder waakzame differentiële diagnose: 1. reëel seksueel misbruik; 2. «misbruik van het misbruik» als strategie of ziekteleer (bijvoorbeeld de late projectie op de partner van seksuele waanvoorstellingen ten gevolge van een traumatiserend misbruik dat men als kind beleefd heeft; paranoïde uitwerking van de scheiding en de echtscheiding; psychoses); 3. ongegronde verwijten van misbruik in geval van het syndroom van oudervervreemding.

Wij hebben kennis van talrijke gevallen van slechte beslissingen met verstrekkende gevolgen en negatieve evoluties/psychische ziektes die eruit voortvloeien. Dat roept de vraag van de «professionele fout» op, begaan door de artsen, psychologen en juristen, alsook de vragen naar verantwoordelijkheid en schadevergoeding die daarvan het gevolg zijn in het kader van de beslissingen betreffende het bezoek- en het hoederecht van de kinderen.

De instandhouding, zelfs het herstel van de oorspronkelijke relatie van het kind met zijn vader en zijn moeder, vormt over het algemeen een centraal aspect van «de gezondheid, de veiligheid en de moraliteit van het kind», net zoals de «verdraagzaamheid in termen van gevoelsbanden» een belangrijk criterium is wanneer het gaat over het evalueren van de educatieve capaciteit van de ouders en het toewijzen van het hoederecht.

5. Gevolgen van de vervreemding en het verbreken van het contact voor de betrokken ouders

De gevolgen op korte en op lange termijn van het stopzetten van het contact met een van de ouders op de ontwikkeling van de persoonlijkheid van een kind of een adolescent bevinden zich sinds lange tijd in het centrum van de wetenschappelijke belangstelling. De gevolgen voor de ouders daarentegen hebben nauwelijks het voorwerp uitgemaakt van studies, geschreven werken of discussies. Welnu, deze paragrafen gaan over de gevolgen die het stopzetten van het contact met het eigen kind kan hebben op de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de ouders, hun levensplezier en hun levenskwaliteit, twee aspecten die nauw met elkaar verbonden zijn, en tezelfdertijd op de globale relationele structuren die onafscheidelijk verbonden zijn aan het familiaal systeem ten gevolge van een scheiding of een echtscheiding.

In de levenscyclus van een koppel is de overgang naar het ouderschap het begin van een fase die een speciale evolutietaak weglegt voor de twee ouders, alsook voor hun kind: het ontstaan van gevoelsbanden en van onderlinge en wederzijdse betrekkingen. In de verschillende objectrollen van primaire liefde, verzorger, beschermer, opvoeder, kostwinner, te volgen contact. Hun gevoelens van onmacht, wanhoop en overbodigheid brengen hen vaak tot een gedrag van passieve zelfverloochening - en tot het verwaarlozen van hun verantwoordelijkheid, ook in andere domeinen van het leven. De levensbeschrijving van ouders die, ondanks al hun inspanningen, elk contact met hun kind verloren hebben, ondergaat een plotselinge verandering. Deze ouders kunnen immers niet meer de minste bijdrage leveren aan de opvoeding van het kind en hebben zelfs het recht niet meer om bij hun kind te zijn.

Het aantal moeders die ditzelfde lot ondergaan neemt toe. Het geforceerde stopzetten van het contact tussen de moeder en het kind brengt voor haar even verwoestende gevolgen mee als voor de vaders. Als er verschillen bestaan, dan zijn ze het gevolg van de respectievelijke maatschappelijke aanpassing van mannen en vrouwen, van hun psychofysiologische structuur, van de biologische evolutie van de banden tussen de moeder en haar kind tijdens de zwangerschap, de bevalling en in de loop van de eerste levensmaanden van het kind. Als voornaamste referentiepersoon onderhoudt de moeder een nauwe emotionele relatie met haar kind, dat vaak, gedurende een bepaalde tijd, de voornaamste identificatiebron is van de moeder die het kind koestert.

De houding van de sociale omgeving, die vastzit aan haar bijna mystieke moederideaal, zal getekend worden door vooroordelen en achterdocht tegenover de moeder die het contact met haar kinderen verloren heeft als gevolg van een scheiding. Op die manier ondergaan de moeders, in plaats van het begrip en de steun te vinden die ze nodig hebben, vaak een pijnlijke bijkomende verwerping, zelfs vanwege hun eigen familie. Uit angst voor bijkomende kwetsingen reageren ze vaak door te stoppen met vechten en door depressief te worden in plaats van een proactieve houding aan te nemen. De machteloze verlamming waardoor de moeders vaak gegrepen worden wanneer hun kind hen wordt afgenomen, vertoont symptomen die analoog zijn aan die van de «aangeleerde onmacht» die het ontstaan van psychosomatische ziektes kan aanmoedigen.

De ongeschonden opgewekte verstandhouding tussen ouders en kinderen is slechts een factor in de observatie van het algemene levensplezier van vaders en moeders. Nochtans treft deze factor ook alle andere domeinen van het leven en oefent hij een diepe invloed uit op de kwaliteit, de voorstelling en het verloop van het leven van de ouders.

6. Het relationele dynamisme en de psychosomatische achtergrond in geval van P.A.S.

6.1 Op het niveau van de programmerende ouders

De echtscheiding wekt, zoals elke crisis van het leven, onbeheerste gevoelens op (angst, woede, verdriet, gevaar) en thema's die bij de levensbeschrijving van de persoon in kwestie horen (bijvoorbeeld: traumatische gebeurtenissen uit de kindertijd). De pijn en de scheidingservaringen brengen deze oude gevoelens in beweging, die zich dan bij de huidige emoties voegen. Dit verklaart de intensiteit, soms zelfs het onredelijke van de emotionele ervaring en het emotionele gedrag van één of van de twee pártijen van het koppel. De oude wonden die echt niets te maken hebben met de partner worden op hem/haar geprojecteerd en de huidige problemen hangen met hem/haar samen.

Als de ouders hun kind programmeren, dan is dat omdat ze er niet in geslaagd zijn om op een opbouwende manier de pijnlijke ervaring van de scheiding, het verdriet, de angst voor het verlies en de verlatenheid, de teleurgestelde hoop en de onvervulde verwachtingen te verwerken. Ze slagen er niet in om de nieuwe mogelijkheden die de nieuwe situatie hen biedt om hun eigen leven te doen slagen, en om op een opbouwende manier aan de slag te gaan door hun gezinsrelaties te reorganiseren, op hun juiste waarde te schatten. De ex-partner blijft de slechte die schuldig is aan al de ellende. Deze ouders zijn nauwelijks in staat om hun eigen verantwoordelijkheid in het conflict te zien.

Wanneer één van de ouders zijn kind programmeert tegen de andere ouder, is dat omdat hij een panische angst heeft om zijn kind te verliezen nadat hij zijn partner reeds verloren heeft.Of het zijn wraakgevoelens die hem ertoe drijven om de andere ouder te willen doen boeten ofte kwellen. Hij vormt een nauw verbond met het kind, een verbond waar niemand anders toegang toe heeft: "Wij tegen de rest van de wereld". Dit creëert een ziekteverwekkende aI1gstaandoening waarin het kind, om het zo te zeggen, gevangenzit zonder eraan te kunnen ontsnappen. Soms kan een dergelijke angstaandoening paranoïde kenmerken hebben in de zin van een "krankzinnigheid met zijn tweeën", van een situatie die een psychiatrische behandeling vereist.

Opmerking: de problematiek van de «kinderen van psychisch zieke ouders» kan hier niet in detail behandeld worden. Wij denken echter dat bijkomend onderzoek omtrent dit onderwerp zeer nuttig zou zijn in het kader van het P.A.S.

Sommige ongegronde verwijten van seksueel misbruik moeten vanuit deze invalshoek bekeken worden. In een dergelijke situatie is de programmerende ouder ervan overtuigd terwijl hij zich schromelijk overschat - dat hij het kind moet beschermen tegen de andere ouder. Per slot van rekening is het afhankelijke kind gevangen en wordt het als voorwerp gebruikt voor zijn zogenaamde «eigen bescherming». Dit is een reactie die in zekere zin eventueel kan begrepen worden vanuit het standpunt van de betrokken ouder, maar die fataal is voor het kind in kwestie. .

6.2 Op het niveau van de aan de kant geschoven ouders

Bij de aan de kant geschoven ouders zijn het gevoelens van onmacht, verdriet en groeiende wanhoop die de overhand hebben. Ze verwachtten zich niet aan dit vervreemdingsproces dat begonnen is hetzij onmiddellijk na de scheiding, hetzij geleidelijk aan als een gevolg hiervan, en ze zijn er van dan af aan blootgesteld zonder actief te kunnen ingrijpen om een verandering te bewerkstelligen. Ze worden gewaar dat hun relatie met hun kinderen, die tot voor kort nog gebaseerd was op vertrouwen en liefde en dit sinds vele jaren van het gezamenlijke gezinsleven, dramatische veranderingen aan het ondergaan is.

De verhalen die door de kinderen verteld worden betreffende het «zogenaamde niet betalen van de alimentatie», de «wrede behandeling van de andere ouder», de «onverschilligheid waarvan de andere ouder altijd al blijk heeft gegeven», bijvoorbeeld het argument «Jij was zelfs niet aanwezig bij mijn geboorte!» schrikken hen af en maken hen sceptisch.

De herstelpogingen worden rechtvaardigingspogingen en keren zich tegen hen. De kinderen hebben alle goede gemeenschappelijke ervaringen waarop de verworpen ouder zich zou kunnen beroepen weggeknipt, bijvoorbeeld: «Als mamma ons elke avond verhaaltjes voorlas, dan was dat om te verhinderen dat papa ons zou benaderen.». Het gedrag van de kinderen wordt steeds afstandelijker en respectlozer, en dit zonder dat de ouder die voor hen zorgt dit ongepaste gedrag probeert te doen stoppen. Eerder integendeel, hun gedrag is te wijten aan de onbekwaamheid van de aan de kant geschoven ouder.

Deze begint een slachtofferhouding aan te nemen en hulp te zoeken. Hij zal echter gauw begrijpen dat noch zijn advocaat, noch de dienst Jeugdbijstand hem zullen kunnen helpen om de vernietiging van het contact tegen te houden. Hij begint te vrezen dat men niet zal geloven dat de relatie met zijn kind wel degelijk ongeschonden was tot het moment van de scheiding van de ouders. Dit scenario mondt vaak uit in een situatie waarin zelfs de vertegenwoordigers van de betrokken instellingen «de kant kiezen» van «dat arme kind», dat is blootgesteld aan een «vader die zo wreed en koel is» of aan een «moeder die zo onbekwaam en onverantwoordelijk is».

Op dit punt aangekomen, zijn de aan de kant geschoven ouders als bezeten van het idee om de vijandige houding van hun kinderen en van de vervreemdende ouder te doen stoppen en de andere ouder te overtuigen van de wreedheid van zijn handelingen. Ze zullen echter gauw begrijpen dat al hun inspanningen tegen hen gebruikt worden. Als ze bijvoorbeeld naar de toneelvoorstelling van de school komen, horen ze reacties als «Ik wou niet dat je kwam. Ik wil je nooit meer zien». Als ze daarentegen niet komen, verwijt men hen «Jij bent niet geïnteresseerd in mij - Ik wil je nooit meer zien». En vaak ontvangen ze de uitnodiging pas na de vertoning.

Van zodra ze zich bewust zijn van de onzin van hun inspanningen zullen ze, in functie van hun psychische toestand, een inwendige dialoog aangaan om te weten of het niet beter is om een einde te maken aan de reeds uiteenvallende contacten met hun kinderen, of om hun inspanningen verder te zetten om hun psychische en lichamelijke pijn te doen stoppen. Vaak proberen deze ouders op «geobsedeerde» wijze om in contact te komen met talrijke experts, vrienden en kennissen om hen hulp en raad te vragen.

Ze ondervinden echter de pijnlijke ervaring om zelfs door hun eigen familieleden of hun vrienden die hun verklaringen in twijfel trekken en hen niet geloven te worden verworpen. Er wordt hen een stuk van de schuld en de verantwoordelijkheid van het vijandige en negatieve gedrag van hun kinderen in de schoenen geschoven.

De vaak ongepaste machtsovername van de kinderen die in het midden van het ouderlijke conflict staan en worden aangemoedigd om partij te kiezen zal hen volledig uitputten. Getekend door de angst om zijn kind volledig te verliezen, doet de verworpen ouder vaak afstand van zijn opvoedingsbekwaamheid en laat de kinderen doen om uiteindelijk al zijn oudergezag te verliezen.

De aan de kant geschoven ouder wordt dus meer en meer geïsoleerd, ten prooi aan een diepe twijfel aan zichzelf die sterker wordt dan hijzelf. Zijn zelfbesef, dat reeds verbrokkeld was als gevolg van de scheiding, valt nog meer uit mekaar. Hij zal concentratiemoeilijkheden krij gen en zijn beroepsprestaties zullen verminderen, gaande tot psychosomatische stoornissen. Een vervreemde ouder zal de personen uit zijn omgeving zelden blijk zien geven van empathie en begrip, reacties die ze eerder voorbehouden voor de vervreemdende ouder en de kinderen, aangezien ze de opgevoerde scenario's vaak niet begrijpen.

6.3 Op het niveau van het geprogrammeerde kind

Tot de leeftijd van 10 jaar kan het kind geen betrouwbaar onderscheid maken tussen zijn eigen perceptie en zijn eigen verbeelding enerzijds, en de verhalen die hem verteld worden anderzijds. Het ontwikkelingsproces van de realiteitstoets wordt langdurig verstoord als het kind zich niet bewust is van de verschillen tussen zijn percepties en de verhalen die hem verteld worden en als hij ze niet tegenover elkaar kan plaatsen. De verzonnen gevaren en de leugens betreffende de andere ouder verwoesten het vertrouwen van het kind in zijn eigen perceptie die hem de dingen volledig anders laat of liet zien.Het kind wordt gedwongen om de verkeerde realiteit te aanvaarden als het de relatie met de ouder bij wie het woont niet op het spel wil zetten. De contactbreuk met de andere ouder verplicht het kind om de realiteitstoets op te geven; het schikt zich naar de vertekenende en manipulerende verhalen van de ouder bij wie het woont. Dan doen zich dissociatiemechanismen voor binnen in het kind, dissociaties in psychiatrische zin. Een kind dat in een klimaat leeft dat letterlijk trilt door de woede en de verwerping van een van de ouders, zal deze sfeer snel overnemen.

Zijn nood aan veiligheid, zijn afhankelijkheidssituatie, zijn bedroefdheid, zijn woede en de angst om ook de ouder te verliezen bij wie hij woont, maken dat het kind zich identificeert met de programmerende ouder en dat hij radicaal partij kiest voor deze laatste. Des te jonger het kind is, des te sneller vindt dit rampzalige proces plaats. Het kind wordt dus bevrijd van het ondraaglijke loyaliteitsconflict tussen zijn twee ouders, op zijn minst voorlopig en oppervlakkig. Maar de prijs die hij betaalt is zeer hoog. De trauma's gebaseerd op reële gebeurtenissen kunnen verdwijnen via een therapeutische benadering die de herinnering en het beleefde overloopt. Deze therapeutische benadering wordt echter zelden met succes bekroond wanneer het gaat om geprogrammeerde trimma's die de werkelijkheid en de onwerkelijkheid met mekaar vermengen.

7. Welke zijn de psychologische en therapeutische maatregelen en de juridische maatregelen die mogelijk en noodzakelijk zijn om de bescherming van de persoon en de vertegenwoordiging van de belangen van kinderen getroffen door het P.A.S. te verzekeren?

Rekening gehouden met de beschreven situatie en de bestaande verbanden, is het belangrijk dat het P .A.S. zo vlug mogelijk gediagnosticeerd wordt en dat alle partijen die tussenkomen in de echtscheidingsprocedures, alle personen en beroepen (ouders, rechters in huwelijksaangelegenheden, sociale diensten, raadsmannen, gerechtsdeskundigen, advocaten) die verantwoordelijk zijn voor het psychische en morele welzijn van het kind, hiertoe bijdragen.

Als de eerste bijstand - gerechtelijk en buitengerechtelijk - niet op tijd plaatsvindt en op ongepaste wijze, wordt het moeilijker en moeilijker om de onvermijdelijke ontwikkeling van het door het P.A.S. getroffen kind te doorbreken. Er is hier een belangrijke inhaalnood. Het is essentieel dat het gezichtspunt dat nu geconcentreerd is op het recht van de ouders verandert om op die manier de rechten en de belangen van het kind, zoals bijvoorbeeld de nieuwe herzieningswet van de Duitse wet over de afstamming Kindschaftsgesetz van 1 juli 1998 reeds te kennen geeft

Twee aspecten zijn van het grootste belang.

a) Opdat optimale omstandigheden van de ontwikkeling van het kind vervuld zijn, heeft het kind nood aan affectie, bijstand en steun van zijn beide ouders - in het bijzonder na de scheiding en de echtscheiding van het koppel. In deze context is het aangewezen om ervoor te zorgen dat ongepaste institutionele tussenkomsten het conflict tussen de ouders niet komen verergeren.

b) De hoofdtaak van de ouders, de psychosociale diensten en de rechtbanken bevoegd voor huwelijksaangelegenheden bestaat erin om een maximum aan omgang die het kind kan

beleven met zijn beide ouders te garanderen, of zelfs te herstellen. Het kind is in goede handen als het woont met de ouder die samenwerkt met de andere ouder en die na de scheiding/de echtscheiding van het koppel bereid en in staat is om een actief en verantwoordelijk deel in de evolutie en de opvoeding van het gemeenschappelijke kind/de gemeenschappelijke kinderen over te laten aan de andere ouder.

7.1. Algemene aspecten

Preventieprogramma's:

Bijeenkomsten, besprekingen in kindertuinen en kleuterscholen, in scholen en universiteiten, stages van continue vorming voor de ouders en de beroepen die optreden in de echtscheiding met het doel om de informatie en de overdracht van kennis te verzekeren.

Advies/therapie

Voor de ouders gedurende de geschillen betreffende het recht op het uitvoeren van het ouderlijke gezag en van het omgangsrecht. Maatregelen van individueel en familiaal advies, gerealiseerd met de maatschappelijk assistenten, bemiddelaars en/of therapeuten. Op dit niveau speelt het werken met de bedroefdheid, de angst, de woede en de projecties uit de eigen biografie op elk van de betrokken personen een belangrijke rol. Het kan nuttig blijken om advocaten te laten optreden die geneigd zijn om samen te werken in plaats van het conflict te verergeren.

In Frankrijk en Duitsland zorgen talrijke adviescentra voor gezinnen ervoor dat de kinderen en de ouders deelnemen aan ingewijde programma's van groepsinterventie. In Oostenrijk moet men onder andere de activiteiten van de vereniging «Rainbows» vermelden inzake continue vorming van gekwalificeerd personeel en programma's bestemd voor kinderen, adolescenten en ouders die als doel hebben om hen te helpen bij het te boven komen van de problemen verbonden aan de scheiding en de echtscheiding. In Zwitserland speelt de vereniging «Trialog- Verein Kinder in Scheidung» dezelfde rol. In Canada bestaan er specifieke interventie- en preventieprogramma's bestemd voor gezinnen die zich in een scheiding of echtscheiding met zeer veel conflicten bevinden. De bijzondere problematiek «vervreemd kind en P.A.S.» wordt aangesneden door «1' Association of Family and Conciliation Courts (AFCC)>> - al deze vermeldingen dienen uitsluitend als voorbeeld.

Deze maatregelen die natuurlijk een zeker begrip en de wil om mee te werken veronderstellen, hebben als doel om de vijandigheid en het stilzwijgen van de beide ouders te overwinnen, de vertekende percepties van de werkelijkheid bij te stellen, de autonomie van de ouders te herstellen, de conflicten op te lossen of zelfs te verminderen, een gemeenschappelijk ouderplan uit te werken en de ouders bewust te maken van de noden van de gemeenschappelijke kinderen en van hun toekomstperspectieven. Het gaat dus om een paradigmatische verandering die afstand wil nemen van de eenzijdige belangen van de partijen en die een ouderlijke verantwoordelijkheid wil benaderen in de geest van de noden en de belangen van de gemeenschappelijke kinderen.

Psychologische en therapeutische tussenkomsten voor gezinnen die zeer sterk betrokken zijn bij het geschil

Laten we beginnen met de diagnostische analyse van het gezin, de diagnose en de vaststelling van de resultaten. Psycho-educatieve vorming van de ouders en informatie over het belang voor het kind van omgang te hebben met beide ouders; ouderlijk werk dat zich richt op het kind. Aangepaste systeemgezinstherapieën. Hulp en tussenkomst in geval van crisis, aangeboden door instellingen die een systeemaanpak toepassen.

Indien nodig: ziekenhuisopname, preventie- en heropvoedingmaatregelen met de twee ouders voor kinderen die een vreemde ontwikkeling en een buitengewoon gedrag vertonen in instellingen die ervaring hebben op psychosomatisch vlak en wat gezinstherapie betreft. Dit kan in het bijzonder noodzakelijk zijn in geval van misbruik, geweldpleging, misbruik van verdovende middelen of alcohol, zware psychosomatische stoornissen en ernstig P.A.S.

Het doel van deze maatregelen zou erin moeten bestaan om, in geval van verbroken contact, het contact en de omgang tussen het kind en de gescheiden ouder voor te bereiden, de realiteit te herstellen, de vervormde perceptie van zichzelf en de anderen recht te zetten bij het kind en de ouders, de vernietigde gevoelsbanden terug op te bouwen, opnieuw een functionele communicatie in te voeren, de gezinsbanden beginnen te reorganiseren, indien nodig de individuele problemen afkomstig uit de persoonlijke levensloop te behandelen, te zorgen dat dit alles in de toekomst voorkomen wordt, en, naargelang de ernst van de stoornissen, voor de getroffen kinderen een therapie te voorzien die rekening houdt met de resultaten van de moderne psychotraumatologie. De werkwijzen inzake specifieke therapeutische maatregelen betreffende kinderen die getroffen zijn door ernstig P.A.S. en de principes en factoren van het therapeutische proces van programmawijziging waarmee rekening gehouden moet worden, zijn gedetailleerd beschreven in de werken van R.A. Gardner en S. Clawar en B.V. Rivlin.

Psychologische tussenkomst als gevolg van een gerechtelijk onderzoek

Gerechtelijke expertises (niet louter diagnostisch, maar eerder onder de vorm van een geleidelijke poging gericht op het proces en geconcentreerd op het kind). Het doel bestaat erin om de communicatie te herstellen, een minnelijke oplossing te vinden, samen te werken met de rechtbank en de verantwoordelijke advocaten die het welzijn van het kind boven de belangen van de partijen stellen. Wij beschouwen de rol en de verantwoordelijkheid van de advocaten van zeer groot belang. Het kan eventueel nuttig zijn om een testfase te voorzien.

Indien nodig, kan een expert, een "procedure- en bezoekbegeleider" of een therapeut de gezinnen vergezellen en als gesprekspartner voor het kind of de ouders optreden in geval van problemen.

Verdere begeleiding

Voor gezinnen die zeer nauw betrokken zijn bij het geschil gedurende een langdurige periode, aanwezigheid van een begeleider in geval van een nieuwe crisissituatie met het doel om een herstel van rust en orde op lange termijn in het werk te stellen, een reorganisatie van het gewijzigde gezinssysteem, een bescherming op lange termijn van de kinderen en de "gemoedsrust" van de betrokken gezinsleden. In deze context is het zeer belangrijk dat de begeleider blijk geeft van een algemene houding die gebaseerd is op respect, empathie, vastberadenheid en van een aanpak die gebaseerd is op de beschikbare mogelijkheden en niet op de gebreken.

Ursula Kodjoe

Contact Ursula Kodjoe

Dipl.-Psych., Soc.-Arb., Mediatorin

ukodjoe@gmx.be

Home pagina Steunpunt Blijvend Ouderschap