PSYCHOLOGIE - ONDERZOEKEN

I BEMIDDELING I HET KIND EN BEMIDDELING I OUDERVERVREEMDING I ONDERZOEKEN I HULPCENTRA I STUDIE DAGEN I

Daar alle onderzoeken hier geplaatst, gedaan worden door personen buiten onze organisatie, zijn wij niet altijd akkoord met de onderzoeksresultaten. Maar daar wij u een zo breed mogelijk perspectief willen bieden, plaatsen wij alle onderzoeken in verband met de echtscheidingsproblematiek hier.
11/09/2009 Echtscheiding - Gevolgen voor de kinderen
12/09/2008 Nieuwe gezinnen willen steun en informatie
01/06/2008 Zelfhulpgroepen en empowerment
01/06/2007 Kijk op de praktijk: kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van ouders met (echt)scheidingsbemiddeling.
01/06/2007 Het effect van scheidingen op de mate van contact tussen grootouders en kleinkinderen.
01/03/2008

HET GROOTSTE REPRESENTATIEVE ECHTSCHEIDINGONDERZOEK IN VLAANDEREN

18/06/2008

Hoe belangrijk zijn moeders?

01/09/2007 Co-ouderschap verbetert contact tussen vader en kind
01/06/2007 Copingstrategieën en belevingen van sociaal-economische gevolgen bij gescheiden vaders
19/06/2007 Scheiden zonder vrijheid
08/06/2007 Echtscheiding - Vaderdag 2007
2003
Overzicht van het gezinssociologisch onderzoek aan het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsonderzoek
14/05/2004 Het einde van het gezin? Leve de gezinnen!
06/04/2007 Dringende en voorlopige maatregelen bij huwelijksmoeilijkheden
10/03/2007 De echtscheiding in cijfers
22/02/2007 Onder moeders paraplu Ervaringen van kinderen met relaties na echtscheiding ARIE DE GRAAF
22/02/2007 Tienermeisjes en gescheiden vrouwen gaan na abortus makkelijker over tot zelfdoding:
2006
Jaarverslag 2005-2006 Kinderrechten commissariaat
2006
Ontbinding van het huwelijk wegens echtscheiding Regeling volgens de Franse wetgeving
14/02/2006 Ze leefden lang (en gelukkig) samen en …. scheidden dan.
08/02/2006

Kinderen en scheiding :Een scheidingswetgeving met oog voor de rechten van minderjarigen

01/02/2004
De sociaal-economische positie van eenoudergezinnen
2003-2004 Kinderen van de scheiding
2005
Kinderen en scheiding van de ouders: de woonsituatie enkele jaren later
2004
Mediation Onderzoek (bemiddelings onderzoek)
2005
Effecten van het volgen van KIES
  HOE SCHADELIJK IS SCHEIDING?
2004-2005

Ouderlijk gezag en de mogelijkheden tot handhaving

  “Can we still be friends?” Contact tussen ex-partners na echtscheiding
  KINDEREN EN VERLIES
  De afstamming omvat de geboorte, de erkenning en de betwisting van de afstamming.
2002
Analyse van discussies over inspraak van kinderen in echtscheidingsprocedures
Echtscheiding - Gevolgen voor de kinderen

11 september 2009

Jaarlijks krijgen ongeveer 57.000 minderjarige kinderen te maken met een scheiding. Hoe erg is dat? Psycholoog / orthopedagoog Liesbeth Groenhuijsen stelt: "vechtscheiding is gewoon een vorm van kinderverwaarlozing".

Vechtscheiding is een vorm van kinderverwaarlozing

door Liesbeth Groenhuijsen

Voor alle duidelijkheid: een periode van strijd en woede na een echtscheiding is – psychologisch gezien – onvermijdelijk, en kan ook heilzaam zijn, omdat het de ex-partners helpt om van elkaar los te komen en snel een eigen leven te beginnen. Bovendien zijn 'vechten' en 'de ander de schuld geven' heel nuttig om het gevoel van eigen falen en verdriet nog even weg te houden.

Als dan de weg wordt ingeslagen om gedoseerd aan de eigen verwerking te beginnen, is dat in principe constructief. Anders wordt het als men het eigen verlies langdurig weghoudt. Dan wordt de strijd met de andere ouder tot een ongezonde afweer, die steeds aanzet tot nieuwe strijd. (Onder het motto: "Zolang je vecht is nog niet alles verloren".)

Kinderen centraal
Juist de kinderen staan in die strijd vaak centraal. Het kind verwordt dan van oogappel tot twistappel. Een breed scala aan motieven kan daartoe aanzetten.

In heel veel gevallen is er natuurlijk sprake van werkelijke, onbaatzuchtige, ouderlijke zorg om het kind. Wie ziet dat zijn kind na een verblijf bij de andere ouder steeds heftig overstuur terugkomt, moet als goede ouder opkomen voor het kind. Maar er is meer.

Psychologisch gezien ligt het voor de hand dat je juist om je kind vecht: het kind is voor de meeste ouders het dierbaarste wat ze hebben. Dat willen ze – na het verlies van de partner en het verlies van huis en haard – niet ook nog eens kwijtraken. Door vermindering of verlies van die relatie verliest de ouder ook een belangrijk onderdeel van de eigen identiteit: het ouderschap.

Het gevecht is dan ook een gevecht voor zelfbehoud. "Ik vecht voor mijn kind", wordt dan gezegd. Mijn antwoord hierop is steevast: "Als u echt iets voor uw kind wilt doen, moet u niet voor hem vechten maar vrede voor hem stichten". Dat valt natuurlijk niet mee. Het vraagt van mensen een vorm van reflectie en veerkracht die nu eenmaal niet aan iedereen gegeven is.

Het eigentijdse slagveld
Ging het tot 1998 nog om omgangsregelingen en gezag, nu kennen we nieuwe aspecten waarover ouders het eens moeten zien te worden. Zoals:

  • co-ouderschap , waarbij de kinderen om en om bij vader en moeder wonen;
  • birdnesting , waarbij de kinderen in de ouderlijke woning blijven. De ouders komen dan om de beurt voor hen zorgen.

    Ook voor datgene wat vroeger een omgangsregeling heette, zijn geen standaardregels meer. Niet meer 'gewoon' een weekend in de 14 dagen naar papa, maar een lang weekend, dan nog een dagje, of een nachtje, of de woensdagmiddag, en dan nog voor het voetballen.

    Op zich is dat een geweldige ontwikkeling, die goed is voor de kinderen. Vaders die minder vastzitten aan een volle werkweek, kunnen daardoor deelhebben aan het leven hun kinderen. Maar ruziënde ex-paren, die toch al moeite hebben om het eens te worden, hebben nu ook heel veel mogelijkheden waar ze samen uit moeten komen.

    We weten nog niet hoe dit op langere termijn uitpakt voor de kinderen. Daar is domweg nog onvoldoende onderzoek naar gedaan. Nog nooit eerder – van Montessori tot Freud, en van Rousseau tot Langeveld – heeft iemand bedacht dat het aardig zou zijn om eens te kijken wat het betekent voor kinderen om ze in twee verschillende thuissituaties te laten opgroeien, met een aantal wisselingen per week.

    Maar gezien alle kennis die we wél hebben over kinderen (zoals hun behoefte aan veiligheid, structuur en regelmaat) lijkt mij – tot nader order – voorzichtigheid geboden.

    Ingewikkelde varianten
    In hun voorstellen over ingewikkelde varianten zeggen ouders nogal eens: "Maar er is toch niet aangetoond dat het schadelijk is?" Nee, dat klopt. Maar mijn wedervraag is dan: "Waar moet het in de opvoeding en verzorging van uw kinderen om gaan? Is 'het voorkomen van schade' het doel?" Nee natuurlijk niet, zegt men dan. We willen meer. We willen dat onze kinderen gelukkig worden.

    Opvoeders moeten niet alleen nalaten wat nadelig is, ze moeten ook alles doen om hun kinderen kansen te geven. We kopen het beste speelgoed om hun motoriek te stimuleren, en we zoeken naar de beste school. Dan verwacht je ook dat ouders na een scheiding die oplossing kiezen die het beste is voor hun kinderen.

    Kindsoldaten
    Je ziet ze gaan, de kinderen van de vechtscheiding: bepakt met hun hele hebben en houden in een rugtasje, tussen twee vijandelijke kampen, als kleine soldaten op patrouille.

    De 6-jarige Maria vertelt mij dat haar ouders altijd ruzie maken als ze elkaar zien. Nu hebben ze bedacht dat de ene ouder het kind in de ochtend naar school brengt, de andere ouder haalt haar aan het einde van de dag weer op. Zo hoeven ze elkaar niet meer tegen te komen. Handig op zich. Maar toch... zoekend naar woorden maakt Maria mij duidelijk hoe naar het is, omdat het dan de hele dag op school lijkt alsof ze nergens woont.

    Het rugtasje is op zo'n dag haar thuis, hangend aan de kapstok in de gang. Hoe zat dat ook alweer met de behoefte aan basisveiligheid? Hoe kan dit kind zich concentreren op school?

    Oorlog tussen de ouders
    Bij een oorlog tussen de ouders verliest het kind een deel van zichzelf, namelijk dat deel dat van beide ouders tegelijk houdt. Het kind verliest ook dat deel van zichzelf dat op de andere ouder lijkt: "Als ik wild doe, wordt mijn moeder boos, en zegt ze dat ik ook net mijn vader ben." Tja, en die vader is door moeder de deur uitgezet, ik kan maar beter zorgen dat ik niet op hem lijk...

    De kindsoldaat gaat ondergronds met een camouflagepak aan. Als er weer eens ruzie is, verstopt hij zich in bed, kussen over zijn hoofd, niks horen, niks zien en vooral geen geluid maken. Daarvan weten we in ieder geval zeker dat het diepe schade kan veroorzaken.

    Wetenschappelijk onderzoek
    Wetenschappelijk onderzoek bevestigt onze zorg over vechtscheidingen.

    Enkele bevindingen op een rij:

  • ernstige conflicten tussen de ouders overrulen de positieve betekenis van vaders (Laumann-Billings e.a., 2001);
  • als moeders tevreden zijn over de omgangsregeling met vader, gaat het met de kinderen goed (Amato e.a., 1999);
  • kinderen gedijen nog altijd het beste in redelijk functionerende volledige gezinnen. Van de scheidingskinderen zijn zij die een conflictueuze scheiding meemaken het slechtste af;
  • na een vechtscheiding hebben jongeren een hogere kans op delinquentie, agressief gedrag en roken (Spruijt, 2007);
  • jongeren hebben na een ruziescheiding meer kans op depressieve gevoelens. Hoe meer conflict, hoe heftiger de depressie (Blijlevens e.a., 2005).

    Aanslag op de reserves
    Kinderen hebben bij hun geboorte een voorraad 'ontwikkelingskapitaal' meegekregen. Dat kapitaal is opgebouwd uit hun persoonlijke eigenschappen, temperament, talenten, ontwikkelingsdrang, en anderzijds beperkingen. De normale ontwikkeling kan door dat startkapitaal gedragen worden. Je kunt leren lachen, lezen, sporten, liefhebben en loslaten.

    Een scheiding van de ouders is een extra aanslag op de reserves. Niet beslist schadelijk of vreselijk, maar wel iets om je van bewust te zijn, want "OP=OP".

    Door de wet van 1998, waarin werd geregeld dat ouders na een scheiding gezamenlijk gezag houden, zien we als positief effect dat minder kinderen het contact met een van de ouders verliezen. Maar kinderen zijn zich niet beter gaan voelen en ook zijn hun problemen niet verminderd.

    De reden lijkt te zijn dat met het gezag ook de conflicten in stand blijven (Spruijt, 2007). Kinderen kunnen dan wel wat hulp gebruiken om hun ontwikkelingskapitaal weer aan te vullen. Maar ook dat kan door de oorlogsstemming onbereikbaar worden.

    De vader van de 7-jarige Sander maakt zich zorgen over de ontwikkeling van zijn zoon. Hij is agressief op school en maakt erg veel ruzie met zijn broertje, waarbij het er veel te hard aan toe gaat. Vader wil graag dat er hulp komt voor Sander. Maar moeder vindt het niet nodig en weigert toestemming te geven. Omdat beiden zeggenschap hebben, komt de hulp er niet.

    De les die kinderen dan leren, is dat conflicten gevaarlijk en onoplosbaar zijn. Juist in onze tijd is dat een dramatisch gegeven. Het leven is complex; wie niet geleerd heeft problemen constructief tegemoet te gaan, heeft een achterstand.

    "Het omgaan met conflicten, in het bijzonder interpersoonlijke en interculturele conflicten, is aan te leren en moet meer geoefend worden in opvoeding en onderwijs."(Schuyt, 2003)

    Ook hier geldt dat ouders het voorbeeld moeten geven en dat vechtende ouders hun kind een kans onthouden.

    Verwaarlozing
    De gevolgen voor kinderen worden naar mijn mening nog dermate onderschat dat het tijd is voor een stevig tegenwicht. Ik wil dan ook afsluiten met een stelling, hopend op discussie:

    Met de kennis die we nu hebben, is het gerechtvaardigd om in gevallen van langdurige voortzetting van conflicten, te spreken van 'verwaarlozing'.

    (Verwaarlozing is: 'het verwijtbaar nalaten van de vervulling van elementaire behoeften van kinderen door hun ouders'.)

    De Raad voor de kinderbescherming besluit in een toenemend aantal gevallen om in dergelijke zaken een zogenaamd 'beschermingsonderzoek' te starten, om te bezien of er misschien een ondertoezichtstelling (OTS) nodig is. Veel beter zou het zijn als we onze kennis meer preventief inzetten. Dat gebeurt al door mediation (bemiddeling).

    De nieuwe Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (in werking getreden op 1 maart 2009) stelt het maken van een ouderschapsplan verplicht. Als we in de praktijk een werkwijze kunnen ontwikkelen waarin juridisch mediators samen met gedragsdeskundigen ervoor zorgen dat de belangen van kinderen daarin goed aan bod komen, kunnen we veel schade voorkomen (Groenhuijsen, 2006).

    Scheiden is een recht. Het blijft echter een plicht van de ouders om voor hun kinderen het leven na de scheiding heel te laten.

    Liesbeth Groenhuijsen
    p/a redactie@ouders.nl

    Literatuur

    Amato, P.R.& J.G. Gilbreth, 'Nonresident fathers and children's wellbeing: a meta-analysis', in: Journal of Family Psychology, 15, 1999

    Blijlevens, N. e.a., '...en de rekening is voor het kind', scriptie Universiteit Utrecht, 2005

    Groenhuijsen, E.A., 'Ouderschapsplan, De vele gezichten van het belang van het kind', SWP, Amsterdam, 2006

    Laumann-Billings, L. & R.E.Emery, 'Distress among young adults from divorced families', in: Journal of Family Psychology, 4, 2000

    Schuyt, C., 'Waarden, normen en de last van het gedrag', SCP, Den Haag, 2003 (kindbeelden, 30)

    Spruijt, E., 'Scheidingskinderen', SWP, Amsterdam, 2007

    Liesbeth Groenhuijsen is GZ Psycholoog, NVO Orthopedagoog, en auteur van diverse boeken en artikelen op het gebied van kinderen en echtscheiding. Zie verder: www.pedagogischadvies.eu

    De bovenstaande tekst is een bewerking van een eerder gepubliceerd artikel: 'Vechtscheiding is gewoon een vorm van kinderverwaarlozing', in: Tijdschrift Kindermishandeling, september 2000.

Bron Ouders Online

Nieuwe gezinnen willen steun en informatie

Naar aanleiding van het krantenartikel "Slechts 1 kind op 7 heeft last van scheiding"in Het Laatste Nieuws op vrijdag 5 september 2008 hebben wij deze informatie terug gevonden.

U kunt het krantenartikel hier lezen

“De impact van een scheiding op kinderen mogen we niet onderschatten. Ouders moeten gereedschap in handen krijgen om nadelige gevolgen van een verbroken relatie voor hun kinderen te beperken.” Dat zei minister Rouvoet tijdens de presentatie van het onderzoeksrapport ‘Nieuwe gezinnen' van E-Quality.

Onderzoeksrapport Het rapport 'Nieuwe gezinnen' gaat in op de veranderingen die gezinnen doormaken na een scheiding of bij het vormen van een stiefgezin. Ook zijn de hulpvragen van de nieuwe gezinnen in kaart gebracht. E-Quality schreef het rapport in opdracht van het ministerie van Jeugd en Gezin en in nauwe samenwerking met het CBS. Op 4 september presenteerde E-Quality de publicatie voor een breed publiek. Onderzoeksrapport 'Nieuwe gezinnen': meer informatie en bestellen Ouderlijke conflicten
Jaarlijks krijgen 55.000 tot 60.000 kinderen te horen dat hun ouders uit elkaar gaan. Bij 15 tot 20% van deze kinderen leidt dat tot problemen zoals slechtere schoolprestaties en depressiviteit. Vooral ruzies van ouders dragen hieraan bij. Daarom moeten ouders beter geïnformeerd zijn over de nadelige gevolgen van ouderlijke conflicten voor kinderen, vindt minister Rouvoet. “De Centra voor Jeugd en Gezin kunnen hierin een rol spelen.” Stiefgezinnen kunnen hier ook terecht voor ondersteuning.

Rouvoet zegt blij te zijn met het onderzoeksrapport. “Er was nog niet zoveel bekend over nieuwe gezinnen.” De bevindingen van de publicatie wil hij meenemen in de Gezinsnota, die dit najaar aan de Tweede Kamer wordt gepresenteerd.
Volledige toespraak van minister Rouvoet Pure liefde
De basis van een relatie is steeds vaker ‘pure liefde', vertelt Jan Latten van het CBS in zijn presentatie. “Maar die pure liefde biedt geen garantie voor de toekomst. Sterker nog: relaties worden informeler en individueler, en zijn daardoor steeds minder duurzaam.”

Het aantal eenoudergezinnen is de afgelopen 10 jaar fors gestegen met 100.000. Nederland telt 460.000 eenoudergezinnen, meestal gezinnen met alleenstaande moeders.
De meeste mensen blijven niet lang alleen wonen na een scheiding. Na vijf jaar woont meer dan de helft van alleenstaande ouders weer samen met een nieuwe partner. Daardoor neemt ook het aantal stiefgezinnen flink toe. In 2007 waren er 149.000 stiefgezinnen in Nederland. Co-ouderschap stijgt
Welke veranderingen brengen scheiding of de vorming van een stiefgezin met zich mee?
Die vraag beantwoordt Corine van Egten in haar presentatie. Van Egten is één van de schrijvers van het onderzoeksrapport.

Bij scheiding verandert het contact tussen ouder en kind. Het grootste deel van de kinderen heeft een weekendouder. Negen procent van de kinderen ziet de uitwonende ouder zelfs helemaal niet. Positief is dat de laatste jaren het co-ouderschap toeneemt. “Dat lijkt zowel voor de ouders als de kinderen goed uit te pakken.” Voor veel bijna fulltime moeders gaat de financiële situatie er na een scheiding op achteruit. Zij hebben te maken met een flinke terugval in inkomen. Een andere verandering is het combineren van arbeid en zorg. Dat wordt lastiger na de scheiding, zegt meer dan de helft van de ouders. Met name de co-vaders hebben het er moeilijk mee. Opmerkelijk is dat in relaties waar de taakverdeling al vóór de scheiding goed geregeld was, dit leidt tot een soepeler transitie bij de scheiding. Het vormen van een stiefgezin lijkt over het algemeen een positieve transitie in het leven van gescheiden ouders. De financiële situatie verbetert vaak en het combineren van arbeid en zorg wordt makkelijker. De nieuwe relaties binnen het gezin kunnen nog wel eens tot strubbelingen leiden door bijvoorbeeld verschillen in opvoedstijl. Presentaties Jan Latten en Corine van Egten (powerpoint)

Gedifferentieerde aanpak
Eerste generatie migranten van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst gaan vaker uit elkaar dan gemiddeld in Nederland. Bovendien pakt een scheiding bij gezinnen uit etnische minderheden vaak anders uit dan bij autochtone gezinnen. Neem bijvoorbeeld de gezinnen van Marokkaanse afkomst, zegt Fadma Bouchataoui (COS Rijnmond). “Het gaat vaak om lager opgeleide ouders met een dubbele nationaliteit. Dat maakt het extra complex."
Toch moeten we niet alle gezinnen uit etnische minderheden over één kam te scheren, waarschuwt Irish Verwey (Reclassering Nederland). Een alleenstaande Caribische moeder bijvoorbeeld is doorgaans zelfredzamer dan een Turkse alleenstaande moeder. Verwey: “Het is dus heel belangrijk om te differentiëren naar de diverse groepen. Dat geeft handvatten om de problemen aan te pakken.” Om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van scheiding in gezinnen uit etnische minderheden, is apart onderzoek nodig. Meer informatie
Er is meer aandacht nodig voor bemiddeling, preventie van problemen en het opstellen van een ouderschapsplan. Dat blijkt uit het debat waaraan gescheiden ouders, stiefouders, beleidsmakers, onderzoekers en politici meedoen. Niet alleen bij een scheiding zitten ouders met veel hulpvragen, ook bij de vorming van een stiefgezin willen ze meer informatie.

  • Hoe zit het met de belastingen?
  • Op welke manier kan ik de scheidingsprocedure het beste regelen?
  • Wat heb ik te zeggen over mijn stiefkinderen?

Ouders zijn op zoek naar praktische financiële en juridische informatie, maar ook naar opvoedkundige steun. Het zou mooi zijn als die informatie en ondersteuning laagdrempelig en makkelijk te vinden is. Nu wordt die informatie nog te versnipperd aangeboden, zo blijkt uit het commentaar van aanwezige ouders. In E-Quality Matters die 30 september verschijnt, kunt u meer lezen over de presentatie en het onderzoek 'Nieuwe gezinnen'.

12 september 2008

Verslag: Leonie van den Schoor Foto's: Vincent Kraan Fotografie & Tekst

Zelfhulpgroepen en empowerment

Een eerste aanleiding voor een onderzoek naar zelfhulpgroepen en empowerment komt voort uit de toegenomen individuele en maatschappelijke belangstelling voor informele zorg. Zo wordt het individuele zelfzorgvermogen de laatste jaren gestimuleerd door de besparingshonger én de toenemende besparingsnood van overheidswege (Matthijs, 1994, p. 1).
Naast meer “druk” vanuit de overheid bepalen het gestegen onderwijsniveau, de verhoogde levensstandaard en de veranderde levensstijl de toegenomen aandacht voor zelfzorg. Zo neemt het aandeel jongeren dat zorg kan opnemen in de bevolking af (ontgroening). Het aandeel ouderen in de bevolking neemt echter toe (vergrijzing) en deze ouderen hebben een stijgende levensverwachting (verzilvering). Dat impliceert een groeiende zorgbehoefte bij hoogbejaarden, en een groeiende groep van actieve senioren die zorg kan opnemen (TZ, 2002, p. 3).
De toename van het aantal echtscheidingen creëert ook nieuwe situaties (nieuwe ouder-kindverhoudingen, nieuwe vormen van gedeeld ouderschap, financiële moeilijkheden enz.) die hulpvragen kunnen genereren. Deze demografische ontwikkelingen beïnvloeden het zelfzorgvermogen, en daardoor ook de samenstelling van het zelfhulplandschap (TZ, 2002, p. 3).
Met zelfzorg wordt bedoeld in hoeverre iemand – volledig, gedeeltelijk of niet – bekwaam is tot het zelf beslissen en handelen in functie van de eigen gezondheid (Anderson, 1996, p. 698). Mensen met een fysieke ziekte of handicap kunnen bijvoorbeeld slechts gedeeltelijk gebruik maken van hun zelfzorgvermogen. De ontwikkeling van het zelfzorgvermogen kan dus verschillen, maar een constante is dat het mensen in staat stelt om controle over hun eigen leven te verwerven.
Dit verwerven van controle, gekoppeld aan het kritisch bewust worden van de eigen situatie en het participeren aan de samenleving kan worden bestempeld als “empowerment”. Enerzijds gaat empowerment om zelfhulp in de betekenis van het zelf sterker worden, het vergroten van de eigen invloed en het verwerven van

macht. Maar anderzijds gaat het ook om wederzijdse hulp: anderen ondersteunen bij het verkrijgen van macht (Jacobs, Braakman & Houweling, 2005). Zelfhulpgroepen zijn een voorbeeld van georganiseerde zelfhulp. Samen met initiatieven van zelfzorg en mantelzorg behoren ze tot de nuldelijn (cf. de informele zorg).
Een andere aanleiding tot het schrijven van deze thesis is de toenemende belangstelling en noodzaak voor het wetenschappelijk onderbouwen van zelfhulp(ondersteuning). Trefpunt Zelfhulp vzw (TZ), ontstaan vanuit de onderzoeksinspanningen van de vakgroep Medische Sociologie (K.U.Leuven) in de jaren ‘80, wil daarom opnieuw meer aandacht aan onderzoek besteden. De werking van TZ wordt weergegeven in de eerste bijlage (Trefpunt Zelfhulp vzw, 2007a, p. 9).
In het academiejaar 2007-2008 legde TZ drie onderzoeksdomeinen voor aan masterstudenten in de sociologie en in het sociaal werk. Vanuit mijn interesse in empowerment en in de zelfhulpbeweging dacht ik aan een mogelijke link tussen de doelstellingen van zelfhulpgroepen en empowerment. Ik stelde deze nieuwe onderzoekspiste voor aan de stafmedewerkers van TZ, en ook zij toonden interesse. Na een eerste verkennende literatuurstudie werd het duidelijk dat zelfhulpgroepen – onder meer door het werken met de ervaringskennis van vrijwilligers – over troeven beschikken om empowerend te werken. Hoe zelfhulpgroepen dat concreet (kunnen) aanpakken, wordt onderzocht in deze thesis.

Lees het volledige onderzoek

Kijk op de praktijk: kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van ouders met (echt)scheidingsbemiddeling.

Deze licentiaatsverhandeling behelst een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van ouders met (echt)scheidingsbemiddeling. Het is toetsend: er wordt nagegaan in hoeverre bepaalde stellingen, afgeleid uit de literatuur, aansluiten bij de bevindingen van ouders die de bemiddelingsweg volgden. Allereerst werd er een literatuurstudie opgezet, zodat er een theoretische achtergrond kon worden geschetst. Hieruit werden dan de stellingen gedistilleerd. Een greep uit deze stellingen, waarop dieper werd ingegaan, wordt hier weergegeven.

• Een bemiddelaar moet een aantal kenmerken bezitten, die vereist én noodzakelijk zijn om het bemiddelingsproces in goede banen te leiden.
• Scheidingsbemiddeling vanuit de private sector is minder betaalbaar voor de hulpvrager, dan bemiddeling via het welzijnswerk.
• De belangrijkste voorwaarde om tot een oplossing te komen zit hem in de bereidheid van de betrokken partijen om aan bemiddeling te beginnen.
• Het afwikkelen van een echtscheiding op tegenspraak geeft vooral aanleiding tot een eindeloze juridische strijd die uiteindelijk vooral verliezers oplevert
• Conflict en vijandigheid tussen ouders, eerder dan de scheiding zelf, beïnvloeden het welzijn van kinderen negatief.

Om dit alles na te gaan, werd er gebruik gemaakt van topicinterviews, zodat het mogelijk werd om informatie aangaande de gevoelens en attitudes van de onderzoekseenheden te achterhalen. Deze respondenten werden intensief gezocht via verschillende kanalen om zo een steekproefgrootte van twintig personen te bekomen.

Na het analyseren van de gegevens, waarbij er telkens dieper werd ingegaan op de inzichten verworven uit de verhalen van de respondenten, werden er nog een aantal aanbevelingen weergegeven. Deze suggesties, die op hun beurt werden verzameld uit de interviews met de onderzoekseenheden, werden gericht naar zowel het werkveld, als naar het beleid. Om het geheel mooi af te ronden, wordt er geëindigd met een aantal bijlagen en de weergave van een bibliografie.

Lees het volledige onderzoek

Het effect van scheidingen op de mate van contact tussen grootouders en kleinkinderen.

In dit onderzoek wordt het effect nagegaan van scheidingen op de mate van contact tussen grootouders en kleinkinderen en wordt onderzocht welke factoren hier een belangrijke rol in spelen. De 180 grootouders die deelnamen aan dit onderzoek vulden een vragenlijst in over de eventuele scheiding van hun kinderen en het contact en de relatie met hun kleinkinderen. Uit de resultaten bleek dat er na een scheiding minder contact is tussen grootouders en kleinkinderen maar dat de kwaliteit van de relatie tussen grootouders en kleinkinderen behouden blijft. Bovendien zijn er ook heel wat andere factoren zoals het hoederecht, de afstand, de relatie met de ouders, de leeftijd,
burgerlijke staat en gezondheid van de grootouders, het verloop en de duur van de scheiding en het geslacht van de ouders, die een bepalende rol kunnen spelen in het verloop van de situatie tussen grootouders en kleinkinderen na de scheiding.

Lees het volledige onderzoek

HET GROOTSTE REPRESENTATIEVE ECHTSCHEIDINGONDERZOEK IN VLAANDEREN

In 2007 kondigden wij de start van het onderzoek “Scheiding in Vlaanderen” (SiV) aan. Met dit grootschalig onderzoek willen we de diverse oorzaken, gevolgen en processen van echtscheiding in kaart brengen. Naar aanleiding van dit project, geven we ook een SiV-nieuwsbrief uit. Vandaag is het zover. De eerste nieuwsbrief ligt voor u klaar. De bedoeling is om u op de hoogte te houden van de stand van zaken en de vorderingen in het onderzoek.

Daarnaast trachten we u ook ruimer te informeren over het thema echtscheiding. We presenteren in de nieuwsbrief recente bevindingen en analyses van het SiV-onderzoeksteam en doen een greep uit het recente persaanbod.

In deze eerste nieuwsbrief zetten we voor u nog eens de belangrijkste kenmerken van het SiV-onderzoek op een rij. We geven een kort overzicht van de voorbije activiteiten en onze plannen op korte termijn.

Lees de volledige nieuwsbrief

Hoe belangrijk zijn moeders?

Dit lijkt op het eerste gezicht een onzinnige vraag, maar er zijn de laatste jaren nogal wat vraagtekens gezet bij het vanzelfsprekend moederschap. Bepaalde feministen hebben, koppig, voorbijziend aan allerlei antropologische feiten, het idee gezin' afgeschilderd als een vuile streek die mannen hun argeloze vrouwen hebben geleverd. Zij denken dat het een zeer recente uitvinding is, die niet langer dan 10.000 jaar bestaat en is voorgekomen uit de bloei van het boerenbedrijf, waarbij iedere boer elke volwassen vrouw, mens of dier, beschouwde als een handige broedmachine.

Volgens deze opvatting is de vrouw niet van nature gesteld op kinderen en heeft zij geen aangeboren moederinstinct. Zij is gewoon op dit soort eigenschappen geconditioneerd door de dominante man. Als je het zo bekijkt, hoort bij onze soort ieder mens voor de kinderen te zorgen, we zouden het met elkaar, groepsgewijs moeten doen. Baby's kunnen door bepaalde mensen in de groep worden verzorgd terwijl de moeders zich in de strijd om het bestaan werpen.

Deze opvatting is voor bepaalde vrouwen heel aantrekkelijk, maar gaat ze ook uit van de biologische feiten? Zijn moeders van belang voor hun baby's, zoals veel traditionele mensen denken, of kan iedere zorgzame volwassenen haar taak net zo goed vervullen? Daar kunnen we op twee manieren achter komen. We kunnen moeders en baby's observeren; we kunnen ook kijken hoe het uiteindelijk is gegaan met baby's die zijn grootgebracht

Als we kijken naar moeder en kind, zien we hoe beiden hun uiterste best doen de natuurlijke band tussen hen te verstevigen. De eerste drie maanden maakt het een baby niet zoveel uit wie er voor hem zorgt, al begint hij al wel de speciale geur, het uiterlijk en de stem van zijn verzorger te onderscheiden. Met vier maanden wordt hij ineens erg kieskeurig: hij huilt in de buurt van vreemden en is het liefst bij zijn moeder (of wie die speciale zorg dan ook op zich heeft genomen). Op dezelfde manier richt de moeder zich steeds nadrukkelijker op haar eigen kind. Moeder en kind raken zo aan elkaar gehecht dat een gedwongen scheiding veel verdriet veroorzaakt. De intense gevoelens die heirbij optreden zijn vaak irrationeel en lijken, in de ogen van een bioloog, heel erg op die van andere soorten die er een gezin' op nahouden. Het hele idee dat de baby één speciale moederfiguur krijgt opgedrongen of dat de moeder zich uit schuldgevoel of sociale druk aan haar kind wijdt, is volkomen onzinnig voor ieder die de intensiteit van dergelijke gevoelens heeft gezien en ervaren.

Tegenstanders van deze visie wijzen onmiddellijk op het grote aantal mishandelde of in de steek gelaten kinderen en andere bewijzen dat moeders niet altijd liefdevol zijn. Scheidingen en ontrouw worden er ook bij gehaald en men stelt dat het gezin op wankele basis bijeen wordt gehouden door krachten van buitenaf en niet door een innige verbondenheid van binnenuit die diep in onze genen verankerd zou zijn. Wie dergelijke aanmerkingen maakt, ziet één belangrijk feit over het hoofd: wij zijn met veel te veel. Wanneer andere diersoorten met een dergelijke overbevolking zouden worden geconfronteerd, zou ook bij hen het gezin' op zijn grondvesten wankelen. Zelfs de meest toegewijde soort eindigt in chaos als de overbevolking een bepaald punt overschrijdt. Baby's worden gedood, opgegeten, verkracht, verlaten en uitgehongerd, waar ze eerst werden gevoed, warm en schoon gehouden en beschermd. De nauwe verbondenheid in zorg en vertrouwen valt uiteen. Van het menselijk gezin moeten dus geen wonderen worden verwacht alleen omdat die samenlevingsvorm biologisch in ons geprogrammeerd is.

Definitief uitsluitsel krijgen we natuurlijk via het gedrag van de volwassen geworden baby. Zijn degenen die in een gezin opgroeiden beter af dan zij die in groepsverband werden opgevoed? Als het kind een vast moederfiguur (een referent) heeft gehad, groeit daar dan later een succesvolle volwassene uit of behoort hij later tot een asociale minderheid? Dit valt bijvoorbeeld na te gaan in gevangenissen. Daar vinden we onvermijdelijk de groep mensen die neigt naar een asociaal en weinig succesvol bestaan. Wat kunnen we afleiden uit een onderzoek onder gevangenen?

In een aantal Europese gevangenissen werd onderzoek gedaan en daaruit bleek dat een groter percentage dan onder de gewone bevolking in de jeugd mishandeld of tekort gedaan was. In 1977 was dat percentage voor een bepaalde gevangenis bijvoorbeeld 34%. Bij navraag onder de gevangenen bleek dat niet minder dan 95% het had moeten doen zonder centrale moederfiguur in hun babytijd. Zij waren als kind om wat voor reden dan ook toevertrouwd aan de zorg van steeds wisselende volwassenen. In 50% van de gevallen wisselde de moederfiguur' vijf keer of meer voor de kindertijd voorbij was.

Dit soort belevingen logenstraft het idee dat moederschap een cultureel bepaalde val voor vrouwen zou zijn. Het is duidelijk dat een vaste moederfiguur is bij het opgroeien. Wanneer een kind het ene individu van het andere begint te onderscheiden, heeft hij wanhopig behoefte zijn afhankelijkheid op één dominante verzorger te richten tot wie hij zich altijd kan wenden voor zorg en bescherming; zo iemand is nodig voor al die onzekere, onveilige momenten die ene kind in deze veranderlijke wereld meemaakt. De menselijke baby komt ter wereld met de behoefte zich op iemand te focussen en bij gebrek daaraan wordt het tere evenwicht van een geest in aanbouw snel verstoord. Kinderen die door omstandigheden gedwongen worden op te groeien zonder vaste verzorger, gaan natuurlijk niet dood. Ze worstelen om zich aan te passen en leggen zo de basis voor allerlei problemen in hun latere leven. Lichamelijk worden ze sterk, geestelijk zijn ze beschadigd. Als volwassene hebben ze er moeite mee zich te binden. Het begrip vertrouwen zegt hun vaak niet veel. Soms ontbreekt het hun aan schuldbesef en worden ze pijnlijk of wreed onverschillig tegenover de gevoelens van anderen. Dit gaat niet altijd op, sommige mensen overwinnen hun moeilijkheden, maar dan altijd met veel meer strijd dan de baby die kon opgroeien in de geborgenheid en intimiteit van een warm gezin.

Bron: Baby's, het vraag en antwoordboek over het gedrag van baby's, auteur: Desmond Morris, uitgegeven bij MOM

Onze bron : www.famidoo.be

Co-ouderschap verbetert contact tussen vader en kind

Het contact tussen gescheiden vaders en hun kinderen wordt steeds beter. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

'De belangrijkste oorzaak hiervoor is de stijgende populariteit van co-ouderschap. Beide ouders zorgen dan de helft van de tijd voor het kind', zegt Jan Latten, CBS-onderzoeker en hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam.

De afgelopen decennia is het aantal kinderen dat thuis een scheiding heeft meegemaakt toegenomen. Nu maakt een op de zeven kinderen een scheiding van de ouders mee.

Uit eerder onderzoek blijkt dat na een scheiding het contact tussen kind en vader over het algemeen verslechtert. Maar door co-ouderschap lijkt het tij te keren.

De laatste decennia kiezen meer ouders na scheiding voor co-ouderschap. Latten verwacht dat deze trend verder doorzet. Door het co-ouderschap blijft de vader intensief betrokken bij de opvoeding van het kind.

Meer informatie: CBS onderzoeksverslag 'Een terugblik op het ouderlijk gezin'
Bron: Trouw, 12 juni 2008

Auteur van dit artikel:
Het.Ouder.Net /www.oudernet.be

Copingstrategieën en belevingen van sociaal-economische gevolgen bij gescheiden vaders

Dit onderzoek is gedaan aan deUniversiteit Antwerpen door de werkstudenten Sociologie 2006-2007 onder begeleiding van prof. dr. Dimitri Mortelmans

Wat doet een scheiding met een vader? Dat was de vraag die we ons in dit hoofdstuk stelden. Terugkijkend op onze analyse van de interviews, kunnen we onze conclusies in verband met de vaderrol als volgt samenvatten.

Eerst en vooral hebben we bij onze respondenten vooral betrokken vaders ontmoet. De verstandhouding met de kinderen en hun rol als vader, laat hen niet onverschillig. Ze zijn bezorgd over het effect van de scheiding op hun kinderen en op de relatie met hun kinderen. De scheiding heeft wel de tijd beperkt die ze met hun kinderen kunnen doorbrengen, maar we merken niet dat de vaders afstand nemen van hun kinderen. Integendeel, er zijn in ons onderzoek meer vaders die sinds de scheiding bewuster en intenser proberen om te gaan met hun kinderen dan dat er vaders zijn die het contact met hun kinderen verminderen en hen meer en meer aan de moeder overlaten.

De aanpassing aan het functioneren als alleenstaande ouder verloopt niet zonder slag of stoot. We herkennen de stressoren zoals beschreven in het model van Amato (2000). Vooral de aard en de kwaliteit van de relatie met de ex-partner kan een determinerende drempel of troef zijn om de nieuwe vaderrol naar voldoening op te nemen. Ook een nieuwe partner die goed met de kinderen overweg kan, is bevorderlijk voor de positieve beleving van de nieuwe situatie. We zouden dit kunnen specifiëren bij de interpersoonlijke moderatoren die door Amato beschreven worden.

We kunnen op basis van onze bevindingen de stelling van Lamb (1999) niet bevestigen. Onze vaders distantiëren zich niet van hun vaderrol. Ze haken niet af. De reden voor dit verschil is niet eenvoudig te verklaren. Misschien heeft het te maken met de samenstelling van onze vadergroep. Er zouden redenen kunnen zijn waarom er vooral betrokken vaders in het onderzoek zijn opgenomen. Een andere mogelijke verklaring is de tijdsdimensie. Ons onderzoek beperkt zich tot een periode die in feite zeer kort na de scheiding ligt. Het is niet ondenkbaar dat de afstand tussen de vaders en hun kinderen pas na langere tijd zal groeien. Dat kunnen we op basis van onze gegevens echter niet verifiëren. Een meer doorgedreven longitudinaal onderzoek zou hierover uitsluitsel kunnen geven.

In het onderzoek van Kruk (1992) herkennen we onze drempels en troeven. Echter, waar Kruk een eventueel contactverlies primair toeschrijft aan de ex-partner, kunnen wij dat op basis van onze analyse niet zonder meer stellen. Voor zover er sprake is van verminderde contacten tussen de vaders en hun kinderen, en wanneer er geen coouderschap tot stand kwam, is dat bij onze respondenten meestal niet het gevolg van een gerechtelijke beslissing na een felle strijd. Om diverse redenen hebben die vaders zelf beslist dat het de minst slechte oplossing was. DeLuccie (in Fagan en Barnett, 2003) spreekt in dit verband van de 'gatekeeping' functie van de moeders. Ons lijkt het even zinvol te stellen dat de vaders ook hun eigen 'gatekeepers' zijn. Ze eisen vaak niet meer tijd en verantwoordelijkheden op dan ze naar eigen aanvoelen mentaal, praktisch, financieel of materieel aankunnen. Dit is hoegenaamd niet in tegenspraak met de vaststelling dat dit vaak betrokken, bezorgde en actieve vaders zijn. Dat ze de beperkingen aanvaarden, betekent zeker niet dat ze mentaal afstand nemen van hun kinderen.

Globaal menen we dat onze bevindingen goed aansluiten bij de systeem benadering, die uitvoerig werd beschreven in onze literatuurstudie. Deze benadering schetst een kader waarbinnen onze analyse in grote lijnen goed kan geduid worden. De scheiding heft het bestaan van het gezin niet op want de kinderen incarneren de blijvende band tussen de ex-partners. Wel treedt er een ingrijpende wijziging op in de respectievelijke rolpatronen. Ons onderzoek legde de focus op de rol van de vader. Het zou een interessant opzet kunnen zijn om in verder onderzoek een gelijkaardige analyse te maken van de drie rollen tegelijkertijd, met name die van de beide partners individueel en hun kinderen. Want de kinderen houden de boel echt wel bij elkaar.

Indien u het volledige onderzoek wenst te lezen kunt u dat hier

Dit onderzoek is gedaan aan deUniversiteit Antwerpen door de werkstudenten Sociologie 2006-2007 onder begeleiding van prof. dr. Dimitri Mortelmans van de faculteit Social and Political Sciences

Indien u meer informatie wenst over de Universiteit Antwerpen kunt u terecht op www.ua.ac.be, indien meer wenst te weten over de faculteit of prof. Mortelmans klik dan hier.

Scheiden zonder vrijheid

Kinderen hebben na een echtscheiding baat bij gezamenlijk ouderschap van de ouders. Dat stelt VU-promovenda Constance van Rooijen (1974) in haar onderzoek Scheiden zonder vrijheid.

In haar onderzoek gaat Van Rooijen in op de vraag of gezamenlijk ouderlijk gezag na echtscheiding in het belang van het kind is. De wetgever gaat daar wel van uit. Sinds 1998 is namelijk in de wet vastgelegd dat beide ouders het gezamenlijk gezag ook na echtscheiding van rechtswege behouden, tenzij dit – zoals in de rechtspraak is aanvaard - niet in het belang van het kind is omdat het in die situatie ‘klem en verloren' dreigt te raken.

Van Rooijen interviewde voor haar onderzoek ouders die zowel onder de oude als de nieuwe wetgeving hun echtscheiding meemaakten. De wetsverandering heeft geen invloed gehad op de bereidheid van de ouders om naar consensus ten aanzien van de kinderen te streven. Die bleek in beide gevallen zeer groot.

Toch vinden de ouders, die na 1998 zijn gescheiden, de nieuwe regeling beter, omdat die het meeste recht doet aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Opvallend is dat deze ouders vaker zeggen daadwerkelijk gezamenlijk beslissingen over de kinderen te zullen blijven nemen. De nieuwe wet lijkt dus bij te dragen aan een grotere betrokkenheid van de ouders bij het kind.

Van Rooijen vindt wel dat in de wet een lijst van criteria zou moeten worden opgenomen om het belang van het kind nader te definiëren, zodat rechters minder snel de neiging hebben om het belang van de ouders te laten prevaleren. Verder stelt zij voor om bemiddeling van ouders in echtscheidingsituaties te stimuleren door een landelijk netwerk van adviesbureau's op te richten. Andere aanbevelingen ten slotte zijn het (niet-verplicht!) opstellen van een ouderschapsplan waarin de ouders afspreken hoe zij het belang van hun kind(eren) zullen behartigen. In moeilijke echtscheidingsituaties pleit Van Rooijen ervoor dat het kind door een bijzonder curator wordt bijgestaan.

Bron www.zorgkrant.nl

Echtscheiding - Vaderdag 2007

8 juni 2007

Vaderdag is een feest voor alle vaders en kinderen die elkaar kunnen knuffelen, maar een pijnlijk moment voor iedereen die dat niet kan. Jolanda (45) schreef ons een brief, waarin ze vertelt hoe het was om van de ene dag op de andere geen vader meer te hebben.

Het verhaal besluit met een verzoek aan alle ouders die een scheiding overwegen: "Probeer sterker te zijn dan je boosheid, en steun je kind in het contact met zijn of haar vader."

Een kind wil allebei zijn ouders

Beste ouders,

Ik was 9 jaar toen er ineens een vrachtwagen voor de deur stond om onze spullen weg te halen. In het donker laadden we alles in en zijn we vertrokken. Mijn vader werkte als timmerman in een ander dorp, dus hij werd totaal verrast toen hij 's avonds na zijn werk thuis kwam.

Ik wist ook niets. Ik was papa's kindje. Mijn moeder zal wel gedacht hebben "die praat haar mond voorbij", dus had ze mij niets verteld van haar plannen. Ze nam me mee naar de grote stad. Daar werd ik 'getest': de rechter moest onderzoeken bij wie ik moest wonen. Ik herinner me dat ik bij de rechtbank mijn vader weer even zag. Ik had hem al een hele tijd niet gezien.

Daarna mocht ik hem elke derde zaterdag van de maand zien, van 10 uur 's ochtends tot 6 uur 's middags. Als hij niet betaald had, of mij niet op tijd kwam terugbrengen, dan weigerde mijn moeder de volgende keer om me te laten gaan. Hij was wel eens te laat, omdat hij wel meer dan een uur heen en terug moest rijden.

Heel labiel werd ik in die tijd. Ik herinner me een hoop verwarde gevoelens. Ik leerde slecht, het ging niet goed op school, ik plaste nog steeds in mijn bed, en werd steeds magerder. Mijn vader dreef steeds verder weg uit mijn leven. Hij was er gewoon niet meer. Ik miste hem.

Maar ja, wat doe je daaraan als kind?

Briefjes
Nu, ruim 35 jaar later, heb ik briefjes gevonden die ik hem geschreven heb in die tijd. Dat ik van hem hield. Dat ik hem miste. Hij had alles bewaard. Vorig jaar is hij gestorven. Ik moest zijn woning leeghalen. Al die tijd had ik hem niet meer gezien.

Ik ben zo vreselijk verdrietig. Boos ook, om de tijd die ons samen is afgepakt. Al die tijd heb ik gedacht dat hij mij niet meer wilde zien. Maar nu weet ik dat dat niet zo was; hij miste mij net zo goed.

In het begin belde ik hem soms stiekem om zijn stem te horen. Ook dat weet ik nog. En als ik in het dorp bij mijn oma logeerde, dan fietste ik ook stiekem naar ons oude huis om hem te zien. Hij bracht me daarna met fiets en al in de auto weer naar oma, de moeder van mijn moeder, en zette me vlak voor haar huis ergens af, zodat ik weer op de fiets terugkwam.

Mijn vader heeft zelfs nog gehokt met zijn schoonmaakster, om de kans dat ik bij hem mocht komen te vergroten. Maar dat werd natuurlijk niets.

Getouwtrek
Wat ik onverdraaglijk vond, was het getouwtrek om mij tussen mijn ouders. Ik herinner me dat nog zo goed! Hoe kon ik nou kiezen tussen mijn ouders? Ik wilde ze allebei!

Horen jullie dat? Een kind wil allebei zijn ouders....

Mijn moeder heeft het contact met mijn vader nooit gestimuleerd. Na die tijd stiekem bellen ben ik er denk ik gewoon mee opgehouden. Je moet leven met het leven dat je hebt. Ik was inmiddels 11, ging puberen, en liet mijn vader voor wie hij was. Ik kreeg aandacht voor jongens, en toen raakte pa helemaal op de achtergrond.

Wat zou het veel uitgemaakt hebben als mijn moeder het contact tussen mij en mijn vader gewoon in stand had gehouden. Je kunt elkaar toch gewoon zien? Of schrijven? Ze had me kunnen stimuleren hem te bellen en te schrijven, dan had hij mij ook kunnen laten weten hoeveel hij van me hield.

Onder de tafel duiken
Ik zie ook wel dat mijn ouders allebei fouten hebben gemaakt: hun huwelijk was hun zaak. De hele familie steunde mijn moeder in haar besluit het helemaal in haar eentje te willen doen. Mijn oma was de enige die begreep dat ik mijn vader gewoon wilde zien. Later vertelde ze me dat ze heus wel wist dat ik stiekem op mijn fietsje naar mijn pa ging. Als ik daar was, reed mijn vader soms langs om een glimp van mij op te vangen. Ik moest dan onder de tafel duiken van mijn moeder.

De laatste keer dat ik hem zag was ik 11 jaar. Hij had me een week gehouden na een bezoek op zaterdag: een hele week ben ik bij hem gebleven. Ik wilde niet meer weg. Maar na die week kwamen mijn moeder en haar familie me ophalen. Ik moest weer naar school.

Mijn vader zat vol haat over wat ons was aangedaan. Ik begrijp dat wel, maar hij was niet meer in staat om mij te zien zonder zijn woede te uiten. Ik hoorde niets anders meer van hem dan scheldpartijen over mijn moeder. Hij kon daar niet meer overheen komen.

Vaderloos
In de puberteit was ik vaderloos, en heel jaloers op kinderen die wel een echte vader hadden. Wat hadden we graag contact gehad in die tijd en wat zou ik daar veel aan hebben gehad, denk ik nu vaak...

Mijn vader en ik leken wel op elkaar. We waren beiden stug, en moeilijk in het uiten van gevoelens, maar we waren ook dol op elkaar. Ik was net zo verdrietig over de scheiding als hij. Soms hoor ik nog steeds zijn stem. Het was ook een eigenwijze man, met fouten en onhebbelijkheden. Maar het was wel MIJN vader! Horen jullie dat?

Ik heb hem begraven met een mooie steen en een foto van hem erop. Als ik dood ga, wil ik bij hem liggen. Dan zijn we toch weer een beetje samen.

Blijven voor de kinderen
Zelf wilde ik nooit trouwen. Ik wou er niet aan beginnen, die ellende. Maar toch is het ervan gekomen. Dit jaar zijn we 10 jaar getrouwd. Eigenlijk zijn we juist voor de kinderen getrouwd. We hadden inmiddels al twee meiden. Ze zijn nu 19 en bijna 12 jaar. Maar ik ben getrouwd zonder feest, zelfs zonder trouwjurk.

Scheiden doen we niet. Ik pieker er niet over. Ook al zou ik ongelukkig zijn met mijn man (wat niet het geval is), voor de kinderen zou ik blijven. Je kunt overal wat van maken. Ik weet immers wat het betekent voor een kind.

Mijn moeder heeft me veel onrecht en veel pijn gedaan, doordat ze het contact met mijn vader niet steunde. Ik vraag me af of ik de boosheid die ik voel, en die sinds zijn dood erger is geworden dan ooit, nog wel zal kwijtraken. De psycholoog zei een keer: "Je had eigenlijk twee kleine kinderen als ouders, die aan het bekvechten waren om jou. En niet omdat jij daar baat bij had, maar alleen om elkaar te kwetsen. Uit wraak. Ze dachten niet aan jou."

Na 33 jaar ben ik weer in ons oude dorp gaan wonen. Daar zag ik mijn vader wel eens op straat lopen. Hij woonde nog altijd in ons oude huis. Hij is er ook gestorven. Ik voel me iets dichter bij hem, maar het wordt nooit beter dan dit.

Een verzoek
Ik leef mee met alle vaders die hun kind niet meer mogen of kunnen zien doordat de moeder dat tegenhoudt. En voor alle vaders die hun kinderen wél kunnen zien, hoop ik dat ze een superleuke vaderdag hebben.

Oh ja, en voor alle moeders die aan echtscheiding denken, heb ik ook een verzoek. Probeer sterker te zijn dan je boosheid, en steun je kind in het contact met zijn of haar vader. Dat is een geschenk voor het leven.

Dag,

Jolanda X
p/a redactie@ouders.nl

Bron www.ouders.nl


Overzicht van het gezinssociologisch onderzoek aan het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsonderzoek

Gezinsdefinitie
Een eerste project handelt over de opvattingen en houdingen van universiteitsstudenten over het gezin. Hedendaagse jongeren worden geconfronteerd met complexe en hetero-gene leefvormen, en daarom is dat een interessante referentiegroep om het concept ‘ge-zin’ te reconstrueren. Zij zijn immers de groep die de toekomstige leefvormen uittekent. De centrale vraag was in welke mate en bij welke groepen het gezin al dan niet wordt vereenzelvigd met het kerngezin. Hiertoe werd aan eerstejaarsstudenten (n=674) van vijf studierichtingen van de K.U.Leuven (psychologie, pedagogie, natuurkunde, wiskunde en informatica) een vragenlijst voorgelegd met 21 verschillende leefvormen die verschilden op het vlak van burgerlijke staat van de partners, seksuele geaardheid van de betrokke-nen, vormen van ouderschap, het al dan niet samenwonen, en ten slotte de aanwezigheid van derden in het gezin.

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

Het einde van het gezin? Leve de gezinnen!

Op 15 mei is het Internationale Dag van het Gezin. Bij die gelegenheid roepen de Verenigde Naties hun lidstaten op om mee te werken aan een ‘gezinsvriendelijke samenleving’. Zo’n oproep klinkt wat raar bij het begin van de eenentwintigste eeuw. Heeft de term ‘gezin’ niet een licht aangebrand geurtje? Bestaat het nog wel? En voor wie moet het beleid dan ‘vriendelijk’ zijn?

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

Dringende en voorlopige maatregelen bij huwelijksmoeilijkheden
Samenvatting

Het is algemeen geweten dat meer en meer koppels, wanneer ze getrouwd zijn of samenwonen, huwelijksmoeilijkheden ondervinden. Vaak zijn die huwelijksmoeilijkheden niet meer op te lossen en volgt er een scheiding. Om de periode tussen het begin van de problemen en de definitieve scheiding te overbruggen, is het raadzaam een beroep te doen op de vrederechter om dringende voorlopige maatregelen te bekomen.

Omdat niet iedereen juist weet wat hun mogelijkheden zijn, wanneer ze te kampen hebben met huwelijksmoeilijkheden, wou ik een duidelijk overzicht geven van wat de vrederechter allemaal kan bevelen.

Mijn eindwerk bestaat uit 6 hoofdstukken:

In het eerste hoofdstuk bespreek ik de toepassingsvoorwaarden die voldaan moeten zijn vooraleer men dringende voorlopige maatregelen kan vragen aan de vrederechter.

In hoofdstuk 2 worden alle mogelijke maatregelen besproken zowel maatregelen met betrekking tot gehuwden als maatregelen met betrekking tot de wettelijk samenwonenden.

De maatregelen met betrekking tot de gehuwden worden onderverdeeld in 5 categorieën:
· maatregelen met betrekking tot de persoon;
· maatregelen met betrekking tot de goederen/ het vermogen;
· onderhoudsgelden ;
· maatregelen met betrekking tot de kinderen;
· maatregelen met betrekking tot de persoon en goederen van derden.

De maatregelen met betrekking tot de wettelijk samenwonenden worden onderverdeeld in 4 categorieën:
· maatregelen met betrekking tot de gemeenschappelijke verblijfplaats;
. maatregelen met betrekking tot de persoon en de goederen van de partner;
· maatregelen met betrekking tot de persoon en de goederen van de kinderen;
. maatregelen met betrekking tot de wettelijke en contractuele verplichtingen van de partners.

Verder geef ik in hoofdstuk 2 nog een kort woordje uitleg over de geldingsduur en de wijzigbaarheid van de maatregelen.

De procedure die moet gevolgd worden bespreek ik in hoofdstuk 3. Zo leg ik onder andere uit wat er allemaal in een verzoekschrift moet staat opdat het geldig zou zijn. Ook het verloop van de zitting wordt besproken.

Vervolgens vergelijk ik in hoofdstuk 4 de dringende voorlopige maatregelen die de vrederechter kan nemen met de voorlopige maatregelen die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg neemt.

In hoofdstuk 5 heb ik enkele cijfergegevens verzameld van het aantal verzoekschriften i.v.m. dringende voorlopige maatregelen die op de griffie van het vredegerecht in Houthalen-Helchteren zijn binnengekomen.

In het laatste hoofdstuk tenslotte heb ik een praktisch voorbeeld besproken, omdat zo'n praktisch voorbeeld de theorie wat verduidelijkt, zodat iedereen die zich ervoor interesseert, kan zi_en hoe het er in de praktijk aan toe gaat.

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

De echtscheiding in cijfers
2006 ECHTSCHEIDINGEN PER GEWEST
MAAND BRUSSELS VLAAMS WAALS HET
  HOOFDSTEDELIJK GEWEST GEWEST RIJK
  GEWEST      
JANUARI 422 1.112 728 2.262
FEBRUARI 402 1.069 683 2.154
  824 2.181 1.411 4.416
MAART 705 1.500 1.025 3.230
  1.529 3.681 2.436 7.646
APRIL 474 1.134 687 2.295
  2.003 4.815 3.123 9.941
MEI 576 1.304 835 2.715
  2.579 6.119 3.958 12.656
JUNI 467 1.357 909 2.733
  3.046 7.476 4.867 15.389
JULI 0 0 0 0
  3.046 7.476 4.867 15.389
AUGUSTUS 0 0 0 0
  3.046 7.476 4.867 15.389
SEPTEMBER 0 0 0 0
  3.046 7.476 4.867 15.389
OKTOBER 0 0 0 0
  3.046 7.476 4.867 15.389
NOVEMBER 0 0 0 0
  3.046 7.476 4.867 15.389
DECEMBER 0 0 0 0
         
TOTAAL 3.046 7.476 4.867 15.389
         
Opmerking: de cijfers per maand zijn voorlopige cijfers. Daardoor kan er voor sommige jaren een
klein verschil zijn met de jaarlijkse totalen die in de rubriek Statistieken staan.
Bron: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie

 

2006 ECHTSCHEIDINGEN
 
               
MAAND ANTWERPEN VLAAMS BRUSSEL- WEST- OOST- LIMBURG HET
    BRABANT HOOFDSTAD VLAAND. VLAAND.   RIJK
Januari 345 175 422 201 239 152 2.262
Februari 270 130 402 272 269 128 2.154
Maart 396 200 705 362 349 193 3.230
April 264 140 474 253 297 180 2.295
Mei 314 203 576 281 335 171 2.715
Juni 380 172 467 258 351 196 2.733
Juli 0 0 0 0 0 0 0
Augustus 0 0 0 0 0 0 0
September 0 0 0 0 0 0 0
Oktober 0 0 0 0 0 0 0
November 0 0 0 0 0 0 0
December 0 0 0 0 0 0 0
TOTAAL 1.969 1.020 3.046 1.627 1.840 1.020 15.389
               
 
Opmerking: de cijfers per maand zijn voorlopige cijfers. Daardoor kan er voor sommige jaren een klein
verschil zijn met de jaarlijkse totalen die in de rubriek Statistieken staan.
Bron: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie

 

Onder moeders paraplu
Ervaringen van kinderen met relaties na echtscheiding ARIE DE GRAAF

De meeste kinderen groeien op in een gezin met twee ouders. De relatie tussen de ouders wordt echter niet altijd als goed ervaren. Een derde van de kinderen geboren in de periode 1945-1979 had wat dat betreft problemen thuis. Deze problemen waren groter bij kinderen van vlak na de oorlog. Waarschijnlijk komt dat doordat in de naoorlogse periode minder werd gescheiden dan in de jaren zeventig. De ouders bleven, ook als hun relatie niet goed was, toch bij elkaar. Jongere generaties kregen meer met echtscheiding te maken. Dat had vooral negatieve gevolgen voor de relatie met de vader. Een kwart had na de scheiding geen contact meer.

Van de mensen die eind jaren veertig of begin jaren vijftig zijn geboren en die zijn opgegroeid in een gezin met twee ouders heeft 75 procent het gezinsleven als 'goed' ervaren. Bij mensen die later werden geboren neemt dat percentage toe. Van de generatie geboren in de jaren zeventig was het 85 procent (zie figuur 1 ).

Figuur 1. Meerderjarigen (18-52 jaar)   die zijn opgegroeid in een tweeoudergezin en het ouderlijk gezinsleven als goed hebben ervaren

Eén verklaring is de verandering, in de jaren zestig en zeventig, in de gezagsstructuur binnen het gezin. Er vond een overgang plaats van een ?bevelshuishouding? naar een ?onderhandelingshuishouding?, waarbij door ouders gestelde regels en grenzen werden versoepeld en de kinderen meer ruimte kregen om de regels en grenzen bij te stellen. De kans op conflicten zou in onderhandelingshuishoudingen doorgaans kleiner zijn dan in bevelshuishoudingen.

Een andere verklaring is de toename van het aantal echtscheidingen. Tegelijk met de daling van het percentage kinderen dat, terwijl ze nog thuis woonden, de onderlinge verstandhouding tussen de beide ouders niet optimaal vond, steeg het aantal echtscheidingen.

Tabel 1 laat zien dat er een sterk verband bestaat tussen de ervaring van het kind met het gezinsleven in het ouderlijk huis en de relatie tussen de ouders in die tijd. Van de kinderen die het gezinsleven als 'slecht' hebben ervaren, geeft bijna 70 procent aan dat ook de relatie tussen de ouders slecht was. Uit verdere analyse blijkt dat een groot aantal mensen die een slecht gezinsleven hebben ervaren, ook een slechte relatie met vader of moeder had. Slechts vijf procent heeft het gezinsleven als 'slecht' ervaren op grond van niet-relationele gronden binnen het gezin.

Tabel 1. Meerderjarigen (18-52 jaar) opgegroeid in een tweeoudergezin

Ervaring gezinsleven
in het ouderlijk huis
Relatie tussen ouders toen kind
nog thuis woonde
Totaal
goed redelijk slecht
% abs=100%
Goed 88 11 1 5320
Redelijk 24 60 16 1179
Slecht 4 27 69 268
Totaal 74 20 6 6767

Het blijkt dat de relatie van het kind met de moeder in die periode iets beter was dan de relatie met de vader. Vier van de vijf kinderen had een goede relatie met de moeder, driekwart met de vader. Meisjes hebben een iets betere relatie met hun vader dan jongens. Er is weinig verschil tussen de relatie van jongens en die van meisjes met de moeder. Hoe jongens en meisjes tijdens het verblijf in het ouderlijk gezin het gezinsleven hebben ervaren hebben ervaren, wordt nader belicht in figuur 2 .

Figuur 2. Meerderjarigen (18-52 jaar)   opgegroeid in een tweeoudergezin

Bij oudere generaties gingen ouders slechts zelden uit elkaar, ook als de relatie niet goed was. Oudere generaties hebben waarschijnlijk vaker een minder leuke jeugd gehad omdat ouders onderling meer meningsverschillen hadden en dat hebben geuit in het bijzijn van de kinderen.

Meer kinderen betrokken bij echtscheiding

Het aantal echtscheidingen steeg in de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig sterk. Vanaf de jaren tachtig schommelde het rond een niveau van 30 duizend per jaar. Steeds meer kinderen maakten mee dat hun ouders gingen scheiden. Ging het bij de generaties uit 1945-1949 nog om vier procent, bij de generaties uit de jaren zeventig was dat gestegen tot 17 procent.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig werden ieder jaar rond 25 duizend kinderen jonger dan 18 jaar geconfronteerd met een echtscheiding van de ouders. Eind jaren negentig was dit aantal toegenomen tot 32 duizend ( tabel 2 ). Deze groei is het gevolg van de stijging van het aantal echtscheidingen. Het percentage echtscheidingen waar kinderen bij waren betrokken, daalde aanvankelijk van 53 procent aan het eind van de jaren tachtig tot 46 procent in 1993, maar steeg daarna weer tot 51 procent aan het eind van de jaren negentig.

Tabel 2. Echtscheidingen en minderjarige kinderen betrokken bij echtscheiding

Jaar van
echtscheiding
Totaal aantal
echtscheidingen
w.o. aandeel
met minderjarige
kinderen
Totaal aantal minderjarige kinderen
absoluut per 1000 kinderen
x 1000 % x 1000
1988 27,9 52,8 25,3 7,4
1989 28,3 51,5 25,2 7,5
1990 28,4 48,5 24,1 7,2
1991 28,3 48,8 24,2 7,3
1992 30,5 47,8 25,7 7,7
1993 30,5 45,8 24,5 7,3
1994 36,2 46,2 29,8 8,9
1995 34,2 44,8 28,0 8,3
1996 34,9 46,4 29,5 8,7
1997 33,7 47,4 29,5 8,6
1998 32,5 48,8 29,3 8,5
1999 33,6 51,1 31,8 9,2

Bron: CBS, Bevolkingsstatistieken

Onder moeders paraplu

Het overgrote deel van de kinderen blijft na de echtscheiding bij de moeder wonen. Uit het Onderzoek Gezinsvorming 1998 (OG'98) van het CBS , waarin mannen en vrouwen van 18 tot en met 52 jaar zijn ondervraagd, blijkt dat van de mensen die in het ouderlijk huis een echtscheiding van de ouders heeft meegemaakt 15 procent bij de vader bleef wonen en 80 procent bij de moeder. Een klein deel woonde afwisselend bij hun vader en moeder of woonde in een pleeggezin of kindertehuis. Van de kinderen die bij hun vader of moeder bleven wonen kreeg ruim 40 procent te maken met een stiefouder. Gemiddeld zijn kinderen 13 jaar oud als ze met een stiefouder te maken krijgen en hebben ze 4,5 jaar in een eenoudergezin doorgebracht.

OG 1998

In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 van het CBS werd mensen van de generaties geboren in de periode 1945-1979 onder meer gevraagd naar de relatie met hun vader en/of moeder en naar die tussen hun ouders. Het gaat hierbij om volwassenen die het ouderlijk huis reeds hebben verlaten en die opgroeiden in een tweeoudergezin of die meemaakten dat hun ouders gingen scheiden. Kinderen die in hun jeugd werden geconfronteerd met het overlijden van één van de ouders, en kinderen die vanaf hun geboorte opgroeiden bij één ouder zijn buiten beschouwing gelaten. Er werden 4,7 duizend mannen en 5,5 duizend vrouwen van 18-52 jaar ondervraagd.

Ruim een kwart van de kinderen die thuis een echtscheiding van de ouders meemaakten, had in de jaren na de echtscheiding geen contact meer met de vader ( tabel 3 ). Verder gaf een kwart van de kinderen aan dat het contact met de vader na de echtscheiding slecht is. Het contact met de moeder daarentegen is in 60 procent van de gevallen goed. Dit heeft te maken met het feit dat de meeste kinderen bij hun moeder zijn blijven wonen.

Tabel 3. Meerderjarigen (18-52 jaar) opgegroeid in een eenoudergezin

Relatie tussen kind en ouder
in de jaren na de echtscheiding
Mannen Vrouwen Totaal
%
Met vader
goed 32 24 27
redelijk 21 21 21
slecht 20 26 23
geen contact 27 29 28
Met moeder
goed 68 61 64
redelijk 19 21 20
slecht 10 16 14
geen contact 3 2 2
abs.=100%
Totaal 250 350 600

Relaties na de scheiding

De afgelopen decennia worden steeds meer jongeren geconfronteerd met echtscheiding van hun ouders. Hierdoor maken steeds meer kinderen en volwassenen veranderingen in de huishoudenssamenstelling mee. Allereerst natuurlijk pal na de echtscheiding, later vaak wanneer de verzorgende ouder gaat hertrouwen, samenwonen of een co-ouderschap aangaat. Hierdoor veranderen de bestaande relaties tussen ouders en kinderen en tussen biologische ouders onderling. Een consequentie is bijvoorbeeld dat kinderen van gescheiden ouders eerder uit huis gaan dan kinderen die zijn opgegroeid in tweeoudergezinnen. In hoeverre kinderen zich goed weten aan te passen aan de gewisselde partnerrelaties van hun ouders hangt vaak af van de verstandhouding die hun biologische ouders met elkaar hebben en van de wijze waarop een eventuele stiefouder in het nieuwe gezin wordt ervaren.

In het OG?98 werd aan mensen die terwijl ze nog thuis woonden een echtscheiding van de ouders hebben meegemaakt, gevraagd hoe de relatie tussen de ouders na de scheiding was. Vier van de tien gescheiden paren bleken geen contact meer met elkaar te hebben. Bij drie van de tien ex-paren was het onderlinge contact slecht en bij drie van de tien was het contact tussen de ouders redelijk tot goed. Ten aanzien van de ouder-kind relatie bleek dat jongens in de jaren na de echtscheiding een enigszins betere relatie met hun vader en moeder hadden dan meisjes.

Uit de resultaten blijkt ook hoe mensen die als kind thuis met een stiefouder, meestal een stiefvader, te maken hebben gehad, die nieuwe situatie hebben ervaren. Bijna de helft beoordeelde de nieuwe situatie als 'goed' ( tabel 4 ). Opvallend is dat vrouwen in dit opzicht minder positief gestemd waren dan mannen. Voor meisjes ligt het samenwonen met een stiefouder blijkbaar moeilijker dan voor jongens.

Tabel 4. Ervaring in gezin met stiefouder

Situatie thuis
met stiefouder ervaren
Mannen Vrouwen Totaal
%
Goed 48 42 45
Redelijk 25 28 27
Slecht 27 30 29
abs.=100%
Totaal 1) 130 165 295

1) Meerderjarigen van 18-52 jaar die, toen ze als kind bij hun gescheiden ouder woonden, hertrouw of samenwonen van de ouder hebben meegemaakt

Stabiel

Van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren heeft één op de zes een echtscheiding van de ouders meegemaakt terwijl ze nog bij de ouders woonden. Bij de generatie die eind jaren veertig is geboren was dat slechts één op de 25.
Daar staat tegenover dat van de oudere generatie een kwart het gezinsleven in het ouderlijk huis niet als goed karakteriseerde. Dit is bijna twee keer zoveel als bij de generatie van de jaren zeventig.

Als het percentage mensen dat het gezinsleven in het ouderlijk huis als niet goed karakteriseert en het percentage dat een echtscheiding in het ouderlijk huis heeft meegemaakt bij elkaar worden opgeteld blijkt dat het deel van de kinderen van de generaties die zijn geboren tussen 1945 en 1979 dat niet is opgegroeid in een optimale gezinssituatie opvallend stabiel is gebleven. De toename van het aantal kinderen dat een echtscheiding heeft meegemaakt, lijkt dus niet te duiden op een verslechtering van de gezinssituatie, alleen leidt een slechtere relatie nu sneller tot een echtscheiding.

LITERATUUR Bois-Reymond, M. du (1993), Jeugd en gezin. In: A.J. Dieleman e.a. (red), Jeugd in meervoud . Utrecht: De Tijdstroom.
Graaf, A. de (1996), De invloed van echtscheiding van de ouders op relaties van jongeren. Maandstatistiek van de Bevolking , augustus 1996, pp. 7-12.
Graaf, A. de en L. Steenhof (1999), Relatie- en gezinsvorming van generaties 1945-1979: uitkomsten van het Onderzoek Gezinsvorming 1998. Maandstatistiek van de Bevolking , december 1999, pp. 21-36.

Drs. A. de Graaf, CBS

Tienermeisjes en gescheiden vrouwen gaan na abortus makkelijker over tot zelfdoding:

Een zwangerschap beschermt tegen zelfmoord, terwijl een abortus het risico op zelfdoding sterk doet toenemen. Bovendien lopen gescheiden vrouwen een hoger risico: zij gaan nog vaker over zelfdoding na een abortus dan niet -gescheiden vrouwen. Dat heeft Mika Gissler van STAKES, het Nationaal Ontwikkelings- en Onderzoekscentrum voor Welzijn en Gezondheid van de Finse overheid aangetoond. Ook het Vlaamse Jongeren InfoLife dat hulp biedt bij ongeplande, ongewenste of onverwachte zwangerschappen en geeft relationele en seksuele vorming, komt tot gelijkaardige cijfers. Zij menen bovendien dat ook tienermeisjes na een abortus vaker aan abortus denken dan leeftijdsgenoten die niet zwanger werden.

De Finse overheid houdt reeds jaren alle gezondheidsgegevens van haar burgers nauwkeurig bij. Het is dan ook een relatief kleine moeite om dwarsverbanden te leggen. Zo kon de Stakesstudie een vergelijkend onderzoek doen op basis van geboorte, abortus, ziekte en doodsoorzaak van alle Finse vrouwen. In de Stakesstudie werden 519.000 moeders vergeleken met 94.000 vrouwen die aborteerden in de periode van 1987 tot 1994.

In Finland vertegenwoordigt zelfmoord 15% van alle overlijdens tijdens de vruchtbare leeftijd. Er werden 73 zelfmoorden geassocieerd met zwangerschap, wat 5,4 % van alle zelfmoorden in deze leeftijdsgroep uitmaakt. Belangrijk is de vaststelling dat vrouwen na de geboorte van een kind hun risico van zelfmoord zowat zien halveren t.o.v. het gemiddelde. Na abortus provocatus echter verzesvoudigt dit.

Het feit dat abortus provocatus het risico op zelfmoord naargelang de leeftijdscategorie vier tot tien maal verhoogt tegenover een geboorte, komt meestal niet in de openbaarheid. Wat wel opvalt is het feit dat de vrouwen die hun kind behouden voor 72 % gehuwd zijn, 18 % samenwonenden, terwijl er in de abortusgroep slechts 27,7 % gehuwden en 61,9 % samenwonenden zijn.

Nog duidelijker wordt het contrast bij weduwen of gescheiden vrouwen. Bij vrouwen die hun kind lieten geboren worden was 1,1 % weduwe of gescheiden tegenover 10,4 % bij de abortusgroep.

Voor Vlaanderen zijn er gelijkaardige cijfers.

“Ook bij ons vertegenwoordigen in de abortusgroep niet-gehuwden, gescheidenen en weduwen, in 2004 en 2005 72,96 % van diegenen die een abortus ondergingen”, zegt Peter De Langhe van Jongereninfolive.

“Net als in de Stakesstudie vindt ook bij ons abortus in 80 % van de gevallen om 'sociale redenen' plaats. Na een abortus plegen gescheiden vrouwen vaker zelfmoord dan niet-gescheiden vrouwen. Abortus kan dus zeker niet als oplossing worden aangeboden”, aldus De Langhe. “Belangrijk is ook de vaststelling dat bij tieners het aantal zelfmoorden zowel bij de abortusgroep als bij de uitgedragen zwangerschappen toeneemt. Daar waar tienermoeders 2,8 maal meer risico van zelfmoord lopen, bedraagt dit risico bij tieners na een abortus meer dan 4,5 maal meer.”

Sociale redenen oplossen door abortus, zoals ook bij ons wordt voorgesteld, houdt een ernstige bedreiging in voor zelfmoord. Het echte antwoord op een onverwachte zwangerschap die problematisch ervaren wordt, is een goed georganiseerd sociaal vangnet, waarbij de ondersteuning van een familiaal vangnet op de eerste plaats komt. Het koesteren van het ongeboren en pasgeboren kind is zinvol als bescherming tegen het zelfdestructief gedrag van deze vrouwen.

“Wat tieners betreft moet in elk geval voorkomen worden dat deze op jonge leeftijd zwanger worden. De verschillende anticonceptiecampagnes hebben sinds de jaren 80 het aantal tienerzwangerschappen en -abortus enkel doen toenemen”, merkt De Langhe op.

Meer info:

Jongeren Info Life – Noodnummer: 03 225 08 02

http://www.jongereninfolife.be

Bron hulp organisaties.be

Jaarverslag 2005-2006 Kinderrechten commissariaat

‘Ombudspersonen voor kinderen houden niet enkel toezicht op de naleving van het VNVerdrag voor de Rechten van het Kind, maar maken er ook een levend instrument voor kinderen van.’
Prof. Dr. J. Doek
Voorzitter van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind

Graag had ik aan het begin van dit zevende jaarverslag geschreven wat een sterk kinderrechtenjaar het is geweest. Jammer genoeg zou dat de waarheid geweld aandoen.

Kinderrechten werden het voorbije werkjaar immers opnieuw ernstig geschonden. Opnieuw kregen we te maken met traumatiserende feiten als de moorden op minderjarigen – Joe, Luna, Stacy en Nathalie. Opnieuw stegen de meldingen bij
de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Opnieuw werden leerlingen op incorrecte wijze uitgesloten uit hun school en werden minderjarige asielzoekers opgesloten louter en alleen omdat hun ouders niet over de juiste papieren beschikken.

De vernieuwde jeugdbeschermingswet kan ons evenmin bekoren, want ze zet het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind onvoldoende in de praktijk om. Het is ook een verloren jaar geweest inzake echt vernieuwende kinderrechtenregelgeving,
zoals bijvoorbeeld een sterke rechtspositie voor de minderjarige of een verplichte kennismaking met bemiddeling voor scheidende ouders.

Het is evenwel niet allemaal kommer en kwel. Op Vlaams niveau kreeg het tweede jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan vorm. Al moeten we het aspect kinderrechten soms met een vergrootglas zoeken in dit plan, het stemt ons tevreden dat de systematische opdracht is ingezet om regelgeving te toetsen aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Binnen de Integrale Jeugdhulp trad het decreet rechtspositie van de minderjarige in jeugdhulp in werking, en de betrokken sectoren kregen vorming over de nieuwe aspecten hiervan. Ook dat is een behoorlijke vooruitgang, net als de positieve berichten over meer middelen
voor time-outprojecten en herstelprojecten binnen onderwijs, en niet te vergeten de concrete plannen om te komen tot de langverwachte kosteloosheid van het basisonderwijs.

Elk jaar krijgen we zo met voor- en tegenspoed te maken. Wat goed is, kan steeds beter, wat slecht is, moet hoe dan ook goed worden. Het Kinderrechtencommissariaat zet zich constant in voor deze opdracht inzake kinderrechten. Deze taak kan ik slechts vervullen dankzij de niet-aflatende inzet van de teamleden van het Kinderrechtencommissariaat, waarvoor ik hen nadrukkelijk wil bedanken, alsook dankzij de steun van medestanders, zowel binnen als buiten het Vlaams Parlement.

Ankie Vandekerkchove
Kinderrechtencommissaris
November 2006

 

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

Ontbinding van het huwelijk wegens echtscheiding Regeling volgens de Franse wetgeving

SAMENVATTING
In het kader van mijn opleiding Rechtspraktijk koos ik voor een stage in het buitenland. Ik liep namelijk stage op het Cabinet SANGY in Le Havre in Frankrijk. Tijdens deze stage volgde ik een aantal echtscheidingszaken van nabij op.

Het leek mij dan ook zeer interessant om na te gaan hoe het huwelijk wegens echtscheiding in Frankrijk wordt ontbonden.
Volgens artikel 227 van de Code Civil wordt het huwelijk ontbonden wegens de dood van een van de echtgenoten of door de officiële uitspraak van een echtscheiding.

Na het sluiten van het huwelijk krijgen alsmaar meer koppels te maken met echtelijke problemen. Sommigen weten zich uit deze situatie te redden maar voor anderen betekent dit het einde van hun gezamenlijke leven. Het echtpaar
zal een echtscheidingsprocedure aangaan waarna ieder zijn eigen leven weer zal opnemen.

De echtscheiding is de ontbinding van het huwelijk tijdens het leven van de echtgenoten, in de gevallen limitatief opgesomd in de wet.

Wat houdt deze opsomming in? Hoe verloopt een echtscheidingsprocedure? Wat komt er allemaal kijken bij de ontbinding van een huwelijk en welke gevolgen brengt deze juridische procedure met zich mee? Als er kinderen zijn, worden zij het slachtoffer van deze ouderlijke conflicten of wordt er rekening gehouden met hun belangen?

Dit zijn een aantal vragen die ik me stelde bij de verwezenlijking van mijn eindwerk.

Jasmien Mallants

 

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

Ze leefden lang (en gelukkig) samen en …. scheidden dan.

In ons land gaat het stijgende aantal echtscheidingen gepaard met een toename van het aantal scheidingen na 25 jaar huwelijk en bij partners ouder dan 50 jaar (Tabel 1). Recent worden jaarlijks ongeveer 1 op 70 huwelijken ontbonden door een echtscheiding. Van alle echtscheidingen vinden er 1 op 7 plaats na het zilveren huwelijksfeest; 1 op de 8 treft vrouwen ouder dan 50 jaar.

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

Kinderen en scheiding :Een scheidingswetgeving met oog voor de rechten van minderjarigen

Dit is het advies dat het kinderrechten commissariaat gaf naar aanleiding van de hoorzitting van 8 februari 2006 rond de hervorming van de echtscheidingswetgeving

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

De sociaal-economische positie van eenoudergezinnen

De voorbije decennia deed zich een grondige wijziging voor in de socio-demografische structuur van de Belgische huishoudens. Het aantal particuliere huishoudens nam tussen het begin van de jaren ‘70 en het einde van de jaren ’90 sterk toe, terwijl de gemiddelde gezinsgrootte gestaag afnam. Aan de basis van die evolutie ligt onder meer een forse stijging van het aantal alleenstaande volwassenen (zowel alleenwonenden als eenoudergezinnen). Op een tijdspanne van dertig jaar verdubbelde hun aandeel in de populatie immers. In deze bijdrage staat een specifieke groep alleenstaanden centraal, namelijk deze met kinderen. Eenoudergezinnen maken vandaag circa 12% uit van de Belgische huishoudens.2 Niet zelden moeten deze gezinnen het hoofd bieden aan een opeenstapeling van moeilijkheden in diverse domeinen van het dagelijkse leven. In wat volgt belichten we een van
deze domeinen. We gaan met name na wat de inkomenspositie en het armoederisico is van deze huishoudens.

Bron Steunpunt WAV

Wilt u het volledige verslag lezen kunt u het hier downloaden

KINDEREN VAN DE SCHEIDING

Een kwalitatief onderzoek naar de invloed van een ouderlijke echtscheiding op adolescenten

‘Ik wil er voor je zijn in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid; tot de dood ons scheidt’, zijn woorden die telkens vol overtuiging worden uitgesproken tijdens een huwelijkssluiting. Het huwelijk creëert namelijk als instituut in principe sterke sociale bindingen.

De realiteit toont ons momenteel echter een heel ander beeld. Sinds de jaren’60 van de vorige eeuw is er namelijk een gestadige stijging waarneembaar in het aantal echtscheidingen in België (Vanhove & Matthijs, 2002, p. 2). Steeds meer
houden partners van bij de start van hun huwelijk rekening met het onzekere dat ook in hún relatie kan binnensluipen. In navolging van Beck, die de maatschappij als een risicosamenleving omschrijft, kan het huwelijk beschouwd worden als een berekend risico. Het huwelijk is met andere woorden niet altijd meer een institutie die stand houdt ‘tot de dood ons scheidt’ (Matthijs, 2000, p. 114). Naar schatting zijn bij drie op vier echtscheidingen kinderen betrokken en dit
betekent concreet voor het jaar 2000 dat er tussen de 20000 en 25000 kinderen geconfronteerd werden met een ouderlijke echtscheiding (Vanhove & Matthijs, 2002, p. 23). Het gaat hierbij dus om een omvangrijke groep die invloed ondervindt van de beslissing van hun ouders om uit elkaar te gaan. Het is net aan deze invloed dat in het kader van deze eindverhandeling aandacht wordt geschonken. In een kwalitatief onderzoek dat hiertoe werd opgezet, wordt namelijk nagegaan welke ervaringen kinderen hebben met de echtscheiding van hun ouders en welke gevolgen ze hiervan ondervinden. Aan de hand van de analyse van diepte-interviews wordt getracht hierover een beeld te schetsen

De doelgroep van dit onderzoek is bestaat uit hoogopgeleide mensen die 13 tot 18 jaar waren toen hun ouders uit elkaar gingen en op het moment van de bevraging minimum 18 jaar waren. De respondenten situeerden zich dus tijdens het
echtscheidingproces in hun adolescentieperiode. De vraag dringt zich op of het relevant is onderzoek te verrichten naar de
invloed van echtscheiding op het kind. Zoals hoger vermeld worden er elk jaar veel kinderen geconfronteerd met een ouderlijke scheiding. Daarbij moet ook vermeld worden dat het aantal echtscheidingen de laatste 30 jaar met grote snelheid de hoogteis ingeschoten. Echtscheiding wordt in de sociale wetenschappen dan ook beschouwd als een belangrijk sociaal-demografisch fenomeen. In deze context is het duidelijk dat onderzoek hiernaar alles behalve zinloos is. Zeker indien kinderen betrokken zijn bij een echtscheiding is het nuttig inzicht te verwerven in dit fenomeen. Het zijn vooral nieuwe inzichten die aan het licht kunnen komen, na het bestuderen van de onderzoeksresultaten, die belangrijk zijn.

Er is echter al veel onderzoek opgezet rond echtscheiding. Is het dan nog wel nodig om hierin tijd en energie te steken? Het
antwoord hierop is positief. Enerzijds komen de bestaande onderzoeksgegevens meer dan eens van onderzoek dat in het buitenland is uitgevoerd. Zo mogen resultaten die gelden voor de Amerikaanse samenleving niet zomaar als waar worden bevonden in onze samenleving. Verschillen in onder meer gezinswaarden, wetgeving en omgangswijzen tussen mensen kunnen andere onderzoeksresultaten opleveren voor twee samenlevingen. Anderzijds moet worden opgemerkt dat de
echtscheidingsthematiek voortdurend onderhevig is aan een evolutie. Daar waar bijvoorbeeld een echtscheiding in het traditioneel westers gezinstype van de jaren ‘50 als taboe werd aanzien, is het in het moderne gezinstype een conflictoplossend alternatief dat steeds meer sociaal aanvaard is (Amato, 2000, p. 1269). Deze evolutie kan invloed uitoefenen op de gevolgen van een ouderlijke scheiding op de kinderen. Vandaar dat dit eigen onderzoek wetenschappelijk relevant is en nieuwe inzichten kan opleveren.

Allereerst wordt in deze verhandeling een overzicht gegeven van de bestaande literatuur met betrekking tot de invloed van een ouderlijke echtscheiding op het kind. De methodologie beslaat het tweede hoofdstuk, waarbij dieper wordt
ingegaan op de gebruikte onderzoeksmethode en de respondenten. In het derde hoofdstuk worden de interviews grondig geanalyseerd. Hierbij worden de belangrijkste onderzoeksresultaten uitvoerig becommentarieerd. Tenslotte wordt
deze verhandeling besloten met een beknopte synthese van de resultaten van het eigen onderzoek, een aantal kritische opmerkingen en tot slot een aanzet en suggestie voor verder onderzoek.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

Kinderen en scheiding van de ouders: de woonsituatie enkele jaren later

De woonsituatie op 1/1/2004
Wanneer kinderen worden geconfronteerd met een scheiding van de ouders, betekent dit zeker niet dat zij de rest van hun kindertijd bij een alleenstaande ouder wonen. Een eerste aanduiding vinden we in de woonsituatie op 1 januari 2004 van de 0- tot 17-jarigen die ooit vóór 2004 een scheiding van de ouders meemaakten (figuur 1). Onder scheiding verstaan we hier zoals in de eerste webbijdrage vier types: echtscheiding, feitelijke scheiding, relatieontbinding van samenwonenden en overlijden van moeder of vader.
Ruim 20% van de kinderen heeft ooit vóór 2004 een scheiding van de ouders meegemaakt. Ruim 6% van de kinderen woont op 1 januari 2004 samen met één biologische ouder en een stiefouder (die al dan niet met elkaar getrouwd zijn), meestal een stiefvader. Bijna 1% van de kinderen behoort samen met één van hun ouders tot het huishouden van een andere persoon, vaak de grootouder(s). 13% van de kinderen woont bij een alleenstaande moeder (11%) of een alleenstaande vader (2%) maar zij kunnen wel na de echtscheiding en vóór 2004 een tijdlang met een stiefouder hebben samengewoond.

Een onderzoek van Edith Lodewijckx uitgevoerd 30 september 2005

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

Mediation Onderzoek

Er is in de afgelopen decennia veel veranderd in onze samenleving. Alles gaat en moet sneller. We zijn minder snel tevreden en we willen alsmaar meer. De maatschappij is een streven van individuen geworden.
Normen en waarden vervagen steeds meer. Respect voor anderen ook.
De maatschappij is steeds harder aan het worden en daarom hebben kinderen juist nu een goede, warme en stabiele thuisplek nodig. De belangrijke rol van de ouders is om kinderen hier juist te begeleiden. Kinderen worden natuurlijk ook beïnvloed door factoren van buitenaf en door de mensen met wie ze omgaan. Maar wanneer kinderen een goede en liefdevolle opvoeding krijgen, waarbij normen, waarden en respect voor anderen een grote rol spelen, zal het kind hierdoor mede gevormd zijn en dit kunnen overdragen in de maatschappij. En zo’n opvoeding gaat beter, wanneer het kind ouders heeft die met elkaar communiceren en blijven communiceren, ook nadat ze uit elkaar gegaan zijn.
Het is echter een feit dat veel kinderen deze stabiele thuisplek moeten missen; één op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding. Er leven veel alleenstaande moeders in ons land; vaak ook hele jonge moeders. Het is onderzocht dat elke dag ongeveer 25 kinderen het contact met één van beide ouders verliezen.
De Amerikaanse professor Gardner noemt dit ‘The Parental Alienation Syndrome’, ofwel het ouder-vervreemdingssyndroom. Deze hoogleraar kinderpsychiatrie heeft vele jaren ervaring met kinderen van gescheiden ouders en zegt dat de scheiding van ouders leidt tot veel problemen. Kinderen die op jonge leeftijd slachtoffer zijn geworden van een vervelende echtscheiding met een verbod om de niet-verzorgende ouder te zien, belanden tussen de leeftijd van 25 en 45 jaar vaak bij de psychiater. Ze hebben vaak een identiteitsprobleem en lijden aan grote onzekerheid en onevenwichtigheid. Verder ervaren ze meestal moeite te hebben met het inschatten van de sociale
werkelijkheid en problemen met het aangaan van een relatie.
In feite leidt het ouder-vervreemdingssyndroom tot langdurige schade bij alle betrokkenen. De kinderen raken verscheurd tussen de ouders en de ouders raken verbitterd.
Het is duidelijk dat problematische omgangsregelingen vaak veel problemen opleveren voor zowel de ouders als de kinderen. Het is een maatschappelijk probleem geworden. Daarom wordt het hoog tijd dat er verandering komt in het omgangsrecht, met name in het belang van het kind. Na het volgen van de werkgroepen Familierecht heb ik besloten mij te gaan verdiepen in het effectueren van omgangsregelingen. Gezien het feit dat er zoveel ouders uit elkaar gaan en dit grote gevolgen heeft voor het kind is het des te belangrijker dat de omgang met het kind goed geregeld wordt.
Verder ben ik de loop van mijn studie zeer geïnteresseerd geraakt in de ontwikkeling van mediation als nieuwe bemiddelingsmethode. Deze methode kan een oplossing bieden in deze problematische omgangssituaties. Daarom heb ik gekozen voor de volgende probleemstelling:

Op welke wijze moet mediation worden ingevoerd om zo het beste effect te bewerkstelligen bij problematische omgangssituaties?


Met name zal ik mij richten op de volgend vragen: in welke vorm, door wie en op welk moment de invoering tot stand moet komen. Hierbij behandel ik ook de veel gestelde vraag of mediation verplicht moet worden gesteld.

De Minister van Justitie heeft onlangs hierover een besluit genomen. Hij heeft besloten dat mediation niet verplicht moet worden gesteld, maar dat er een structurele doorverwijzing van mediation moet komen. De reden voor dit besluit is dat de verantwoordelijkheid bij de partijen zelf moet liggen.
Mijn doel is aanknopingspunten te vinden die bij kunnen dragen aan een structurele doorverwijzing van mediation bij problematische omgangssituaties.
Ik heb besloten om naast een literatuuronderzoek tevens een praktijkonderzoek te doen om op deze manier ook een beeld te kunnen krijgen van de huidige praktijksituatie.
In mijn literatuuronderzoek ga ik als eerste beginnen met het behandelen van het omgangsrecht. In dit eerste hoofdstuk volgt een opsomming van de rechten en plichten van de ouders en het kind. Tevens bespreek ik de gevolgen van problematische omgangssituaties.

Hoofdstuk 2 zal de verschillende methoden bevatten die mogelijk gebruikt worden om een problematische omgangsregeling op te lossen. Dit zijn de effectueringsmethoden. Hiervoor zal ik enige uitspraken uit de jurisprudentie aanhalen.

In Hoofdstuk 3 ga ik mediation apart behandelen als methode, aangezien dit in feite de nieuwste bemiddelingsmethode is en als effectueringsmethode bij problematische omgangssituaties wordt gehanteerd.

Ik zal mediation uitleggen als bemiddelingsmethode en de voor- en nadelen bespreken, maar met name ga ik in op de doorverwijzing van mediation. Hiervoor zal ik twee belangrijke onderzoeken aanhalen en de resultaten hiervan bespreken.
Voordat ik met het praktijkonderzoek begin, volgt als laatste nog een vergelijkend onderzoek met de situaties hieromtrent in andere landen, met name Engeland en de Verenigde Staten, waar al reeds eerder met de invoering van mediation begonnen is.

In hoofdstuk 5 begin ik met mijn praktijkonderzoek. Dit onderzoek bevat een enquêteonderzoek onder zoveel mogelijk mediators, advocaten en rechters.De vragen, die ik aan hen zal gaan stellen, zullen zoveel mogelijk de moeilijke discussiepunten bevatten van het invoeren van mediation bij problematische omgangssituaties.

Een onderzoek van Nieke Schreurs uitgevoerd in 2004

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

Effecten van het volgen van KIES

Kinderen In Echtscheiding Situatie
Inleiding

Van februari 2005 tot juli 2005 hebben 12 studenten in het kader van de afronding van hun bachelorstudie pedagogiek onderzoek gedaan naar de effecten voor kinderen die, na ouderlijke scheiding, de spel- en praatgroep ‘Kinderen In Echtscheiding Situatie’ (KIES) hebben gevolgd. Het onderzoek is begeleid door Ed Spruijt en de eindredactie is verzorgd door Sanne Spruijt. KIES is een preventief hulpverleningsaanbod voor kinderen en hun ouders. Het is ontwikkeld in Noord-Brabant door Nelly Snels-Dolron en Maaike de Kort (www.klassenwerk.com). De spel- en praatgroep KIES maakt deel uit van het zorgplan KIES, dat kindergroepen, ouderbijeenkomsten en informatiebijeen-komsten omvat. Dit rapport gaat over de effecten van het volgen van een spel- en praatgroep voor kinderen. Een kindergroep bestaat uit acht bijeenkomsten van een uur, die meestal op school worden gehouden. Aan de orde komen onder meer kennismaken, herinneringen delen met anderen, omgaan met veranderingen, hulp vragen, blokkades opheffen, afscheid nemen, loslaten en vertrouwen opbouwen.
Hieronder treft u een beknopt verslag aan van de belangrijkste verschillen tussen kinderen, die KIES hebben gevolgd en kinderen die op de wachtlijst staan. Die verschillen hebben zowel betrekking op specifieke doelen van KIES, als op meer algemene kenmerken van het welbevinden van kinderen na ouderlijke scheiding.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

HOE SCHADELIJK IS SCHEIDING?

De toename van het aantal echtscheidingen in de moderne westerse landen werd tot voor kort bijna door iedereen als onwenselijk gezien. Naast bezorgdheid voor het welzijn van de direct betrokkenen en hun kinderen leefde de vrees dat het huwelijk in verval zou raken en dat de maatschappij van morgen daardoor de trekken zou gaan aannemen van een massa vervreemde eenlingen. Later wonnen positievere geluiden aan kracht. Er werd op gewezen dat echtscheiding voor veel mensen een bevrijding betekent en dat het terugtreden van het huwelijk ruimte schept voor alternatieve relatievormen en individuele ontplooiing. Over de gevolgen voor de kinderen bleef echter zorg.

Hoewel vaak met een zekere vanzelfsprekendheid over dit soort zaken gepraat wordt, is er in feite niet zoveel gedocumenteerde kennis over de werkelijke gevolgen van scheiding: met name niet over de consequenties op lange termijn. De kennis die beschikbaar is noopt tot correctie van hierboven aangeduide visies.

· Er zijn aanwijzingen dat scheiding voor kinderen gemiddeld minder traumatisch uitpakt dan men denkt. Hoewel duidelijk is dat veel kinderen het er op korte termijn knap moeilijk mee hebben, lijkt de lange-termijn-schade beperkt. Er zijn aanwijzingen dat de lange-termijn-schade ook allengs kleiner wordt.

· De nieuwe visie dat echtscheiding ‘bevrijdend’ werkt is in zoverre juist dat na de scheiding het leven voor mensen meestal dragelijker is dan bij de voortzetting van een slecht huwelijk. Dat betekent echter nog niet dat het leven voor die mensen erg bevredigend is. Conform de oude visie is er onder de gescheidenen veel onvrede en eenzaamheid. Naar verhouding lijken gescheidenen het de laatste decennia zelfs steeds moeilijker te hebben gekregen.

· De gedachte dat de toename van het aantal scheidingen een verval van het huwelijk markeert is ook niet juist. Grotere doorstroming van individuen betekent nog geen atrofiëring van het instituut. In verschillende opzichten bloeit het huwelijk als nooit tevoren.

Op de volgende pagina’s wordt een en ander nader toegelicht.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

Ouderlijk gezag en de mogelijkheden tot handhaving

Het klikt niet meer tussen de ouders. Ze besluiten tijdelijk uit elkaar te gaan of uit de echt te scheiden. Ook al zijn ze nu ex-partners, ze blijven de ouders van hun kinderen.

Het probleem dat zich dan stelt, is op welke wijze het ouderlijk gezag en het contact- of omgangsrecht moet worden ingevuld en hoe de gemaakte afspraken kunnen worden gehandhaafd indien deze niet worden nageleefd.

De wet van 13 april 1995 heeft het gezamenlijk ouderlijk gezag als norm ingevoerd.

Als de ouders niet samenwonen, zijn er een aantal mogelijkheden om het ouderlijk gezag uit te oefenen. Naast de gezamenlijke uitoefening bestaat er een uitzonderings systeem, namelijk de exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag.

In deze situaties wordt respectievelijk de verblijfsregeling en het persoonlijk contactrecht bepaald.

Het gebeurt vaak dat uitspraken in verband met ouderlijk gezag en recht op persoonlijk contact niet worden nageleefd. Afdwingbaarheid ervan is moeilijk omdat de belangen van de kinderen niet mogen worden geschaad.

Enkele belangrijke handhavingmogelijkheden zijn: de gedwongen tenuitvoerlegging, de dwangsom, strafsancties en de wijziging van de bestaande situatie.

De laatste jaren zijn de problemen van grensoverschrijdend contactrecht en van internationale kinderontvoering toegenomen. Voor mogelijke regelingen hieromtrent kan beroep worden gedaan op de Verdragen van Luxemburg en 's Gravenhage. De zaak wordt dan aanhangig gemaakt bij de bevoegde rechtbank van de aangezochte staat , al dan niet door middel van een Centrale autoriteit.

Recent zijn enkele voorstellen uitgewerkt om het contactrecht beter af te dwingen waaronder het wetsontwerp van de huidige minister van Justitie.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

“Can we still be friends?”

In Nederland worden jaarlijks ruim 30.000 officiële echtscheidingen uitgesproken. Deze echtscheidingen maken weliswaar een einde aan het huwelijk, maar vaak niet aan de relatie tussen de ex-echtgenoten. Uit onderzoek blijkt dat tien jaar na de scheiding nog ongeveer de helft van de exen contact heeft. Ex-partners met en zonder kinderen verschillen in de mate en de aard van dat contact en naarmate de echtscheiding langer geleden heeft plaatsgevonden verandert het contact. Daarnaast spelen onder meer de aard van de ruzies tijdens het huwelijk, nieuwe verbintenissen die na de scheiding worden aangegaan en persoonlijke waarden van de exen een rol.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

KINDEREN EN VERLIES

Kinderen kunnen op verschillende manieren geconfronteerd worden met verlies. Verlies door de scheiding van hun ouders en verlies door
het overlijden van een gezinslid veroorzaken veel pijn en vragen een heel proces om het verdriet te verwerken. Ouders krijgen bovendien
te maken met vragen over hoe het ouderlijke gezag verder moet worden uitgeoefend na hun scheiding en over erfrechtelijke kwesties na een overlijden.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

De afstamming omvat de geboorte, de erkenning en de betwisting van de afstamming.

De afstamming omvat de geboorte, de erkenning en de betwisting van de afstamming.

In het eerste hoofdstuk bespreek ik de volledige akte van geboorte. Het begint met de kennisgeving, waarna men dan de aangifte van de geboorte kan doen. Bij de aangifte komt men in contact met de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, die hierbij enkele taken heeft.
Daarna bespreek ik de bijzondere gevallen, zoals vondelingen en de aangifte van een levenloos kind. Ook wat men moet doen als men de geboorte niet of te laat aangegeven heeft, komt hier aan bod.

Hoofdstuk twee handelt over de bloeden aanverwantschap en wat de gevolgen hiervan zijn.

Daarna bespreek ik de afstamming. Dit gaat over de vaststelling en de betwisting van de afstamming, zowel langs moederszijde als langs vaderszijde. De gevolgen die hieraan verbonden zijn, worden ook besproken.

In hoofdstuk vier bespreek ik de erkenning. Ik begin met een volledige omschrijving van de erkenningsakte. Daarna volgt de bespreking van de erkenning door een vrouw en de erkenning door een man, de betwisting van de erkenning en de ontkenning van het vaderschap. De homologatie en de erkenning met machtiging van de rechtbank worden ook uitgelegd.

Het vijfde hoofdstuk handelt over de mogelijkheden van de erkenning. Een erkenning van een ongeboren kind, een erkenning met of zonder naamsverandering, een erkenning met machtiging van de rechtbank en een homologatie worden hier besproken.

In het volgende hoofdstuk komen de bevoegdheden van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand een bod. Hij heeft een territoriale bevoegdheid en een bevoegdheid omwille van de aard van de verrichtingen.

Hoofdstuk zeven behandelt de verantwoordelijkheid van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Die bestaat uit een burgerlijke, een strafrechtelijke en een administratieve verantwoordelijkheid.

En als laatste bespreek ik de kanttekeningen. Wat de kenmerken zijn, wanneer ze worden aangebracht en de te versturen berichten, worden hier besproken.

Praktische voorbeelden worden besproken in de bijlagen.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

Analyse van discussies over inspraak van kinderen in echtscheidingsprocedures

Voor het onderscheid tussen kind en volwassene bestaan geen objectieve, scherpe maatstaven en de concrete invulling ervan vereist dus steeds weer discussie en reflectie. Onder andere het Verdrag voor de rechten van het kind geeft daarvan blijk. Artikel 12, over inspraak van kinderen, luidt: ‘(1) De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn leeftijd en rijpheid. (2) Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger
of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht’ (bron: Unicef).

In dit Verdragsartikel komt tot uitdrukking, dat kinderen inspraakrechten zouden moeten hebben, maar dat deze rechten moeten worden vormgegeven en geïnterpreteerd in overeenstemming met de belangen en vermogens van het kind. De concrete invulling daarvan laat het Verdrag aan de lidstaten zelf over. Het verdrag lijkt meer te beogen dat de afweging met betrekking tot de rechten en overige belangen van het kind wordt gemaakt, dan dat een concrete opvatting wordt voorgeschreven. De tekst van het Verdrag vertoont een ambiguïteit, die niet alleen het gevolg is van compromissen tussen de lidstaten, maar ook kenmerkend is voor de positie van kinderen in het algemeen. Volgens Lee (1999) wordt deze ambiguïteit veroorzaakt doordat kinderen worden bekeken vanuit de spanning tussen ‘zijn’ en ‘worden’. In welke opzichten moet het kind als mens– met dezelfde kenmerken en rechten als volwassenen – worden behandeld en in welke opzichten moet het kind als een ‘onaf’ en zich ontwikkelend wezen – te onderscheiden van volwassenen – worden benaderd? Van deze spanningsverhouding in het kindconcept willen wij enkele dimensies nader onderzoeken middels een analyse van discussies over inspraak van kinderen bij echtscheidingsprocedures.

Wilt u het volledige onderzoek lezen, dan kunt u het hier downloaden

Home pagina Steunpunt Blijvend Ouderschap